Correctie Les 69

Oefening 1

1. decretum erat : 3e persoon enkelvoud plusquamperfectum passief (indicativus) : het was besloten
2. si hoc tulissent : 3e persoon meervoud plusquamperfectum coniunctivus actief : als zij dit hadden gedragen
3. nisi cognoscerent : 3e mv. imperf. act. coni. : als zij niet leerden kennen / vernamen
4. si cognitum esset : 3e ev. plqpf. coni. pass. : als het vernomen was
5. quia columus : 1e mv. praes. act. : omdat wij bebouwen / verzorgen / vereren
6. quia coluimus : 1e mv. perf. act. : omdat wij hebben verbouwd etc
7. sustulisse : inf. perf. act. : te hebben opgetild / aangeheven
8. feratur : 3e ev. praes. pass. coni. : het wordt gedragen / gebracht
9. ne tangas me : 2e ev. praes. act. coni. : raak mij niet aan!
10. ne tetigeris : 2e ev. perf. act. coni. : raak mij niet aan!
11. res gestae : partic. perf. pass. (ppp) nom. mv. vrl. : verrichte zaken (meestal: krijgsdaden)
12. bella gesta : ppp nom. en acc. mv. onz. : gevoerde oorlogen
13. arcum tetendit : 3e ev. perf. act. : hij spande de boog
14. arcus tenti : ppp gen. ev. of nom. mv. : gespannen boog / bogen
15. tulistis : 2e mv. perf. act. : jullie hebben gedragen / gebracht
16. viribus fractis : ppp dat. of abl. mv. : gebroken krachten
17. vehere : inf. praes. act. : vervoeren
18. actum est : 3e ev. perf. pass. : het is behandeld / er is behandeld
19. ferebaris : 2e ev. imperf. pass. : jij werd gedragen / gebracht
20. tulerunt : 3e mv. perf. act. : zij hebben gedragen / droegen
21. in senatu egit : 3e ev. perf. act. : hij behandelde in de senaat / hij bracht in de senaat ter sprake
22. cum vecturus sit : partic. fut. act. + sit = 3e ev. fut. act. coni. : hij zal vervoeren
      (cum + coni.: wanneer / omdat / hoewel)
23. cum vehet : 3e ev. fut. act. : wanneer hij zal vervoeren
24. arma sumpta : ppp nom. en acc. mv. onz. : opgenomen wapens
25. arma sumite : praes. imperativus mv. : neem(t) de apens op!
26. arma sumantur : 3e mv. praes. pass. coni. (adhortativus) : de wapens moeten worden opgenomen
27. seres : 2e ev. fut. act. : jij zal zaaien / rijgen
28. ne severis : 2e ev. perf. act. coni. : jij moet niet zaaien!
29. ne serueris : 2e ev. perf. act. coni. : jij moet niet rijgen!
30. clamore sublato : ppp abl. ev. (abl.abs, zie les 70) : nadat geschreeuw was aangeheven
31. tetenderit : 3e ev. futex. act. of perf. act. coni. : hij zal hebben gespannen / hij heeft gespannen
32. tempus serendi : gerundium gen. : tijd van het (om te) zaaien
33. dum agri coluntur : 3e mv. praes. pass. : terwijl de akkers bebouwd worden
34. decernebatur : 3e ev. imperf. pass. : het werd besloten
35. decretum esset : 3e ev. plqpf. coni. pass. : het was besloten
36. vasa fracta : ppp nom. en acc. mv. : gebroken vazen / vaatwerk
37. ut tectum sit : 3e ev. perf. coni. pass. : opdat bedekt is
38. ne tectum esset : 3e ev. plqpf. coni. pass. : opdat niet bedekt was
39. cum texissent : 3e mv. plqpf. coni. act. : toen / omdat / hoewel zij geweven hadden
40. satum erit : 3e ev. futex. pass. : het zal zijn gezaaid