Correctie Les 100

Oefening 1 :

1. ex(s)tinguent : 3e mv. fut. act.: zij zullen doven / blussen
2. ung(u)ebatur : 3e ev. imperf. pass.: hij werd gezalfd
3. fingeretur : 3e ev. imperf. pass. coni.: het werd gevormd / verzonnen
4. perrexisse : inf. perf. act.: verder te zijn gegaan
5. correcta (plur.) : partic. perf. pass. (ppp) nom. acc. mv. onz.: verbeterde dingen
6. tinxit : 3e ev. perf. act.: hij heeft geverfd
7. structum iri : inf. fut. pass.: gebouwd te zullen worden / gebouwd gaan worden
8. destructum est : 3e ev. perf. pass.: het is afgebroken / vernietigd
9. texissent : 3e mv. plqpf. act. coni.: zij hadden geweven
10. amittendo : gerundi(v)um dat. abl.: voor het verliezen / door te verliezen
11. surrexerat : 3e ev. plqpf. act.: hij was opgestaan
12. opprimi : inf. praes. pass.: te worden onderdrukt
13. inopia premeris : 2e ev. praes. pass.: je wordt door gebrek gedrukt / in het nauw gebracht
14. vita frueris : 2e ev. fut. pass. (deponens): je zal van het leven genieten (vita: abl.!)
15. distinguendum est : gerudivum + esse: er moet onderscheid worden gemaakt
16. Via Appia vehentes : partic. praes. act. (ppa) nom. acc. mv.: over de Via Appia rijdend
17. aquam stringendo : gerundium dat. abl.: voor / door langs het water te strijken
18. tabulae pictae : partic. perf. pass. (ppp) gen. dat. ev. nom. mv. vrl.: geschilderd tafeltje -> schilderij
19. gladiis strictis : partic. perf. pass. (ppp) dat. abl. mv.: (abl. abs.:) (nadat) de zwaarden (waren) getrokken
20. recturi erant : partic. fut. act. (pfa) nom. mv. ml.: ze stonden op het punt / waren van plan te gaan besturen
21. amicitia iuncti sunt : 3e mv. perf. pass.: zij zijn verbonden door vriendschap
22. fungamur officio : 1e mv. praes. pass. (deponens) coni. (adhortativus) : laten wij onze plicht vervullen!
23. lingua instrueris : 2e ev. praes. pass.: je wordt onderwezen in een taal
24. vino abusi sunt : 3e mv. perf. pass. (deponens): zij hebben misbruik gemaakt van de wijn
      (zij hebben te veel wijn gedronken)
25. concessi : 1e ev. perf. act.: ik ben weggegaan, heb toegegeven
26. illusistis : 2e mv. perf. act.: jullie hebben bespot
27. applaudite : imperativus mv.: applaudisseer(t)! klappen!
28. vixerint : 3e mv. futex. act. of perf. act. coni.: zij zullen hebben geleefd of zij hebben geleefd
29. vicerint : 3e mv. futex. act. of perf. act. coni.: zij zullen hebben gewonnen of zij hebben gewonnen
30. fixum esset : 3e ev. plqpf. pass. coni.: het was vastgemaakt
31. evasisse : inf. perf. act.: te zijn ontsnapt
32. paciscantur : 3e mv. praes. pass. (deponens) coni.: zij komen overeen, spreken af
33. si adepta esses : 2e ev. plqpf. pass. (deponens) coni.: als jij had bereikt / had verkregen
34. obsequimini : 2e mv. praes. pass. (deponens) coni.: jullie volgen / gehoorzamen
35. oblivisceris : 2e ev. praes. pass. (deponens): jij vergeet
36. prosecutae: partic. perf. pass. (ppp) (deponens) gen. dat. ev. nom. mv. vrl.: achtervolgd hebbend