Sophocles

Biografie 1

Sophocles, Sofoklh=j, Athener, zoon van den rijken Sophillus, geboren 496 of 497. Van zijn leven is weinig bekend, onder zijne vrienden worden Herodotus en Pericles genoemd. In den samischen oorlog was hij te gelijk met dezen strateeg en even te voren had hij het ambt van 9Ellhnotami/aj bekleed. Algemeen bemind en geprezen stierf hij in 406 of 405, na zijn dood werden hem door de Atheners dezelfde eerbewijzen toegekend als aan Aeschylus, en op zijn graf werd jaarlijks van staatswege geofferd. -

Als treurspeldichter wordt hem in ouden en nieuwen tijd eenstemmig de eerste rang toegekend; evenals Homerus o9 poihth/j heette, zoo wordt Sophocles dikwijls door de ouden eenvoudig o9 tragiko/j genoemd. Reeds bij zijn eerste optreden (468) vertoonde zijne wijze van behandeling der stof zoo groote afwijking van die van Aeschylus, dat het toekennen van den prijs door de groote opgewondenheid der voorstanders van beide richtingen bemoeilijkt werd; ten slotte behaalde Sophocles de overwinning. Door een derden tooneelspeler toe te voegen aan de twee, waarvoor de stukken van Aeschylus berekend waren, is hij in staat de handeling belangwekkender, de dialogen meer afwisselend te maken. Zonder in het alledaagsche te vervallen, staan de personen in zijne stukken ons nader dan bij Aeschylus; de geheele handeling ontwikkelt zich als van zelf en de afloop wordt op natuurlijke wijze voorbereid door de voortreffelijk geschilderde karakters, die hij soms door welberekende tegenstellingen nog scherper doet uitkomen; ook in hun taal, hoewel altijd edel en verheven, is alle duisterheid en onduidelijkheid vermeden. Met zijne 115 (volgens anderen 123 of 130) stukken behaalde hij 20 of 24 maal den eersten en zeer dikwijls den tweeden prijs. Wij bezitten er van nog 7 stukken in hun geheel, benevens een groot aantal fragmenten. Het zijn de volgende: Antigone (441), Oedipus Tyrannus, Aias, Trachiniae, Electra (± 413), Philoctetes (409), Oedipus Coloneus.

[Ontleend aan: Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid, door Dr. J.G. Schlimmer en Dr. Z.C. de Boer; 2e druk herzien door Dr. Z.C. de Boer en Dr. C.G.Th.W. Koch; 3e druk herzien door Dr. C.G.Th.W. Koch. Haarlem, De Erven F. Bohn, 1920.]


 


Biografie 2

Ontleend aan:
Het Griekse treurspel
Aeschylus. Sophocles. Euripides.
Dr. G.F. Diercks
Haarlem 1952
N.V. Drukkerij De Spaarnestad

   Sophocles werd omstreeks 496 v. Chr. geboren in het dorpje Colonus, iets ten noorden van het oude Athene. Zijn vader was een welgesteld industrieel, die zijn zoon een perfecte opvoeding liet geven. Reeds als knaap muntte hij uit in begaafdheid en schoonheid. In 480 bij de feestelijkheden wegens de overwinning bij Salamis viel hem de eer te beurt de zegerei der knapen te mogen aanvoeren.
   In de periode van 472 tot 469 trad hij voor het eerst als toneeldichter op en reeds in 468, nog geen dertig jaar oud, wist hij zijn eerste overwinning te behalen, nog wel op den onoverwinnelijk geachten Aeschylus. In totaal heeft hij niet minder dan vierentwintig maal den eersten prijs behaald en nooit heeft hij, aldus de overlevering, met den derden en laatsten prijs genoegen behoeven te nemen. Men mag zeggen dat Sophocles, vooral sinds het heengaan van Aeschylus, tot zijn dood het Atheense toneel heeft beheerst en de lievelingsauteur van zijn tijdgenoten is geweest. Aan hem gaven zij boven alle anderen de voorkeur en zij overlaadden hem, om hem ook op deze wijze hun hulde te betuigen, met officiële functies en eretitels. Naar best vermogen heeft Sophocles zich, hoewel hij zich geenszins tot staatsman of veldheer geroepen voelde, van deze taken gekweten. Verschillende sympathieke anecdoten getuigen hiervan, evenals van zijn beminnelijkheid in den dagelijksen omgang. Hij beleefde veel liefdesavonturen en voelde zich als grijsaard verlicht, van dezen „dollen en wilden meester" bevrijd te zijn. De enige dissonant, die althans tot ons doorklinkt, betreft dan ook zijn huwelijksgeluk. Op hogen leeftijd werd hij door zijn zoon lophon aangeklaagd wegens verwaarlozing van zijn financiële aangelegenheden. Hij moest, zo eiste deze, onder curatele worden gesteld! Sophocles zou toen door het voorlezen van een gedeelte uit zijn „Oedipus te Colonus", waaraan hij juist werkte, de rechters er van hebben overtuigd dat hij wel degelijk over al zijn geestelijke vermogens beschikte en vrijgesproken zijn. De achtergrond van heel deze affaire is waarschijnlijk deze, dat Sophocles zijn onwettige nakomelingschap bij een zekere Theoris begunstigde ten nadele van zijn vrouw Nicostrate en de kinderen die hij bij haar had, waarvan Iophon er een was.
   Hoe dit ook moge zijn, tot het laatst van zijn leven is Sophocles helder en vruchtbaar van geest gebleven. Tot het laatst ook is hij zijn vaderland, dat hij ondanks diverse uitnodigingen nooit verliet, trouw gebleven. In zijn vlak voor zijn dood geschreven en pas daarna voor het eerst opgevoerde „Oedipus te Colonus" verheerlijkt hij in een ontroerend koorlied de schoonheid van zijn geboortedorp en het begenadigde Attica. Een gelukkig lot bespaarde hem de droeve belevenis van de militaire en politieke ineenstorting van zijn vaderland op het eind der vijfde eeuw. Hij stierf in den herfst van het jaar 406. Hij werd bijgezet in zijn familiegraf aan den weg naar Decelea, onder den rook van Athene.