REISGIDS BERGAMA




Algemene informatie over Turkije en Bergama

...

Geschiedenis

Het Turkije van vůůr de komst der Turken wordt doorgaans Klein-AziŽ of AnatoliŽ genoemd. AnatoliŽ heeft een voorgeschiedenis die vele duizenden jaren teruggaat, waarin volkeren als Hettieten, PhrygiŽrs, LydiŽrs, UrarteŽrs, ArmeniŽrs en Grieken een grote rol hebben gespeeld.
In de 2e eeuw v. Chr. kwam AnatoliŽ in de invloedssfeer van het Romeinse Rijk. AnatoliŽ was de eerste provincie van het Romeinse Rijk waar een groot deel van de bevolking overging tot het christendom. Toen het westelijk deel van het Romeinse Rijk in verval raakte (omstreeks 400 na Chr.), werd AnatoliŽ deel van het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk, met Constantinopel als hoofdstad.
In die periode maakte de reeds eerder begonnen hellenisering grote vooruitgang. Het gebied werd grotendeels Griekstalig, met uitzondering van het oostelijke deel waar de Koerden en ArmeniŽrs hun eigen taal behielden.
De Turken in het huidige Turkije zijn de afstammelingen van Oghuz-stammen die vanuit Centraal-AziŽ naar AnatoliŽ zijn getrokken. In 1071 versloeg de Seltsjoekse leider Alp Arslan de Byzantijnse keizer Romanus IV in de Slag van Malazgirt. Dit resulteerde in de stichting van een Seltsjoeks sultanaat rond de stad Konya.
In 1176 deed de Byzantijnse keizer Manuel I een laatste poging om de in Centraal-AnatoliŽ gevestigde Seltsjoeken te onderwerpen, maar zijn leger werd in de slag bij Myriokephalon vernietigend verslagen. Toen westelijke kruisvaarders in 1204 Constantinopel veroverden, raakte het Byzantijnse rijk zodanig verzwakt, dat in de komende eeuw vrijwel geheel AnatoliŽ in handen van de Turken viel.
In 1453, ongeveer 200 jaar na de stichting van het Ottomaanse Rijk, veroverden de Turken Constantinopel. Deze stad werd de nieuwe hoofdstad van het Rijk. Dit luidde een periode in van culturele bloei en verovering van en heerschappij over grote delen van het Midden-Oosten, de Balkan en Noord-Afrika.
Het Ottomaanse Rijk kende zijn bloeitijd in de zestiende eeuw. Daarna trad het verval langzaam in en heroverden Oostenrijk en Rusland grote delen van het Ottomaanse grondgebied.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kozen de Ottomanen partij met Duitsland, Oostenrijk en Bulgarije. Zij verloren de oorlog. De Ottomanen werden teruggedrongen tot hun kerngebied in AnatoliŽ. Tijdens en kort na de oorlog werden diverse bevolkingsgroepen, zoals de Grieken, ArmeniŽrs, AssyriŽrs gedwongen te verhuizen. Vele ArmeniŽrs kwamen hierbij om het leven. Er woedt thans, 90 jaar na dato, een hevige discussie of er hierbij sprake is van uitlokking en volkerenmoord. Het officiŽle Turkse standpunt is dat er bij elke bevolkingsgroep tijdens WO1 in AnatoliŽ slachtoffers vielen en geen ervan heeft exclusiviteit ten aanzien van genociden. Buiten Turkije wordt het echter algemeen gezien als volkerenmoord.
Het Sykes-Picotverdrag (1916) en het Verdrag van SŤvres (1920) regelden de verdeling van het Ottomaanse Rijk onder de overwinnaars. Daar dit laatste verdrag feitelijk het einde van een Turkse staat op AnatoliŽ inhield werd het door de Turken niet geaccepteerd. Het westelijk deel van AnatoliŽ werd Grieks, zuidelijke delen kwamen onder Italiaans, Brits en Frans controle. Voor de Turken was slechts het noordelijk deel gereserveerd. De Turken namen het daarom in de Turkse onafhankelijkheidsoorlog op tegen de geallieerden. Het was de legerleider Mustafa Kemal (die later de naam Ataturk aan zou nemen) die een bepalende rol speelde.
Hij tekende ook de Vrede van Lausanne (1923), die een eind maakte aan de oorlog en de grenzen van het nieuwe Turkije vastlegde. Hij stichtte op 29 oktober 1923 de Republiek Turkije.
Mustafa Kemal lanceerde hierna zijn politieke visie, het kemalisme geheten, die Turkije moest moderniseren. Zo werd het kalifaat afgeschaft, werd Turkije seculier (1928), veranderde het schrift van Arabisch naar Latijns, werd traditionele kleding afgeschaft en werd de hoofddoek verboden in openbare ruimtes.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Turkije lange tijd neutraal omdat eerdere oorlogen (bijvoorbeeld Balkanoorlogen en een jaar later de Eerste Wereldoorlog) haar veel ellende en leed hadden bezorgd, maar in februari 1945 verklaarde het - voornamelijk symbolisch - Duitsland en Japan de oorlog. In 1952 traden Turkije en Griekenland tegelijkertijd toe tot de NAVO. Hierdoor kreeg de NAVO toezicht op de Bosporus - een belangrijke scheepvaartroute voor de Russen.

Vanaf het jaar 1980 strijden de separatistische Koerden in Oost-Turkije voor (gedeeltelijke) autonomie. Turkije erkent hun cultuur wel maar separatisme is verboden. Koerdisch onderwijs werd niet door de staat verzorgd totdat rebellenleider Abdullah ÷calan opgepakt werd door Turkse commando's in Kenia. Lange tijd werd zelfs het gebruik van de Koerdische taal verboden. De Koerdische groepering PKK (Partiya Karkeren Kurdistane) - Arbeiders Partij Koerdistan) voerde jarenlang een guerrilla, maar na de arrestatie van hun leider ÷calan is de guerrilla geluwd. Op 4 april 2002 besloot de partij de gewapende strijd op te geven, echter deze werd enkele maanden later alweer opgepakt. De organisatie is als een terroristische groepering aangeduid in de Europese Unie, de Verenigde Staten, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en vele andere landen zoals Turkije. In april 2008 werd de EU echter door het Europese Gerecht van eerste aanleg gelast deze beslissing ongedaan te maken, niet omdat de organisatie van karakter was veranderd maar omdat er procedurefouten waren gemaakt. In januari 2009 werd de PKK weer opgenomen op de terreurlijst van de Europese Unie.

Sinds 2003 is in Turkije de partij AKP aan de macht met premier Recep Tayyip Erdogan.

Sinds 3 oktober 2005 onderhandelen Turkije en de Europese Unie over toetreding van Turkije tot de EU.

Actuele ontwikkelingen

...

Bevolking

Bij het begin van de 20e eeuw telde het gebied dat nu Turkije is 12 miljoen inwoners; dat aantal is nu ruim vervijfvoudigd. In Turkije wonen er 76.805.524 (2009) mensen. Hiervan zijn 73% Turken, 21% Koerden, 2% Tsjerkessen, 2% Arabieren, 0,5%Lazen, 0,1% SyriŽrs, 0,06% ArmeniŽrs en 0,01% Abchazen. De Turkse bevolking is relatief jong met 25.5% in de groep 0 tot 15 jaar.

Taal

In Turkije is Turks (90,5%) de enige officiŽle taal. Tot de vele minderheidstalen behoren Koerdisch (18,6%), Arabisch (3%), Armeens, Aramees, Zaza(ki), Lazisch, Georgisch, Adyghe, Ladino en andere. Het Turks kwam met de naar het westen trekkende nomaden ongeveer in de tiende eeuw in Klein-AziŽ. Sinds 1928 wordt het Turks volgens het Latijns alfabet geschreven. Het huidige Turks heeft veel leenwoorden overgenomen uit het Frans en het Arabisch. Tot in het westen van China wordt op de Kaukasus en in Centraal-AziŽ nog door miljoenen mensen een Turkse taal gesproken. In het oosten van Turkije worden Koerdische dialecten gesproken. De tot dan toe verboden Koerdische taal mocht door de overheid in 1991 weer in het openbaar worden gebruikt.

Religie

Turkije is te karakteriseren als een islamitisch land. Dit uit zich in het feit dat het grootste deel van de bevolking een soennitische vorm van islam aanhangt. De islam is een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Zo kent Turkije de meeste moskeeŽn ter wereld en nationale feestdagen zijn gebaseerd op belangrijke islamitische dagen (Offerfeest, Suikerfeest). Besnijdenissen zijn vaak feestelijke gebeurtenissen. Politieke partijen met een islamitisch-rechtse signatuur doen het goed bij verkiezingen. Daarnaast hangt een aanzienlijk deel het alevitisme aan (ca. 20% / 15 miljoen) en in geringe mate komt nog het christendom voor.

Islam

Tot 1923 was de islam de officiŽle staatsgodsdienst van het toenmalige Ottomaanse Rijk. Met de oprichting van de Turkse republiek in 1923 werden Staat en religie van elkaar gescheiden en de islam als officiŽle godsdienst afgeschaft. Zo werd de Ottomaanse sharia afgeschaft, polygamie verboden en werden er westerse kledingsvoorschriften ingesteld voor mannen en vrouwen in openbare functies. Dit alles in het kader van de kemalistische staatsideologie (kortweg kemalisme). Alle godsdienstige zaken werden voortaan ondergebracht en gereguleerd via een religieuze instelling, de Diyanet. Dit leidde ertoe dat de scheiding tussen Staat en religie de facto onmiddellijk weer werd opgeheven. Tegenwoordig is de Diyanet uitgegroeid tot een Directoraat van Godsdienstzaken (Diyanet Isleri Baskanligi) die de islamitisch-kemalistische religieuze zeggenschap onder het volk verder moet waarborgen en reguleren, bijvoorbeeld door op alle openbare en particuliere scholen lessen in de islam verplicht te stellen. Het Directoraat van Godsdienstzaken heeft een overheidsbudget dat vergelijkbaar is met die van andere grote ministeries. Aan het hoofd van de Diyanet staat de grootmufti van Turkije, terwijl via een hiŽrarchisch landelijk netwerk lokale moefti's zijn aangesteld. Alle imams die via het directoraat worden opgeleid zijn officieel ambtenaar.
De Diyanet heeft ook buitenlandse takken, waarmee invloed en zeggenschap wordt uitgeoefend op de in het buitenland wonende moslims. De Nederlandse Diyanet staat bekend als de Islamitische Stichting Nederland. Het merendeel van de Turkse moskeŽen in Nederland maken hiervan deel uit.
De vergaande profilering van de islam in het dagelijks leven botst vaak met de uigangspunten van het leger, dat vooral een gematigd soennitische vorm van islam nastreeft. Zo moest in 1997 de eerste islamitische minister-president van Turkije, Necmettin Erbakan, zijn politieke activiteiten onder druk van het leger staken. Ook zijn er spanningen geweest tussen het leger en de daaropvolgende islamitisch georiŽnteerde politici.

Christendom

Van oudsher komt ook het christendom, en in beperkte mate het jodendom, voor in Turkije. Het gaat dan vooral om Grieken, Armeniers, ArameeŽrs en AssyriŽrs die voor de komst van de Turken al in deze streken leefden. Naar schatting heeft de Grieks-Orthodoxe Kerk, de Armeens-Orthodoxe Kerk en het jodendom, bij elkaar 0,2% aanhangers in Turkije. Begin twintigste eeuw bedroeg het aantal christenen in het Ottomaanse rijk nog 30% van de bevolking. In de 20e eeuw liep dat aantal sterk terug, enerzijds doordat het Ottomaanse Rijk in de Balkanoorlogen (1912-1913) grondgebied verloor waar veel christenen woonden en anderzijds door verbanning, emigratie, volkerenmoord en vervolging.
In de eerste eeuwen na Chr. was het huidige Turkije een bloeiend kerkelijk gebied onder de leiding van Constantinopel. Het orthodoxe Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel is nog steeds gevestigd in Istanboel. De katholieken van Armeense, Chaldeeuwse, Byzantijnse en Latijnse ritus hebben ieder hun eigen hiŽrarchie. Sinds 1960 bestaan diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en het Vaticaan en in 1966 werd een apostolische nuntiatuur opgericht.

Klimaat en landschap

Turkije ligt niet alleen cultureel, maar ook qua klimaat op een kruispunt. Het Oosten van het land en centraal-AnatoliŽ bezitten een uitgesproken landklimaat met zeer hete zomers en ijskoude winters waarin zeer veel sneeuw kan vallen. De gebieden langs de Middellandse Zee hebben een mediterraan klimaat terwijl de noordkust een warm zeeklimaat heeft. Het Zuidoosten, uitgezonderd het berggebied in het extreme Zuidoosten, is overwegend droog en plaatselijk zelfs woestijnachtig; Turkije heeft gedeelten met zeer weinig neerslag, waar dan ook zoutmeren zijn gevormd. Vanaf Izmir gaande van West naar Oost neemt de hoeveelheid neerslag langzaam af, maar langs de noord- en zuidkust valt relatief veel regen, met name in het noordelijk kustgebergte.
Turkije ligt gemiddeld meer dan 800 m boven zeeniveau en kent een groot aantal geÔsoleerde gebergten die het lokale klimaat sterk beÔnvloeden. Aan de noordzijde zijn dit onder meer de Uludag bij Bursa (2560 m (dag of daglari is Turks voor gebergte), het noordelijk kust- of regengebergte oostelijk en westelijk van Samsun (toppen tot 1775 m), KaragŲl dag (3025 m), Zigana dag (3000 m), Soganli dag (3385 m) bij Giresun, Rize daglari (3711 m), Kackar dag (3937 m) bij Trabzon (het klassieke keizerrijk Trebizonde). Aan de zuidzijde liggen langs de kust het Mentese Dag (1750 m), het Ak dag (3025 m) en de zeer uitgestrekte Toros Daglari (3585 m) en de Aladag (3734 m). GeÔsoleerd liggende gebergten in het oosten die een duidelijk eigen klimaat hebben, zijn de SŁphan dag (4404 m) noordelijk van het Vanmeer dat zelf op 1720 m hoogte ligt, het Ararat-massief (5165 m), de PalandŲken dag (3124 m), Sat daglari (3630 m) en de Cilo dag (4168 m) in het verre zuidoosten. De toppen van deze gebergten zijn vaak tot ver in het jaar besneeuwd, wat het omliggend gebied tot ver in het seizoen van smeltwater voorziet. In de streek rond Erzurum (op ca. 1850 m boven zeeniveau) duurt het groeiseizoen slechts 3-4 maanden: van juni tot september; de rest van het jaar ligt er sneeuw. De klimaatomstandigheden hoog in de Turkse bergen zijn goed te vergelijken met die in de Alpen, hoewel hitte en kou wel extremer kunnen zijn.
Kenmerkend voor Turkije zijn uitgestrekte vlakten die aan alle zijden afgebakend worden door de gebergten. Door deze vlakten slingeren rivieren die voor een groot deel nog helemaal natuurlijk zijn, dus met vlechtpatronen, stroomruggen, rivierduinen, veel moerassen. Die moerassen kunnen zich over grotere oppervlakten uitstrekken -- net als de stoffige zandwoestijnen in het centrale en zuidoostelijke deel. Centraal Turkije ontvangt weinig regen maar heeft anderzijds een sterke verdamping waardoor er middenin de driehoek Konya - Ankara - Kayseri een groot zoutmeer, het Tuz GŲlŁ is ontstaan. In het westen lijkt het landschap op dat van Griekenland: deels met bos begroeid heuvelland, plaatselijk tot berglandschap, met veel kleinere en een enkele grotere rivier, de Menderes, ofwel Meander.
De flora van Turkije is buitengewoon rijk - volgens een recente lijst komen er 9222 verschillende soorten hogere planten voor. Dat kan alleen worden verklaard in samenhang met het hier boven beschreven scala aan geÔsoleerd liggende gebergten die als eilanden boven de tussenliggende (hoog)vlakten uitsteken. Die hoogvlakten zijn ook maar gedeeltelijk in cultuur gebracht, hoewel de afname van de oppervlakte aan 'woeste grond' snel verloopt. Maar Turkije bezit op veel plaatsen nog uitgestrekte moerassen met vele soorten gladiolen, lelie-achtigen en lipbloemigen. Op drogere plaatsen komen we de 391(!) soorten van het geslacht Astragalus tegen, dit zijn vlinderbloemigen die meestal gekromde kleine peultjes hebben. Ook verder zijn de vlinderbloemigen uiterst talrijk. Verder zijn distels in een ongelooflijke variatie en in de prachtigste kleuren gewoon. Toorts-soorten zijn er tientallen terwijl ook klaversoorten zeer verspreid zijn. De klokjesbloemenfamilie is door veel diep- en hemelsblauwe soorten vertegenwoordigd net als die van de gentianen. Zeer soortenrijk zijn ook de orchideeŽn en de bolgewassen waaronder meerdere soorten tulpen. Nederland mag zichzelf dan als tulpenland beschouwen, alle tulpen die in Nederland worden gekweekt vinden hun oorsprong in Turkije en de aangrenzende landen. Bolgewassen zijn namelijk bij uitstek verbonden met drogere streken en daartoe kun je Nederland moeilijk rekenen. De diversiteit aan klimaten die Turkije heeft is natuurlijk ook een belangrijke factor voor de verscheidenheid aan plantensoorten; verder telt ook mee dat Turkije nooit onder een ijskap heeft gelegen zoals Nederland wel meemaakte. Weliswaar zijn de gletsjers in de bergen in die periode zeker groter geweest dan nu, maar de laaglanden en een groot deel van de hoogvlakten zijn steeds ijsvrij gebleven. Ook het feit dat de gebergten van Turkije geen gesloten muren vormen maar juist veel 'hiaten' vertonen zorgde dat planten uit allerlei streken vrij makkelijk naar Turkije konden migreren. Een recent boek over de flora van Turkije is dat van de Oostenrijker Gerhard Pils: Flowers of Turkey, met ca. 4000 foto's. De Turkse flora wordt bestudeerd door medewerkers van meerdere Turkse universiteiten, onder meer die van Istanboel en Erzurum. De Nederlander Carel Kreutz publiceerde een boek speciaal over de Turkse OrchideeŽn, eveneens met vele foto's.
De fauna van Turkije is nog niet uitputtend onderzocht hoewel de laatste 50 jaar belangrijke vorderingen zijn gemaakt. Grote zoogdieren en vogels die elders zeer zeldzaam zijn vindt men nog wel in Turkije, hoewel ook zij steeds meer onder druk staan: Europese wolf, bruine beer, vale gier, lammergier, steenarend, lannervalk en oehoe zijn enkele voorbeelden. Langs rivieren in het noordoosten vindt men de reuzenstern, terwijl in de meer mediterrane gebieden scharrelaar, hop, bijeneter en meerdere soorten ijsvogels voorkomen. Turkije is rijk aan vlinders en er komen talloze insecten voor: expedities van Nederlandse entomologen naar Turkije leverden in de afgelopen decennia tientallen nog niet beschreven soorten op.

Politiek

Volgens de in november 1982 per referendum goedgekeurde grondwet werd de president voor een periode van zeven jaar gekozen door het parlement, hij benoemt de ministers en de rechters en is tevens hoofd van de invloedrijke Nationale Veiligheidsraad. Na een referendum in 2007 wordt de president voor een periode van vijf jaar gekozen door het volk. De grondwet voorziet in ťťn kamer, de Nationale Assemblee, bestaande uit 550 leden, met algemeen kiesrecht gekozen voor een periode van vijf jaar. Politieke partijen die communisme, fascisme of religieus fundamentalisme aanhangen zijn verboden, evenals de separatistische gewapende groepering PKK.
Parlement: eenkamerparlement, 550 leden, vierjaarlijks gekozen, kiesdrempel 10%
Staatshoofd: president, gekozen voor 5 jaar door het parlement
President:
Premier:
Belangrijkste partijen: AK-partij (conservatief-democratisch), CHP (socialistisch), DP (progressief-liberaal), MHP (extreemrechts/nationalistisch), Moederlandpartij (conservatief-liberaal), SP (islamitisch)

Economie

Sinds 2001 neemt de regering in Ankara vergaande maatregelen om de economie te verbeteren. Daarvoor was er geen sprake van een voldragen vrijemarkteconomie: een groot deel was in handen van de staat, de inflatie was enorm, de openbare financiŽn functioneerden slecht, het overheidstekort was hoog en er was veel corruptie.



Maslak: financieel district

In 2000 en 2001 werd Turkije door een zware financiŽle en economische crisis getroffen. In mei 2001 werd Kemal Dervis binnengehaald als politiek onafhankelijk staatsminister voor de economie. Onder zijn leiding werd een indrukwekkend aantal economische hervormingen doorgevoerd, ondersteund door het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De bancaire sector werd geherstructureerd en er werd een begin gemaakt met de liberalisering van de energiesector.
Vanaf de tweede helft van 2003 heeft de Turkse regering veel wetten aangenomen die leidden tot verdere hervormingen. Een voorbeeld is de wet op de buitenlandse investeringen, die het investeringsklimaat voor buitenlanders sterk verbeterde.
De economische groei is gebaseerd op een aantal eigenschappen van Turkije zelf: een redelijk goed opgeleide, jonge bevolking, lage arbeidskosten en een kruisligging ten opzichte van Europa, AziŽ en het Midden-Oosten.

Munteenheid: 1 Turkse Lira (TL) = 100 kurus (Kr)
Koers 1 EUR = 2,175 TL (14 sept 2009)
BBP: 798 miljard US$ (9323 p.p. 2008)
Groei BBP: 7% (2006)
Staatsschuldquote: 37.1%
Werkloosheid: 9% (2008)
Landbouw: granen, katoen, zonnebloemen en andere oliegewassen, mais, suikerbieten, aardappelen, thee, wijn, noten, olijven, vijgen
Veeteelt: schapen, geiten, runderen, pluimvee
Delfstoffen: bruinkool, chroom, koper, borax, aardolie, aardgas, bauxiet, ijzer, mangaan
Industrie: vooral textielindustrie. Daarnaast ook levensmiddelen, staal-, automobiel-, papier-, elektronica-, petrochemische en chemische industrie.
Export: 132 miljard US$ (03 / 2007)
Exportproducten: halffabricaten 29%, kleding 26%, voedingsmiddelen 14%, auto's
Exportpartners: Duitsland (11,2%), Verenigd Koninkrijk (8,1%), ItaliŽ (7%), Frankrijk (5,6%), Rusland (4,4%), Spanje (4,3%)
Import: 125 miljard US$ (2006)
Importproducten: machines en transportmiddelen 39%, halffabricaten 18%, chemie 14%
Importpartners: Duitsland (15%), Japan (11%), ItaliŽ (8%)

Toerisme

Toerisme wordt in Turkije steeds belangrijker, vooral de badplaatsen langs de kusten zijn populair zoals o.a. Bodrum, Alanya, Marmaris, Kusadasi en Antalya ook wel bekend als de Turkse RiviŤra. Steden met veel cultuur en geschiedenis zoals Istanboel en Bursa zijn steden waar veel toeristen naar toe gaan. Bijzonder aan Turkije is dat er bijna alles te beleven valt, zoals in Saklikent: dit is een van de weinige plaatsen ter wereld waar men 's ochtends kan skiŽn en 's middags kan zwemmen.

Vervoer en verkeer

Luchthaven Istanbul Sabiha GŲkÁen
Spoorwegen: 8682 km, waarvan 1524 km geŽlektrificeerd, steden die goed te bereiken zijn via het spoor, onder andere: Istanboel, Ankara, Izmir, Adana, Konya, Eskisehir, Karaman, Gaziantep, Diyarbakir, Samsun, Malatya, Elazig, Sivas, Mersin en Izmit
Wegennet: 386 000 km, waarvan meer dan 1/3 verhard
Havens: Gemlik, Hopa, Iskenderun, Istanboel, Izmir, Izmit, Icel (Mersin), Samsun, Trabzon, Antalya, «esme
Internationale vliegvelden o.a.:
Luchthaven Antalya
Luchthaven Bodrum Milas
Luchthaven Izmir Adnan Menderes
Luchthaven Istanbul AtatŁrk
Luchthaven Istanbul Sabiha GŲkÁen
Luchthaven Kayseri Erkilet
Luchthaven Trabzon



Plattegrond van Bergama



Geschiedenis van Bergama

Bergama heette vroeger, toen het Grieks was, Pergamon, en de Romeinen noemden de stad Pergamum. Pergamon betekent 'burcht'.
De 335 meter hoge heuvel werd al in oeroude tijden bewoond. Er zijn resten gevonden uit de prehistorie en uit de archaÔsche tijd.
De Griekse schrijver Xenophon is de eerste schrijver die Pergamon vermeldt: in het jaar 400 voor Chr. was Pergamon in het bezit van de familie van Gongylos uit Eretria (Xen. An. 7,8,8; Hell. 3,1,6).
In 334 voor Chr. stak Alexander de Grote de Dardanellen over en trok AnatoliŽ binnen. Hij versloeg de Perzische koning Darius III en maakte zo een einde aan de Perzische overheersing in Klein-AziŽ. Alexander de Grote stierf in 323 voor Chr. in Babylon. Na zijn dood viel zijn rijk uiteen: zijn generaals betwistten elkaar de macht. Lysimachos en daarna Antiochos waren formeel heersers over het gebied waar Pergamon in ligt, maar in feite was Philetairos van Tios de baas. Philetairos bewaarde en bewaakte in de burcht een staatskas voor Lysimachus, maar ook onder Antiochos bleef hij de burchtheer en heerser van Pergamon en wijde omgeving. Waarschijnlijk maakte Philetairos al een begin met het bouwen van de stadsmuren op de halve hoogte van de berg en bouwde hij ook de tempels van Athena en Demeter.


Portret van Philetairos

Eumenes I (263 - 241 voor Chr.)

Portret van Eumenes I (RMO, Leiden) (foto van Jona Lendering)

Na de dood van Philetairos in 263 voor Chr. kreeg zijn neef Eumenes de macht in handen. Eumenes versloeg Antiochos I in 261 voor Chr. en maakte Pergamon daarmee formeel zelfstandig. Hij breidde het kleine rijk naar alle kanten uit.

Attalos I (241 - 197 voor Chr.)
In een aantal veldslagen versloeg Attalos de Galaten en de Seleuciden. Vandaar dat hij de bijnaam 'Soter' kreeg, 'de Redder'. Hij stabiliseerde de macht van het Pergameense rijk, o.a. door een goede relatie met de nieuwe grootmacht Rome tot stand te brengen.

Portret van Attalos I

Eumenes II (197 - 159 voor Chr.)

Portret van een Hellenistisch heerser, misschien Eumenes II
(Nationaal Archeologisch Museum, Athene) (foto van Marco Prins)

Na de dood van Attalos I volgde zijn oudste zoon hem op. Eumenes II zette de vrienschappelijke betrekkingen met Rome voort. De koning boekte vele successen, zowel op militair als op politiek terrein. Hij verruimde de grenzen van het koninkrijk tot aan BithyniŽ en CappadociŽ. Deze periode geldt als de Gouden Eeuw van Pergamon. Kunstenaars, dichters, filosofen en wetenschappers verzamelden zich in de stad, die met allerlei nieuwe gebouwen werd vergroot en verfraaid. Eumenes voltooide de bouw van het altaar van Zeus en breidde de bibliotheek uit. De zalen van het gebouw werden van zoveel kunstwerken voorzien, dat zij op musea leken.

Attalos II (159 - 138 voor Chr.)
Na de dood van Eumenes II besteeg zijn broer de troon als Attalos II. (De enige zoon van Eumenes was op dat moment nog maar twaalf jaar oud.) Hij was een krachtig en kundig heerser met een grote kennis van militaire zaken. Op aandringen van zijn broer was hij met diens weduwe getrouwd. Omdat hij zijn broer onder alle omstandigheden trouw bleef werd hij 'Philadelphos' genoemd, 'hij die van zijn broer houdt'. Hij streefde naar voortzetting van de goede betrekkingen met Rome, en ook hij liet vele openbare werken verrichten. Zo liet hij de haven van Efese uitbaggeren; ook bouwde hij een Stoa in Athene.

Attalos III (138 - 133 voor Chr.)
Na de dood van Attalos II werd zijn neef koning. Attalos III kreeg als bijnaam 'Philometer', 'hij die van zijn moeder houdt': hij adoreerde zijn moeder Stratonike.


Portret van Attalos II of III
(Metropolitan Museum of Art, New York; foto van Marco Prins)

Attalos III liet de staatszaken het liefst over aan zijn vertrouwelingen. Hij was meer geÔnteresseerd in biologie en zoŲlogie. Hij onderzocht de werking van kruiden en stelde medicijnen samen. Hij plantte giftige kruiden in zijn tuin en probeerde die uit op veroordeelden en ernstig zieken. Toen na de dood van zijn moeder ook zijn vrouw Berenike stierf, werd de koning extreem achterdochtig. Hij geloofde dat de sterfgevallen door vergif waren veroorzaakt en liet vele mensen ombrengen. Attalos was ook werkzaam als beeldhouwer. Hij stierf, terwijl hij aan een beeld van zijn moeder werkte. In overeenstemming met zijn laatste wens ('Populus Romanus bonorum meorum heres esto') werd de regering overgedragen aan de respublica Romana.

De Romeinse periode (133 voor Chr. - 395 na Chr.)

Tijdens de regering van keizer Tiberius (14-37) werd de stad, die door aardbevingen was beschadigd, herbouwd.
Trajanus (98-117) begon zelf met de bouw van de te zijner ere opgerichte tempel, maar de konstruktie werd pas voltooid tijdens de regeringsperiode van Hadrianus (117-138). Ook het Serapeion (de 'rode basilica') stamt uit deze tijd.
Tijdens zijn terugkeer van een veldtocht in ThraciŽ had keizer Caracalla (211-217) een ernstig ongeluk en kwam naar Pergamum om in het Asklepium te worden behandeld. Na zijn voorspoedig herstel verleende hij uit dankbaarheid financiŽle steun aan de tempels van de stad. Hij liet de Dionysos-tempel, die zich aan de voet van het theater bevindt, met marmer bekleden.

De Byzantijnse periode (395 - 1306)

In deze periode bleef Pergamon een belangrijke stad. Wel liep langzaam het aantal inwoners terug en werd allengs een kleiner oppervlak bewoond.
Eťn van de zeven kerken, die door de apostel Paulus in AnatoliŽ werden gevestigd, bevond zich in Pergamon. In het jaar 380, tijdens het bewind van Theodosius, werd het Christendom de officiŽle staatsgodsdienst.

De Turkse periode (1306 - heden)

In het jaar 1306 werd Bergama door de Turken ingenomen. Vanaf 1345 behoorde de stad tot het Osmaanse rijk.
Aan het eind van de 14e eeuw plunderde Timoer Lenk de stad en liet alle Turken en Grieken die te vinden waren doden.
Bergama ontwikkelde zich sterk tijdens de 15e eeuw. Men bouwde moskeeŽn, koranscholen en herbergen.
In 1919 werd Bergama door de Grieken bezet, in 1922 door de Turken heroverd. Ingevolge het verdrag van Lausanne verlieten de Griekse bewoners de stad, Turkse immigranten uit Griekenland namen hun plaats in.
Tegenwoordig is Bergama van belang voor de landbouw en het toerisme.


De opgravingen

Toen de spoorweg-ingenieur Carl Humann in de periode van 1868-1875 door West-AnatoliŽ reisde, kwam hij ook naar Bergama en bezocht de Akropolis. Tijdens de aanleg van de spoorlijn Dikili-Bergama deed hij enig onderzoek in Bergama. Hij liet een fries en een stuk materiaal met een inscriptie naar Berlijn zenden voor nauwkeuriger onderzoek. Men kwam tot de conclusie dat het fries bij het altaar van Zeus had behoord. De directeur van het museum van Berlijn, Alexander Conze, bood Carl Humann de mogelijkheid opgravingswerkzaamheden in Bergama te verrichten en op 17 augustus 1877 kreeg de laatste de benodigde officiŽle toestemming.
De eerste opgravingen, die begonnen met de vondst van de plaats van het altaar van Zeus duurden van 1878 tot 1886. De werkzaamheden bestreken de hoogst gelegen agora, het theater, het terras, de Dionysostempel, het heiligdom van Athene, de Trajanustempel, de koninklijke paleizen en de waterleidingen. Daarbij werd de topografie van Pergamon onderzocht.
Friezen van het altaar van Zeus, enkele bouwelementen en beeldhouwwerken, die tijdens deze werkzaamheden werden gevonden, werden naar Duitsland overgebracht. Tegenwoordig zijn deze stukken te zien in het Pergamonmuseum in Berlijn. Het is vooral deze in barokke hellenistische stijl uitgevoerde sculptuur, die Pergamon bekend en beroemd heeft gemaakt.
De tweede periode van werkzaamheden duurde van 1900-1913 onder leiding van Wilhelm DŲrpfeld, die Troje blootlegde.
Sinds die tijd zijn Duitse en Turkse archeologen bezig met opgravingen en onderzoek. Af en toe werden en worden hun activiteiten onderbroken door wereldoorlogen en geldgebrek.


 

De bezienswaardigheden van Bergama

Het antieke Pergamum (Tekening van Bohn en Koch, 1886)

Het altaar van Zeus

Toen de spoorweg-ingenieur Carl Humann in de periode van 1868-1875 door West-AnatoliŽ reisde, kwam hij ook naar Bergama en bezocht de Akropolis. Tijdens de aanleg van de spoorlijn Dikili-Bergama deed hij enig onderzoek in Bergama. Hij liet een fries en een stuk materiaal met een inscriptie naar Berlijn zenden voor nauwkeuriger onderzoek. Men kwam tot de conclusie dat het fries bij het altaar van Zeus had behoord. De directeur van het museum van Berlijn, Alexander Conze, bood Carl Humann de mogelijkheid opgravingswerkzaamheden in Bergama te verrichten en op 17 augustus 1877 kreeg de laatste de benodigde officiŽle toestemming.
De eerste opgravingen, die begonnen met de vondst van de plaats van het altaar van Zeus duurden van 1878 tot 1886. De werkzaamheden bestreken de hoogst gelegen agora, het theater, het terras, de Dionysostempel, het heiligdom van Athene, de Trajanustempel, de koninklijke paleizen en de waterleidingen. Daarbij werd de topografie van Pergamon onderzocht.

Friezen van het altaar van Zeus, enkele bouwelementen en beeldhouwwerken, die tijdens deze werkzaamheden werden gevonden, werden naar Duitsland overgebracht. Tegenwoordig zijn deze stukken te zien in het Pergamonmuseum in Berlijn. Het is vooral deze in barokke hellenistische stijl uitgevoerde sculptuur, die Pergamon bekend en beroemd heeft gemaakt.

Het altaar werd gebouwd tijdens de regeringsperiode van Eumenes II (197-159 voor Chr.) ter nagedachtenis van de overwinning op de Galaten. De buitenzijde was versierd met friezen met afbeeldingen van de Gigantomachie, de strijd tussen de Olympische goden en de Giganten. Aan de binnenzijde van de muren waren lage platen met reliŽfs, die het leven van Telephos, de legendarische grondvester van Pergamon, uitbeeldden.

Het altaar van Zeus, Pergamon Museum, Berlijn

De bibliotheek

Eumenes II wilde van Pergamon een centrum van kunst en wetenschap maken. Hij liet kunstenaars en wetenschappers naar de stad komen en bouwde een grote bibliotheek. Uiteindelijk bevonden zich ongeveer 200.000 geschreven documenten in de bibliotheek van Pergamon. In de bibliotheek stonden ook beelden, o.a. van Homerus en Sappho.
Het viel in die tijd niet mee om boeken te verzamelen. Zo vertelt Strabo, dat ene Neleus de boeken van Aristoteles en Theophrastos verborgen hield. Zowel de bibliotheek van Pergamon als de nog beroemdere van AlexandriŽ waren naar deze stukken op zoek. Tenslotte bemachtigde Pergamon ze door de erfgenamen van Neleus goud van hetzelfde gewicht als van de boeken aan te bieden.
Egypte beperkte daarop de toevoer van papyrus naar Pergamon. Papyrus was destijds het meest gebruikte materiaal om op te schrijven en de maatregel leverde grote problemen op. Krates, een kunstenaar uit Sardes prepareerde geitevellen waarop geschreven kon worden. Dit nieuwe papier werd naar Pergamon genoemd: 'Pergamenae chartae'. In de loop van de tijd veranderde de naam in perkament. Perkament bleek handiger in het gebruik en van een langere levensduur dan papyrus. In Rome werd het perkament al snel geprefereerd om deze eigenschappen. De werken uit de oudheid werden in het vervolg op perkament herschreven en vermenigvuldigd.
In het jaar 47 voor Chr. ging de bibliotheek van AlexandriŽ tijdens een oorlog door brand voor een groot deel verloren. In 41 voor Chr. werd de bibliotheek van Pergamon - als geschenk van Marcus Antonius aan Cleopatra - naar AlexandriŽ verhuisd. Later werd alles in een grote brand vernietigd. Ondanks het verlies van de boeken behield Pergamon haar status als centrum van wetenschap en educatie.

De tempel van Trajanus

Deze tempel werd gebouwd ter ere van de Romeinse keizer Trajanus (98 - 117). Het gebouw werd voltooid tijdens de regeringsperiode van zijn opvolger Hadrianus (117 - 138).

De tempel van Trajanus

Het theater

Het theater van Pergamon is een van de best bewaard gebleven theaters uit de oudheid. Het theater stamt uit de Hellenistische periode en biedt plaats aan 10.000 toeschouwers. Volgens de inwoners van Bergama is dit het steilste theater ter wereld. Aanvankelijk werd er bij opvoeringen een tijdelijk houten podium in het theater geplaatst, om de toegang tot de aangrenzende tempel van Dionysos niet te blokkeren. De Romeinen bouwden een stenen podium.

De tempel van Dionysos

Rechts aan de voet van het theater ligt de tempel van Dionysos


De tempel werd gebouwd in de 2e eeuw voor Chr. De Romeinen herbouwden de tempel. Na een grote brand werd de tempel gerestaureerd door keizer Caracalla, die de stad goed gezind was, omdat Pergameense artsen hem na een ernstig ongeval weer volledig hadden doen herstellen.


De rode basilica (Het Serapeion)

De tempel werd waarschijnlijk in de tijd van Hadrianus (117-138) gebouwd. Vanwege de rode bakstenen wordt het gebouw wel 'de rode hof' of 'de rode basilica' genoemd. De tempel staat bekend als de grootste die tijdens de Romeinse periode in AnatoliŽ werd gebouwd. Het tempelterrein, de temenos, besloeg een gebied van 260 bij 100 meter, terwijl de afmetingen van de tempel 60 bij 26 meter waren. De muren waren bijna 19 meter hoog.
Het complex, waar de tempel deel van uitmaakte, bestond uit een rechthoekig gebouw en twee ronde torenachtige gebouwen aan weerszijden ervan. De ronde gebouwen hadden een diameter van 15 meter en waren 19 meter hoog. Vůůr en langs deze gebouwen lagen binnenhoven, omgeven door zuilengalerijen. Het dak boven de galerijen werd gedragen door kariatiden (zuilen in de vorm van menselijke figuren). Aan de achterzijde van de tempel bevond zich een naar buiten gerichte absis.

Op de voorgrond de rode basilica, en daarachter het moderne Bergama.

Vanwege de Egyptische stijl, en het feit dat er Egyptische godenbeelden zijn opgegraven, lijkt het wel zeker dat de tempel aan de Egyptische goden Serapis en Isis gewijd was.
De rivier de Selinus (tegenwoordig: Bergama «ayi) stroomde door de temenos. Voor de rivier werd een dubbelloopse tunnel van 9 m breed en 200 m lang gebouwd. Deze kanalen zijn nog steeds in goede konditie.
In de Byzantijnse tijd werd er een kerk in de rode hof gebouwd.

Het Asklepieion

We hebben hier te maken met een moeilijk woord. Asklepieion of Asklepion zijn Griekse namen, eventueel gespeld als Asclepeion en Asclepion, de Romeinse naam is Aesculapium. Asclepium zou dan wat mij betreft ook nog wel kunnen. Andere vormen zijn fout, maar waarom zou ik me daarover opwinden? Het is nu eenmaal een lastig woord.



Plattegrond van het Asklepieion

Het Asklepion ligt buiten Pergamon, in westelijke richting. In de 4e eeuw voor Chr. werd de cultus van Asklepios van Griekenland naar Pergamon overgebracht. Het gezondheidscentrum werd in die eeuw gesticht. Tijdens de opgravingen werden 18 bouwlagen ontbloot. Iedere latere laag toont een grotere opzet. Tenslotte werd dit een van de grootste en meest beroemde medische centra uit de oudheid. De vermaarde arts Claudius Galenus was hier werkzaam. De ruÔnes, die men heden kan bezichtigen stammen uit de tijd van keizer Hadrianus (117-138).

Het museum van Bergama

Uit het museum van Bergama

Uit het museum van Bergama: Romeinse mozaiekvloer



Akif Ersezgin Anadolu Lisesi

Foto's van de school

Naast de school een standbeeld van AtatŁrk



Mythen en legenden:

Bij Kox Kollum: http://www.koxkollum.nl :
Uit Kroon's mythologisch woordenboek :

Andromache
De beroemde gemalin van Hektor, uitmuntende door hare huwelijkstrouw en liefde voor haren echtgenoot. Zij was de dochter van EŽtion, die de aan den voet van het gebergte Plakos in het klein-Aziatisch landschap MysiŽ gelegen stad Thebe bewoonde, doch op ťťnen dag met zijne zeven zonen door Achilleus gedood werd. Hare moeder, die voor een groot losgeld uit de krijgsgevangenschap was losgekocht, kwam weldra om door de nooit missende pijlen van Artemis.
Andromache is de schoonste en edelste der vrouwenfiguren, die ons door Homeros worden geteekend. Haar afscheid van Hektor en hare weeklacht bij zijnen dood en bij den terugkeer van Priamos met het lijk, dat Achilleus hem had uitgeleverd, behooren tot de treffendste gedeelten der Ilias. Nadat Hektor door Achilleus gedood, Troje ingenomen en haar zoon Astyanax of Skamandrios van eenen toren nedergestort was, werd zij als gevangene naar ThessaliŽ medegevoerd door Pyrrhos of Neoptolemos, den zoon van Achilleus, wien zij drie zonen Molossos, Pielos en Pergamos schonk. Toen Pyrrhos later in Delphoi vermoord werd beval hij stervende dat Helenos, de zoon van Priamos, die hem ook als krijgsgevangene naar Griekenland gevolgd was, haar zou huwen. -
Volgens eene andere legende beval Thetis, de moeder van Achilleus den ouden Peleus om dit huwelijk te doen sluiten, terwijl zij er de troostvolle voorspelling bijvoegde, dat Molossos, de zoon van Neoptolemos en Andromache den roem van het geslacht der Aiakiden zou in stand houden door het rijk Molossia te stichten. Helenos aanvaardde te gelijk met de hand van Andromache de regeering, als voogd over de kinderen, die zij bij Neoptolemos had. Het was in dezen tijd, dat zij volgens den Romeinschen dichter Vergilius, door Aeneas bezocht werden. Met een harer zonen bij Pyrrhos, Pergamos, trok zij na den dood van Helenos naar klein-AziŽ, en kreeg in de door haren zoon gestichte en naar zijnen naam genoemde stad later een heiligdom.


Telephos (Telephus)
De zoon van Herakles en Auge. Kort na zijne geboorte werd hij te vondeling gelegd, doch door herders gevonden en opgevoed. Toen hij volwassen was geworden, deed hij bij het delphische orakel onderzoek naar zijne afkomst en kreeg bevel om naar MysiŽ tot koning Teuthras te reizen. Daar vond hij zijne moeder weder, en volgde later Teuthras in de regeering op. (Zie Auge.) Toen de Grieken op hunnen tocht naar Troje bij vergissing in MysiŽ landden, dreef hij hen terug, doch werd zelf door Achilleus gewond, daar Dionysos hem over eenen wijnstok struikelen deed. Deze verwonding had ten gevolge, dat de Grieken vernamen wie hij was, en wegens zijne grieksche afkomst hem uitnoodigden mede tegen Troje optetrekken. Hij weigerde aan dit verzoek te voldoen, daar hij gehuwd was met eene dochter [??; zuster; Kox] van koning Priamos, met name Astyoche, volgens sommigen echter Laodike geheeten. (Zie echter Laodike.) -
Zijne wonde wilde niet genezen, en daarom raadpleegde Telephos op nieuw het orakel, hetwelk hem antwoordde, dat alleen degeen, die de wond geslagen had, haar ook weder kon heelen. Hij ging daarop tot Agamemnon, die intusschen na den mislukten inval in MysiŽ naar Griekenland was teruggekeerd, en ging op raad van diens gade Klytaimnestra met haren kleinen zoon Orestes in de armen bij den haard als smeekeling zitten. Agamemnon herkende in hem, hoewel hij als bedelaar verkleed was, den overwinnaar der Grieken. Daar hij zelf intusschen een orakel gekregen had, dat de Grieken zonder de hulp van Telephos niet naar Troje zouden kunnen komen, beloofde hij hem zijne hulp, en door toedoen van Agamemnon stemde Achilleus er in toe Telephos te genezen. Hij schraapte roest van zijne lans in de wonde en deze genas terstond. Uit dankbaarheid hiervoor wees nu Telephos aan de Grieken den weg naar Troje. -
Hij werd te Pergamon en ook in het bosch op het Parthenion-gebergte in ArkadiŽ, waar hij te vondeling gelegd was, als heros vereerd.

Herakles met baby Telephos in zijn armen. Marmer, Romeinse kopie naar een Grieks origineel van de 4e eeuw voor Chr. Gevonden in de 16e eeuw in Campo de' Fiori in Rome. (Museo Chiaramonti)

Auge
Was de dochter van Aleos, den koning van Tegea in ArkadiŽ en Neaira. Een orakel had aan Aleos voorspeld, dat zijne zonen door dengene, die uit haar gesproten was, zouden gedood worden. Daarom maakte hij haar tot priesteres van Athena en dreigde haar te zullen dooden, zoo ze zich met eenen man verbond. Herakles echter kwam op zijnen tocht tegen Augeias bij Aleos, werd door dezen in den tempel van Athena ontvangen, en beschonken geworden zijnde verbond hij zich met Auge, die dientengevolge zwanger werd. Toen Aleos hare zwangerschap bemerkte, gaf hij haar over aan Nauplios, met last om haar in zee te werpen; deze liet zich echter door hare schoonheid roeren en geleidde haar naar den koning Teuthras van MysiŽ, die het verlaten meisje als zijn eigen kind aannam. Volgens sommige verhalen baarde zij onder weg haren zoon en werd deze met haar naar MysiŽ gevoerd, volgens andere had zij hem reeds in den tempel gebaard en verborgen en was het kind, toen het daar gevonden werd, op last van Aleos op het gebergte Parthenion te vondeling gelegd, waar het eerst door eene hinde gezoogd en later door herders gevonden werd, die het met zich namen om het optevoeden. Ook omtrent de ontvangst bij koning Teuthras zijn de overleveringen verschillend. Sommigen nemen aan, dat hij haar als kind aannam; anderen, dat hij haar tot zijne vrouw maakte. Dit laatste is evenwel niet te rijmen met het vervolg der legende, dat aldus luidt:
Nadat Telephos, zoo was het kind door de herders genoemd, volwassen was, vertrok hij om zijne moeder optezoeken. De godspraak van Delphoi zeide hem, dat hij haar in MysiŽ vinden kon. Teuthras was bij de aankomst van den jongeling in een zwaren oorlog gewikkeld; deze hielp hem de vijanden verslaan, waarvoor de geredde vorst den overwinnaar tot erfgenaam van zijn rijk benoemde en hem met de hand zijner pleegdochter, die hij als zijn eigen kind beschouwde, wilde beloonen.
Zoo geraakte Telephos in gevaar om onwetend zijne eigene moeder te huwen; gelukkig echter verzette zich Auge met zooveel standvastigheid tegen deze verbindtenis, dat zij zelfs naar een zwaard greep, om haren bruidegom, die zich in den huwelijksnacht niet wilde laten afwijzen, met geweld van zich aftehouden, of hem te dooden. Terwijl zij met elkander worstelden, kwam plotseling een vreeselijke draak in het vertrek, door de goden gezonden, en plaatste zich tusschen hen. Auge verschrikte zoo zeer over het monster, dat zij het zwaard liet vallen, hetwelk nu door den toornigen bruidegom werd gegrepen en waarmede hij de bruid wilde dooden. Thans riep Auge met luider stemme tot haren geliefden Herakles, dien ze nooit had kunnen vergeten en om wiens wil zij zich met geenen anderen man had willen verbinden, om hulp, en aan dezen angstkreet herkende de zoon plotseling de door hem gezochte moeder, en voerde haar met zich naar hun vaderland terug. -
Oorspronkelijk was Auge, d. i. "de lichte", "de stralende", de moeder van Telephos, d. i. "den ver schitterende" geheel dezelfde als Athena Alea, die te Tegea vereerd werd, maar toen het met de voorstellingen van eenen lateren tijd niet overeenkwam, dat Athena als moeder gedacht werd, scheidde men Auge als eene afzonderlijke persoonlijkheid van haar af, evenals dit b. v. geschied is met Artemis en Kallisto.


Bronnen

1. Wikipedia
2. De foto's komen van:
a. http://www.pbase.com/dosseman/bergama_turkey
b. of zijn gevonden via Google.
3. Tevhit KekeÁ: Pergamon (© Hitit Color. Istanbul 1999)
4. www.livius.org (© Jona Lendering)

Zie ook:
5. http://pbase.com/dosseman/root (Veel prachtige foto's van Turkije)



Teksten uit de oudheid over Pergamos/Pergamon/Pergamum/Bergama

1.
Xenophon: Anabasis Boek VII, hoofdstuk 8:
paragraaf 7 - 9:


jEnteu'qen ejporeuvonto dia; th'" Trw/avdo", kai; uJperbavnte" th;n   [Idhn eij"   [Antandron ajfiknou'ntai prw'ton, ei\ta para; qavlattan poreuovmenoi eij" Qhvbh" pedivon.
ejnteu'qen di  j  jAdramutivou kai; Kutwnivou oJdeuvsante", par  j   jA
tarneva eij" Kai?kou pedivon ejlqovnte" Pevrgamon katalambavnousi th'" Musiva".
jEntau'qa dh; xenou'tai Xenofw'n par  j  JEllavdi th'/ Gogguvlou tou'   jEretrievw" gunaiki; kai; Gorgivwno" kai; Gogguvlou mhtriv. ...

Vandaar gingen zij door de Troas, staken de Ida over en bereikten eerst Antandros, en daarna, langs de zee marcherend, de vlakte van Thebe.
Vandaar namen zij de weg door Adramution en Kutonion, kwamen via Atarneus in de vlakte van de KaÔkos en bereikten Pergamos (of Pergamon) in Musia.
Daar werd Xenophon als gast ontvangen door Hellas, de vrouw van Gongulos van Eretria en de moeder van Gorgion en Gongulos. ...

paragraaf 23:


[Epeita pavlin ajfiknou'ntai eij" Pevrgamon. ejntau'qa to;n qeo;n hjspavsato Xenofw'n:sunevpratton ga;r kai; oiJ Lavkwne" kai; oiJ locagoi; kai; oiJ a[lloi strathgoi; kai; oiJ stratiw'tai w{st  j  ejxaivreta labei'n kai; i{ppou" kai; zeuvgh kai; ta\lla, w{ste iJkano;n ei\nai kai; a[llon h[dh eu\ poiei'n.
...


Daarna gingen ze weer naar Pergamos (of Pergamon). Daar dankte Xenophon de god; want de LaconiŽrs, de aanvoerders, de andere officieren en de soldaten waren het erover eens hem de eerste keus te geven van paarden, trekossen en de rest, zodat hij voortaan in de positie was ook een ander een gunst te kunnen bewijzen.
...

2.
...