- 448

Pericles nodigt de Griekse stadstaten uit op een panhelleens vredescongres. Tweede heilige oorlog in Delphi.
Nadat er vrede was gesloten met Perzië moest er nog een einde worden gemaakt aan het conflict met Sparta. Daartoe nodigde Pericles alle stadstaten uit om te praten over de gemeenschappelijke belangen van Griekenland. Dit duidelijk belangeloze plan was voor de rivaal niet aanvaardbaar, omdat hij door zijn instemming de morele en misschien ook de politieke superioriteit van Athene zou hebben erkend. Sparta koesterde overigens heel verschillende bijgedachten. De sociale politiek van de democraten kostte heel wat geld en de vrede van Callias (- 449) behelsde een betalingsuitstel van de door de bondgenoten op te brengen schatting. Als het congres bij elkaar zou zijn gekomen, zou het waarschijnlijk ermee hebben ingestemd de grote werken van de Acropolis financieel te steunen, want het herstel van de door de Perzische oorlogen veroorzaakte ruïnes stond op de dagorde. Het mislukken van deze poging tot verzoening schonk de Atheners een voorwendsel om hun fiscale eisen te hernieuwen. Die wekten al spoedig de haat op bij de slachtoffers, minder vanwege de hoogte ervan dan vanwege de zonder consideratie toegepaste dwang jegens wanbetalers. Op dat ogenblik behielden de Atheners het morele voordeel van het initiatief van Pericles. Om dit uit de weg te ruimen kwamen de Spartanen tussenbeide in Delphi, waarvan het heiligdom werd bestuurd door een internationale raad (amphictyonie), de inzet van menige machtsstrijd. Sinds de overwinning van Oenophytae (- 457) voerde Athene er de boventoon via zijn Phocensische bondgenoten. Toen dezen echter door de amphictyonie werden veroordeeld, snelde Sparta toe om Apollo te hulp te komen. Het rekende erop dat zijn tegenstander voor een dilemma stond: zijn bondgenoten in de steek laten of heiligschenners steunen. Het realisme won het: zodra het Spartaanse leger zich had teruggetrokken, herstelde Pericles gewapenderhand de status quo te Delphi.