PSYCHE

Ik las de Phaedo met mijn vijfde klas
en in de tekst kwam het woord yuxh/ voor:
ik legde, aan 't nog kinderlijk gehoor,
uit waarom yuxh/ 'ziel' én 'vlinder' was.

Terwijl ik nóg eens de passage las
was er ineens een ritseling, en een spoor
van glanzen kwam, van 't raam, de ruimte door.
Er zat een grote vlinder voor 't glas.

Het was een dagpauwoog. En ieder zag
de purperen gloed, die op zijn vleugels lag;
de ogen, waar het aetherblauw in brandt.

Ten laatste - hij zat rustig op de hand -
bracht hem een jongen weg. Onaangerand,
zei hij, was hij ontweken naar het blauw.

 


 

Ida Gerhardt (1905 - 1997)
Uit:
Verzamelde Gedichten, Atheneum-Polak & Van Gennep.
Amsterdam (1995)

Opgestuurd door Kees van der Linden [Bedankt Kees!]