AKTAION

Toen hij nadat de druppelen hem raakten
Zijn laag viervoetig vluchten over beken,
Rotsen, paden, waar hij vroeger vaak ter
Jacht gegaan was, aanving, - en na 't breken

Van takken onder speerworp haast bezweken
Ter neer lag: toen stief zijn menschzijn uit en maakte
Traag plaats voor 't ruige, bruine, dat nu braak te
Liggen kwam achter het hoornen teeken,

Waarmee de kuische wraak van de godin der maan
Hem wild bezwaard had in een licht verplaatsen
Harer hand. - De mensch zag, en zag 't laatste,

Het rijzig beeld van zijn vermeetlen waan,
Maar ook het andre vlood: als haar weerkaatsing
Zag 't stervend dier een witte hinde staan...


 

Simon Vestdijk, Nagelaten Gedichten, Amsterdam 1986