VI.

Het werkwoord - verbum

infinitivus =
hele werkwoord

vocare

 

.
.

terrere

 

.
.

vincere

 

.
.

audire

 

imperativus =
gebiedende wijs

voca
vocate

roep!
roep(t)!

.
.

terre
terrete

maak bang!
maak(t) bang!

.
.

vince
vincite

overwin!
overwin(t)!

.
.

audi
audite

hoor!
hoor(t)!

De gebiedende wijs wordt gebruikt om bevelen te geven.
In het enkelvoud ( jij moet roepen! luister! ) is de vorm van de imperativus gelijk aan de stam van het werkwoord.
Bij de medeklinkerstammen wordt een korte -e toegevoegd.

Het meervoud ( roept! jullie moeten luisteren! ) wordt gevormd door aan de stam -te toe te voegen.
De medeklinkerstammen hebben tussen stam en uitgang -te weer een bindvocaal : -i-

 

Het hele werkwoord esse kent ook een imperativus :

es : wees!
este : wees(t)!

De vorm voor het enkelvoud is gelijk aan de stam, de uitgang voor het meervoud is -te.

 

Oefening : imperativus + herhaling :
geef de betekenis van de volgende werkwoordsvormen :

1. ambulatis
2. carpimus
3. es (2 keer)
4. aperis
5. debere
6. damus
7. audi
8. armatis
9. possumus
10. habet
11. ceditis
12. claudunt
13. potestis
14. haurimus
15. scribis
16. placete
17. das
18. consulimus
19. defendere
20. reperiunt
21. punit
22. taces
23. sunt
24. amate
25. este

Hier de antwoorden.]