IV.

Het werkwoord - verbum

praesens actief
praesens = onvoltooid tegenwoordige tijd

i-stam : audi-
Het hele werkwoord = infinitivus : audire = horen

audio
audis
audit
audimus
auditis
audiunt

ik hoor
jij hoort
hij hoort
wij horen
jullie horen
zij horen

Ook hier zie je de uitgangen -o, -s, -t, -mus, -tis, -nt.
De 3e persoon meervoud (audiunt : zij horen) heeft een extra -u- tussen de stam audi- en de uitgang -nt. Beschouw dit ook maar als een bindvocaal, een tussenklinkertje.

We spreken van i-stammen, omdat de stam uitgaat op een -i.

 

Leer de volgende werkwoorden :

aperire : openen
audire : horen, luisteren
haurire : scheppen, putten
punire : straffen
reperire : vinden
sentire : voelen, merken
sepelire : begraven
venire : komen

Onthoud de woorden door ze te verbinden met kennis, die je al hebt :

aperire > aperitiefje
audire > audio-installatie; auditie; audiŽntie
haurire > exhaust (engels)
punire > punish (engels)
reperire > repertorium; repertoire
sentire > sentiment(eel)
sepelire > ? sepulcrum = graf > frans en engels : sepulcre
venire > venir (frans); veni, vidi, vici : ik kwam,ik zag, ik overwon (Caesar)

 

Oefening 1 :
geef de betekenis van de volgende werkwoordsvormen :

1. audimus
2. hauris
3. reperitis
4. sentit
5. sepelire
6. audiunt
7. haurire
8. punis
9. sepelitis
10. auditis
11. aperiunt
12. reperio
13. venit
14. sentimus
15. hauritis
16. veniunt
17. punire

Hier de antwoorden


Oefening 2 :
maak zelf de juiste vormen :
voorbeeld : 3e ev venire ---> venit

1. 2e ev aperire
2. 1e mv punire
3. 3e ev sepelire
4. 1e ev sentire
5. 2e mv audire
6. 3e mv haurire

Hier de antwoorden

 

Herhaal de overige lessen.
Ga zo door...