XXXIX.

Verbum - werkwoord
Infinitivus van de vier regelmatige conjugaties
Infinitivus van esse en posse

 

Een volledig Latijns werkwoord heeft 6 infinitivi ('hele werkwoorden', letterlijk 'onbepaalde'), 2 van het praesens, 2 van het perfectum en 2 van het futurum.

infinitivus van het praesens

actief

vocare
roepen

terrêre
bangmaken

víncere
overwinnen

audire
horen

passief

vocari
geroepen worden

terreri
banggemaakt worden

vinci
overwonnen worden

audiri
gehoord worden

Bij de a-, e- en i-stammen wordt het hele werkwoord gevormd door aan de praesensstam -re (actief) of -ri (passief) toe te voegen.
Bij de medeklinkerstammen wordt het hele werkwoord actief gevormd door aan de praesensstam een bindvocaal -e- en dan -re toe te voegen; het hele werkwoord passief wordt gevormd door aan de praesensstam een -i toe te voegen.

Van de infinitivi van het praesens esse = zijn en posse = kunnen bestaat geen passief.

 

infinitivus van het perfectum

actief

vocavisse
geroepen hebben

terruisse
banggemaakt hebben

vicisse
overwonnen hebben

audivisse gehoord hebben

passief

vocatus esse geroepen zijn

territus esse
banggemaakt zijn

victus esse
overwonnen zijn

auditus esse
gehoord zijn

Het hele werkwoord van het perfectum actief wordt gevormd door aan de perfectumstam -isse toe te voegen. Het passief wordt gevormd met het voltooid deelwoord + esse.

De perfectumstam van esse is fu-, van posse is de perfectumstam potu-. De infinitivus wordt regelmatig gevormd: fuisse en potuisse.
Er bestaat geen passief van deze twee infinitivi van het perfectum.

 

infinitivus van het futurum

actief

vocaturus esse
zullen roepen

territurus esse
zullen bangmaken

victurus esse
zullen overwinnen

auditurus esse
zullen horen

passief

vocatum iri
geroepen zullen worden

territum iri
banggemaakt zullen worden

victum iri
overwonnen zullen worden

auditum iri
gehoord zullen worden

De infinitivus van het futurum van esse is futurus esse: te zullen zijn. Van posse bestaat geen inf. fut.

De infinitivus van het futurum actief wordt gevormd door het participium van het futurum + esse. De infinitivus van het futurum passief wordt gevormd door het supinum + iri.

- Het participium van het futurum vorm je als volgt: ga uit van het voltooid deelwoord en verander -us in -urus. Bijvoorbeeld:
ppp. vocatus > pfa. (participium futurum actief) vocaturus (zoiets als 'zullende roepen').
ppp. territus > pfa. territurus
ppp. victus > pfa. victurus
ppp. auditus > pfa. auditurus

- vocatum in vocatum iri is het supinum. Het supinum wordt niet verbogen of vervoegd, het blijft onveranderd. Het supinum komt alleen in combinaties met bepaalde woorden voor. Later komt Kox´ cursus hierop terug. Hier zien we het voor het eerst, in combinatie met iri. Qua vorm lijkt het natuurlijk ontzettend op het voltooid deelwoord, maar formeel dient het daarvan te worden onderscheiden.

- iri is eigenlijk het hele werkwoord passief van ire : gaan. vocatum iri betekent dus letterlijk: gaan worden geroepen. Ook in het Nederlands wordt het werkwoord 'gaan' wel gebruikt om de toekomst aan te duiden: morgen ga ik een boek lezen.

 

Oefening 1 :
Meerkeuzetoets :

1. Determineer (bepaal exact wat de vorm is) : delevisse

infinitivus van het perfectum actief
infinitivus van het praesens actief
infinitivus van het praesens passief
infinitivus van het perfectum passief



2. Determineer : clausum iri

infinitivus praesens passief
infinitivus perfectum passief
infinitivus perfectum actief
infinitivus futurum passief



3. Determineer : venisse

infinitivus praesens actief
infinitivus perfectum actief
infinitivus praesens passief
infinitivus perfectum passief



4. Determineer : motus esse

infinitivus praesens passief
infinitivus perfectum passief
infinitivus futurum actief
infinitivus praesens actief



5. Determineer : sepeliri

infinitivus perfectum actief
infinitivus praesens actief
infinitivus praesens passief
infinitivus futurum passief

 

Oefening 2 :
Vertaal de volgende infinitivi :

1. míttere
2. mitti
3. delevisse
4. casurus esse
5. caesum iri
6. consultus esse
7. cessisse
8. mansurus esse
9. venisse
10. scribi
11. lusurus esse
12. conténdere
13. coactum iri
14. teneri
15. ductum iri
16. sentire
17. motum iri
18. moturus esse
19. defensurus esse
20. dividi
21. sepultus esse
22. vidisse
23. repertus esse
24. dícere
25. dixisse
26. didicisse
27. ductus esse
28. clausisse
29. clausum iri
30. pepulisse

Kijk na: KLIK HIER.

 

Oefening 3:
Geef van de volgende hele werkwoorden de overeenkomstige vormen van het activum of passivum:

Voorbeeld 1 : vocare > vocari
Voorbeeld 2 : territum iri > territurus esse
Je hebt misschien de lijst van stamtijden nodig; die opent in een nieuw venster!

1. delêre
2. teneri
3. carpturus esse
4. clausum iri
5. consuluisse
6. dictus esse
7. emi
8. apertum iri
9. hausisse
10. daturus esse
11. visum iri
12. scríbere
13. ductus esse
14. missurus esse
15. caedi
16. coactum iri
17. defendisse
18. divisus esse
19. sepultus esse
20. incéndere

Kijk na: KLIK HIER.

 

Leer nu de volgende woorden:

decérnere : besluiten
dubitare : aarzelen
gaudêre : zich verheugen
negare : ontkennen, weigeren
oboedire : gehoorzamen
scire : weten

Onthoud de woorden door associatie:

decérnere > decreet
dubitare > in dubio zijn
gaudêre > ?
negare > negatief
oboedire > obedient (en)
scire > science (en)

 

De infinitivus wordt vaak gebruikt als aanvulling bij werkwoorden, die op zichzelf niet volledig zijn. In het Nederlands is dat net zo:
Ik wil graag ... Latijn leren.
Ik moet ... plassen.

 

Oefening 4 :
Vertaal de volgende zinnen, en let op het aanvullende gebruik van het hele werkwoord:

1. Verum dicere non dubitavit.
2. Cogi non poterat.
3. Oppidum incendere non audebunt.
4. Longas epistulas scribere solebas.
5. In casa manere decernent.
6. Victorias reportare sciunt.
7. In castra venire cogebantur.
8. Negare perseverant.
9. Tuum librum legere gaudemus.
10. Mihi oboedire debebant.

Kijk na: KLIK HIER.