I.

het werkwoord - verbum

praesens actief
praesens = onvoltooid tegenwoordige tijd

a-stam : voca-
het hele werkwoord = infinitivus : vocare = roepen

voco
vocas
vocat
vocamus
vocatis
vocant

ik roep
jij roept
hij roept
wij roepen
jullie roepen
zij roepen

De eerste, tweede en derde persoon enkelvoud en meervoud worden onderscheiden door de persoonsuitgangen :
-o, -s, -t, -mus, -tis, -nt
Leer deze uitgangen : -o, -s, -t, -mus, -tis, -nt, -o, -s, -t, -mus, -tis, -nt, -o, -s, -t, mus, -tis, -nt, ...

voca- heet een a-stam, omdat je telkens die -a- ziet; alleen in de eerste persoon enkelvoud (voco) is de a-klank in de o-klank opgenomen en verdwenen.

Het Latijn beschikt wel over persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, wij, jullie), maar gebruikt die alleen om nadruk te geven.
voco : ik roep
ego non voco, at tu vocas : ík roep niet, maar jíj roept

 

Leer de volgende werkwoorden :

amare : houden van, beminnen
ambulare : wandelen
armare : (be)wapenen
dare : geven
habitare : (be)wonen
imperare : heersen, bevelen
notare : opmerken
orare : smeken, bidden
ornare : (ver)sieren
pugnare : strijden
vocare : roepen, noemen

Onthoud de woorden door ze te verbinden met kennis, die je al hebt:

amare > Amor, de god van de liefde; l'amour (frans); amorous (engels); amateur
ambulare > een ambulante patiënt
armare : army (engels); l'armée (frans)
dare > datum; data (gegevens)
habitare > inhabitant (engels); habiter (frans)
imperare > emperor (engels); l'empereur (frans); empire-stijl
notare > notaris; notes (engels)
orare > ora et labora : bid en werk; oratorium
ornare > ornament
pugnare > pugilist = vuistvechter / bokser
vocare > vocaal = klinker;voix (frans)

 

Oefening 1:
geef de betekenis van de volgende werkwoordsvormen :

1. ambulamus
2. armare
3. vocant
4. habitas
5. amatis
6. do
7. imperant
8. notat
9. oramus
10. ornatis
11. armas
12. habitare
13. ambulant
14. notamus
15. oras
16. datis

Je kunt hier de antwoorden vinden (opent in nieuw venster).
Nieuw: Nakijken met behulp van een filmpje: Probeer maar! (Adobe Flash Player) (opent in nieuw venster) 

Ga niet verder met de lessen, voordat je het oefenmateriaal beheerst ...


Oefening 2 :
maak zelf de juiste vormen :
voorbeeld : 3e pers enkv amare ---> amat.

1. 1e pers meerv dare
2. 2e pers enkv orare
3. 3e pers meerv habitare
4. 1e pers enkv imperare
5. 2e pers meerv notare
6. 3e pers enkv armare

Je vindt hier de antwoorden. (opent in nieuw venster)
Nieuw: Kijk na m.b.v. een filmpje: Klik hier! (Adobe Flash Player) (opent in nieuw venster)


Oefening 3 :
Meerkeuzetoets: kies het correcte antwoord:

1. Wat is de betekenis van : datis ?

jullie geven
wij geven
zij geven
jij geeft

 

2. Wat is de betekenis van : ambulant ?

wij wandelen
jullie wandelen
zij wandelen
hij wandelt

 

3. Wat is de betekenis van : imperas ?

bevelen / heersen
hij beveelt / heerst
jullie bevelen / heersen
jij beveelt / heerst

 

4. Wat is de betekenis van : armamus ?

jullie bewapenen
wij bewapenen
ik bewapen
zij bewapenen

 

5. Wat is de betekenis van : habitare ?

zij bewonen
wij bewonen
bewonen
jullie bewonen

 

Als dit allemaal lukt, ga dan naar les 2.
Kom af en toe terug naar deze les om te herhalen. Herhaling is zeer belangrijk, als je iets leert. Herhalen helpt. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen.