LXXXV.

Adverbium - het bijwoord

Bijwoorden zijn bepalingen bij het werkwoord:

Morgen kom ik! (Wanneer kom ik?)
Ik wachtte geduldig. (Hoe wachtte ik?)
Caesar sprak de soldaten kort toe. (Hoe lang sprak Caesar de soldaten toe?)

Adverbia worden niet verbogen.

Adverbia worden gevormd uit adjectieven op de volgende manier:

Adiectiva van de eerste en tweede declinatie : -e
Voorbeelden:
severus : streng => severê (de -e is lang)
timidus : angstig => timidê

Adiectiva van de derde declinatie : -ter
Voorbeelden:
fortis : dapper => fortiter
acer, acris, acre : fel => acriter
prudens, -ntis : verstandig => prudenter
felix, -icis : gelukkig => feliciter

De acc. neutrum wordt ook wel gebruikt als bijwoord:

multum : veel, erg, zeer
facile : gemakkelijk (i.p.v. faciliter, dat bestaat niet)

Bij de vergrotende trap van adverbia wordt ook gebruik gemaakt van deze acc. onzijdig.
acrius : feller, heviger
facilius : gemakkelijker

Onregelmatig:
bonus : goed => bene
malus : slecht => male
magnus : groot => magnopere : zeer, erg
multus : veel; behalve multum ook multo : veel, erg, zeer

 

De volgende adverbia zijn óf niet van adiectiva afgeleid, óf de afleiding is minder duidelijk en in ieder geval niet zo als hierboven is uitgelegd:

falso : valselijk, verkeerd, fout
forte : toevallig
saepe : vaak
iterum : weer, opnieuw
ibi : daar
denuo : opnieuw
forsitan : misschien
antea : eerder, tevoren, vroeger
plerumque : meestal
nimium : al te, te zeer, té
partim : deels, gedeeltelijk
certatim : om strijd, om het hardst
raro : zelden
cotidie : dagelijks, elke dag
funditus : tot op de grond, totaal
ilico : onmiddellijk
obviam : tegemoet
parum : weinig
interea : intussen
paulatim : langzamerhand, geleidelijk, allengs
passim : overal (heen)
cras : morgen
clam : heimelijk, stiekem
palam : openlijk
statim : meteen
olim : vroeger
postridie : de volgende dag
antiquitus : van oudsher

 

Leer de theorie en de bijwoorden. Een aantal ervan behoor je al te kennen.
Onthoud door associatie:

-ter : ook gebruikt in het Ned: normáliter (niet normalíter, aub)
falso > vals
forte > ?
saepe > ?
iterum > iteratief
ibi > ubi? waar? daar! ibi
denuo > novus: nieuw
forsitan > ?
antea > ante ea: voor die dingen
plerumque > ?
nimium > ?
partim > pars : deel; part
certatim > certare: wedijveren
raro > rare (en)
cotidie > quotidien (fa)
funditus > ad fundum! (tot op de bodem! wens bij dronk)
ilico > in loco: ter plekke
obviam > via
parum > ?
interea > inter ea: tijdens die dingen
paulatim > ?
passim > ? wordt ook gebruikt in het Nederlands, bij het citeren uit boeken: passim = overal
cras > hodie mihi, cras tibi: heden ik, morgen jij!
clam > clandestien
palam > ?
statim > stare: staan; terstond
olim > in de dagen van olim
postridie > posterus en dies
antiquitus > antiek

 

Oefening 1 :
Vertaal de volgende woordgroepen, en let goed op de bijwoorden!

1. longe aberant
2. turpiter fugiendo
3. bellum feliciter gestum
4. libere locutus est
5. male accepti sunt
6. oppidum altissime situm
7. graviter vulnerati sunt
8. opus prudenter factum
9. facile ei persuadetur
10. constanter pugnavistis
11. bene de te meritus est
12. audacissime responsum est
13. patienter hoc onus tulissem
14. fortiter locum tenuistis
15. breviter milites adhortatus est
16. vehementer indignatus est
17. magnopere erravisti
18. celerrime castra moventur
19. tabula pulchre facta
20. castra acerrime oppugnata

Kijk na: KLIK HIER. 

 

Leer de volgende woorden:

accusare : beschuldigen
cena : middagmaal, maaltijd
diligens, diligentis : nauwgezet
dormitare : een dutje doen
egêre + abl.: nodig hebben
exercitatio : oefening
neglégere : verwaarlozen (neglexi, neglectum)
tabula : paneel; schrijftafeltje
tractare : behandelen
valêre : sterk zijn, gezond zijn; waard zijn, van kracht zijn (valui)

Onthoud door associatie:

accusare > accuse (en)
cena > ?
diligens > diligent (en, fa)
dormitare > dormire; dormir (fa)
egêre > ?
exercitatio > exercitie; exercise (en)
neglegere > negligée; neglect (en)
tabula > tafel
tractare > traiter (fa)
valêre > valuta; valoir (fa); value (en)

 

Oefening 2 :
Vertaal de volgende zinnen en let weer goed op de bijwoorden:

1. Post cenam plerumque dormitare solet.
2. Niobe nimium felix sibi visa est.
3. Hostes partim fugati, partim necati sunt.
4. Nostri certatim moenia oppugnare conabantur.
5. Spartani raro proelio victi sunt.
6. Cotidie admonemur nos esse mortales.
7. Hoc templum funditus deletum ilico refectum est.
8. Celerrime nobis obviam veniebant.
9. Hae aves antea parum in regione nostra inveniebantur.
10. Cum corpus meum exercitatione magnopere egeat, cotidie tres horas ambulo.
11. Interea Saguntum iam captum erat.
12. Diu fortiter resistebant, tandem paulatim se recipiebant.
13. Corpora passim inventa cras sepelientur.
14. Non clam, sed palam hae res agendae sunt.
15. Si prius hoc dixisses, statim te adiuvissem.
16. Olim Romae reges regnavisse dicuntur. [nom. c inf.]
17. Postridie denuo profecti sunt.
18. Eum falso ne accusaveris!
19. Hoc opus nimium neglexisse videris.
20. Antiquitus hae leges valuerant.

Kijk na: KLIK HIER. 

 

Nog meer bijwoorden:

unde : waarvandaan
inde : daarvandaan
undique : overal vandaan, van alle kanten

huc : hier(heen)
hîc : hier
hinc : hiervandaan, van hier

quo : waarheen
eo : daarheen
quocumque : waarheen ook maar
quâ : waarlangs
eâ : daarlangs

illuc : daarheen
illîc : daar
illinc : daarvandaan

nusquam : nergens
usquam : ergens

numquam : nooit
umquam : ooit

ubi : waar
ibi : daar
ubique : overal

quando : wanneer?
aliquando : eens, ooit

ita : zo
ut : (zo)als

totiens : zo vaak
quotiens : (zo vaak) als
quotienscumque : telkens wanneer (zo vaak als maar)

cum : toen , wanneer [als voegwoord]
tum : toen, op dat moment [als aanwijswoord]
cum + abl.: samen met [als voorzetsel]
cum ... tum ...: niet alleen .., maar ook ... [als bijwoorden]

Deze woorden zijn erg lastig te onthouden. Leer ze telkens vijf minuten, en herhaal regelmatig. Herhaling is de moeder van parate kennis!!

 

Leer - ook nog, zware les .. - de volgende woorden:

advenire : aankomen
argumentum : bewijs
cápere consilium : een plan maken, besluit nemen
consístere : gaan staan, post vatten (constiti)
illucéscere : lichten, aanbreken
insequi : achtervolgen
potestas, potestatis : macht, gelegenheid
res militaris : krijgswezen
senectus, senectutis : ouderdom
sustinêre : uithouden, weerstaan

Onthoud door associatie:

advenire > Advent
argumentum > argument
cápere consilium > capere = pakken; consilium > conseil (fa)
consistere > consistent
illucescere > lux, lucis = licht; illuminatie
insequi > sequi
potestas > posse
res militaris > res = zaak, ding + militaris > militair
senectus > seniel
sustinere > sustain (en)

 

Oefening 3 :
Vertaal de volgende zinnen:

1. Unde huc venisti et quo hinc vades?
2. Qua inde iter facies? Ea, qua celerrime illuc adveniam.
3. Nusquam est, qui ubique est.
4. Clamore undique sublato territi defensores post vallum se receperant.
5. Aliquando illucescet dies, quo iterum libertate fruemur.
6. Urbem Syracusas maximam esse Graecarum, pulcherrimam omnium saepe audivistis: est ita ut dicitur.
7. Quocumque me verto, argumenta senectutis meae video.
8. Cum hinc montes illinc mare utramque aciem clauderent, neutris erat potestas hostem circumveniendi.
9. Hannibal ut milites flumen traduxerat, ita in acie locabat.
10. Ubi duces constiterant, ibi acerrimum certamen ortum est.
11. Quotienscumque Hannibal cum Romanis in Italia proelia commisit, semper victorias reportavit.
12. Hostes cum impetus nostrorum diutius sustinere non possent, eo se receperunt, unde proelium inceperant.
13. Cum nuntiatum esset hostium agmen inde profectum esse, tum de insequendo consilia capta sunt.
14. Hannibali ingens cupido erat Tarento potiri, quia urbem cum opulentam tum maritimam esse videbat.
15. Hoc templum funditus aliquando deletum numquam restitutum est.
16. Oppidani quotiens eruptionem fecerunt, totiens multis amissis repulsi sunt.
17. Multum cum in omnibus rebus tum in re militari potest Fortuna.

Kijk na: KLIK HIER. 

 

Leesles

...