LXXIX.

Deponentia van de eerste en tweede conjugatie (a- en e-stammen)

 

Deponentia zijn werkwoorden, die alleen passieve vormen hebben, maar waarvan de betekenis actief is.

Voorbeelden:

infinitivus :
hortari
: aansporen
polliceri : beloven
(sequi: volgen)
(metiri: meten)
(Deponentia van de derde en vierde conjugatie worden in een latere les behandeld.)

praes 1e meerv.: hortamur : wij sporen aan
imperf. 3e meerv.: hortabantur : zij spoorden aan
fut. 2e enkelv.: hortaberis : jij zult aansporen
perf. 1e enkelv.: hortatus sum : ik heb aangespoord / spoorde aan
coni. plqperf. 2e meerv.: hortati essetis : jullie hadden aangespoord
futex. 3e enkelv.: hortatus erit : hij zal hebben aangespoord

N.B.1. Het tegenwoordig deelwoord (ppa) wordt gevormd als bij vocare: hortans, hortantis, etc.

N.B.2. Het participium van het futurum (pfa) wordt gevormd als bij vocare: hortaturus, hortatura, hortaturum etc.

N.B.3. Het gerundium, gerundivum en supinum worden gevormd als bij vocare: hortandi, hortando etc, hortandus etc, hortatu(m).

N.B.4. De gebiedende wijs (imperativus):
enkelvoud : hortare : jij moet aansporen! spoor aan! (komt qua vorm overeen met de immers toch niet-bestaande inf. act.)
meervoud : hortamini : jullie moeten aansporen! spoort aan!

 

Leer de volgende deponentia van de eerste conjugatie:
(Alle deponentia van de eerste conjugatie worden vervoegd als hortari, dwz. ze zijn allemaal regelmatig.)

(ad)hortari : aansporen
admirari : bewonderen
comitari : begeleiden
conari : pogen, trachten
(con)solari : troosten
conspicari : gewaar worden
cunctari : talmen, aarzelen
imitari : nabootsen
laetari : zich verheugen
mirari : zich verwonderen, zich afvragen
morari : (ver)toeven, vertragen, (doen) wachten
obtestari : bezweren
palari : rondzwerven
populari : verwoesten, plunderen
vagari : rondzwerven

Onthoud door associatie:

(ad)hortari > adhortativus (coniunctivus van aansporing)
admirari > admire (en)
comitari > comité
conari > ?
(con)solari > console (en)
conspicari > spieken
cunctari > ?
imitari > imitatie, imiteren
laetari > laetus = blij
mirari > mirakel
morari > moratorium
obtestari > ?
palari > ?
populari > ?
vagari > vaganten

 


Oefening 1 :
Determineer en vertaal de volgende werkwoordsvormen als in het voorbeeld:

Voorbeeld:
hortor : 1e persoon enk praes: ik spoor aan

1. laetantur
2. adhortaris
3. conari
4. admiraturus esse
5. cunctabamini
6. populantium
7. vagati sunt
8. obtestati essent
9. imitabimur
10. hortare !
11. cunctamini (2 keer)
12. conatae estis
13. imitantur
14. consolatus esse
15. admiratus erat
16. consolandi
17. laetando (2 x)
18. populati erunt
19. comitandus
20. conspicantibus (2 x)
21. miraberis
22. ad cunctandum
23. morati sunt
24. palantibus (2 x)
25. ut admiremur
26. si vagati essent
27. palaretur
28. vagaturus esse
29. laetemur !
30. ad imitandum
31. cum comitati essent
32. hortatus eras

Kijk na: KLIK HIER

 

Leer de volgende deponentia van de tweede conjugatie, met de stamtijden er bij:

videor visus sum videri schijnen, lijken
tueor (tutatus sum) tueri beschermen
polliceor pollicitus sum polliceri beloven
misereor + gen. miseritus sum misereri medelijden hebben (met)
vereor veritus sum vereri vrezen
fateor fassus sum fateri bekennen
confiteor confessus sum confiteri bekennen
mereor meritus sum mereri verdienen
medeor + dat. (sanavi) mederi genezen
reor ratus sum reri menen

 

Onthoud door associatie:

videri > videre (la); televisie
tueri > ?
polliceri > ?
misereri > miser (la); misère
vereri > ?
fateri > ?
confiteri > confession (en); Confiteor (= geloofsbelijdenis)
mereri > mérites
mederi > medicijn
reri > ratio (?)

 

Oefening 2 : Determineer en vertaal als bij oefening 1:

1. videntur
2. veremur
3. tutata est
4. rebaris
5. videretur
6. tuentis
7. polliciturae (3 keer)
8. miseritus esset
9. ne vereamur!
10. confessus es
11. polliceberis
12. merereris
13. medebuntur
14. rati erunt
15. videatur
16. tuebitur
17. miserebatur
18. pollicita es
19. (scelus) fatendum est
20. tueri
21. veriturus esse
22. fatendo (2 keer)
23. fateberis
24. merentium
25. medemini (2 keer)
26. confessae erant
27. miserere !
28. rata est
29. meriti essetis
30. visus est
31. mederentur
32. tuearis

 

Kijk na: KLIK HIER

 

Leer de volgende woorden:

deterrêre : afschrikken
exsilium : ballingschap
ter : driemaal
tristis : bedroefd, somber
fauces, faucium : engte, keel
vestigare : opsporen

Onthoud door associatie:

deterrere > deterrent (en)
exsilium > exile (en)
ter > drie
tristis > triest
fauces > ?
vestigare > investigate (en)


Oefening 3 :
Vertaal de volgende zinnen:

1. Fateri coactus sum me huic gravissimo morbo mederi non posse.
2. Postquam diu per silvas densissimas vagatus est, tandem laetans vestigia humana in harena conspicatus est.
3. Uxor tristissima maritum in exsilium comitata esset, nisi maris periculis deterrita esset.
4. Quintus Fabius Maximus cunctando rem publicam servavisse videtur.
5. Huic viro, qui tam bene de patria meritus est, statua in foro ponetur.
6. Ter clamorem tollere conatus est, ter vox faucibus haesit.
7. Quae mora sit sociis, Cadmus miratur vestigatque viros.
8. Ciceronis eloquentiam admirati sumus semperque admirabimur.
9. Eam auxilium mihi pollicitam esse ratus eram.
10. Castra tueamur, ne hostis ea populetur!

Kijk na: KLIK HIER