LXX.

Ablativus absolutus

 

Wanneer een participium en een naamwoord samen in de ablativus staan, los van de rest van de zin, spreken we van een ablativus absolutus (absolutus = losgemaakt).
Wanneer je vertaalt naar het Nederlands, is het doorgaans het beste een bijzin te maken, waarbij je op grond van de kontekst voor een voegwoord kiest.

Voorbeelden:

patre scribente tacemus - wij zwijgen terwijl vader schrijft / omdat vader schrijft
piratae urbe incensa praedam diviserunt - de piraten verdeelden de buit na de stad in brand te hebben gestoken / nadat de stad in brand was gestoken / nadat zij de stad in brand hadden gestoken

(Het Latijn gebruikt vaak een ablativus absolutus. In een ablativus absolutus zie je vaak een ppp. Een reden te meer om het voltooid deelwoord goed te leren! Kijk de lijst met stamtijden nog maar eens door ...)

De ablativus absolutus (korter: de ablabs) bestaat meestal uit een naamwoord + participium. Maar ook de combinatie van een zelfstandig en een bijvoeglijk naamwoord, of van twee zelfstandige naamwoorden, is mogelijk. Voorbeelden:

exiguâ parte aestatis reliquâ - toen nog maar een klein deel van de zomer over was
L. Domitio Ap. Claudio consulibus - toen Lucius Domitius en Appius Claudius consul(s) waren
[De gebruikelijke manier om jaartallen aan te geven bij de Romeinen]

 

Leer de volgende woorden:

acies, aciei : slag(linie)
anulus : zegelring
eícere : uitwerpen, verdrijven
insidiae (pl) : hinderlaag
insidias conlocare : een hinderlaag leggen
invádere : afgaan op, aanvallen
laetus : blij, verheugd
litus, litoris, n : strand, kust
perfícere : afmaken, voltooien
praedo, praedonis : rover
recípere : ontvangen
recusare : weigeren
supplex, supplicis : smekend, (als) smekeling
tyrannus : tiran, heerser

Onthoud door associatie:

acies > ?
anulus > ?
eícere > eject (en)
insidiae > insidious (en)
invádere > invasie
laetus > ?
litus > ?
perfícere > perfect
praedo > praeda (la: buit)
recípere > receptie
recusare > ?
supplex > ?
tyrannus > tiran

 

Oefening 1 :
Vertaal de volgende zinnen:

1. Patre epistulam scribente tacuimus.
2. Porta iam clausa urbem intrare non possumus.
3. Hieme appropinquante naves non subductae sunt.
4. Punico praesidio interfecto Romani in urbem recipientur.
5. Nullo hoste prohibente Caesar flumen traiecit.
6. Omnibus hoc cupientibus recusare non potuimus.
7. Castris nondum positis nuntiatum est hostes appropinquare.
8. Instructa intra portam acie ab oppidanis eruptio facta est.
9. Aenea a Troia fugiente Carthago aedificabatur.
10. Rubicone a Caesare traiecto Pompeius in Graeciam cessit.

Kijk na: KLIK HIER.

 

Oefening 2 :
Vertaal de volgende zinnen:

1. Pater epistula lecta diu tacebat.
2. Tyranno eiecto populus laetissimus erat.
3. Galli insidiis conlocatis Romanorum adventum exspectabant.
4. Caesar his verbis auditis legatos domum remisit.
5. Orbe pererrato Cadmus supplex oraculum Phoebi consuluit.
6. Anulo suo in mare abiecto Polycrates miserrimus fuit.
7. Discipuli hoc opere difficiliore perfecto a magistro laudati sunt.
8. Belgae vicis Remorum incensis ad castra Caesaris contenderunt.
9. Obsidibus acceptis legatus copias in castra reduxit.
10. Hannibal castris in ripa positis hostes flumen traicientes invadere constituit.

Kijk na: KLIK HIER.