FRAGMENTEN VAN ANAKREON EN DE ANAKREONTEIA
(Vaak gespeld als in het Latijn: Anacreon en Anacreontea)

Veel fragmenten zijn vertaald door John Nagelkerken.
Kox is blij, dat hij hier de vertalingen van John kan presenteren aan het publiek.

Bovendien vindt u hier enkele vertalingen van Dr W.E.J. Kuiper, die in 1956 gepubliceerd werden in de Klassieke Bibliotheek van N.V. Drukkerij De Spaarnestad.

Bij de Anakreonteia vindt u ook de vertalingen van Dr J.D. Meerwaldt uit 1951, en ťťn vertaald gedicht van de hand van Albert Verwey.



Anakreon (Grieks: Ἀνακρέων) was een Griekse lyrische dichter.
  • Biografische gegevens: Anakreon werd geboren in de stad Teos aan de kust van Klein-AziŽ, in de 6e eeuw v.Chr. Wegens de Perzische oorlogsdreiging verliet hij zijn geboortestad en verbleef eerst aan het hof van de kunstminnende tiran Polycrates van Samos, daarna aan dat van Hipparchos te Athene. Daar leefde hij als een gevierd dichter en levensgenieter die op hoge leeftijd zou gestorven zijn.
  • In zijn werken zingt hij de lof van het verfijnde levensgenot (hedonisme); hoofdthemaís zijn de erotiek en het drinkgelag (wťl typisch Grieks is zijn afkeur van mateloosheid op deze gebieden). Anakreon schrijft in een Ionisch kunstdialect (met Homerische en Aeolische elementen) en bedient zich van ongecompliceerde versmaten.

De Anakreonteia is de naam van een bundel van 62 gedichten, die in de Oudheid ten onrechte aan de dichter Anakreon werden toegeschreven. De poŽzie van Anakreon was zo populair dat ze  vaak werd nagebootst. De Anakreonteia dateren in werkelijkheid uit verschillende perioden, sommige gedichten schijnen zelfs uit de vroeg-Byzantijnse tijd te stammen. Taal en stijl benaderen die van Anakreon: overwegend luchtig en bekoorlijk, maar ook 'gewild' kunstmatig en naÔef. Omdat ze lange tijd voor authentiek werk van Anakreon werden gehouden, hebben ze een vertekend beeld van de dichter gecreŽerd en in stand gehouden.

(Deze inleiding is ontleend aan Wikipedia.)

















ANAKREON,  FRAGMENTEN

De Griekse tekst (met enkele wijzigingen en weglatingen) is ontleend aan Greek Lyric II, de Loeb-editie van David A. Campbell uit 1988. Voor tekstkritisch commentaar verwijst Kox u naar die editie.
(Het Grieks kunt u lezen wanneer u het gratis font SPIonic downloadt naar uw Windows-map Fonts.)



346  P. Oxy. 2321

1

ou0de . . .
fobera\j  d'  e1xeij  pro\j  a1llwi
fre/naj, w]  kallipro/[s]wpe  pai/d[wn:
kai/  se  dokei=  me\n  e0[n  do/]moisi[n
pukinw=j  e1xousa  [mh/thr
a0tita/llein:  s . . .
ta\j  u9akin[qi/naj  a0r]ou/raj
i3na  Ku/prij  e0k  lepa/dnwn
. . . a[j k]ate/dhsen  i3ppouj:
. . . d'  e0n  me/swi  kath=<i>caj
. . . wi  di' a3ssa  polloi\
pol]ihte/wn  fre/naj  e0ptoe/atai.

lewf]o/re  lewfo/r'    (Hro[t]i/mh,

Metriek: (Kox kan er niet veel van maken; v _ v _ _ kenmerkt vaak het eind van een regel; verder ziet Kox trocheeŽn, iamben, anapaesten en het lyrische element _ v v _; regel 2 = regel 5 = regel 8; regel 4 = regel 7 = regel 13)
_ v
v v _ | v _ v _ _
v v _ _ v | v _ v _ _
_ v v _ | v _ v _ _
v v _ | v _ v _ _
v v _ _
_ v v _ | v _ v _ _
v v _ | v _ v _ _
. . . _ v | v _ v _ _
. . . _ | v _ v _ _
. . . _ | v _ v _ _
v v _ _ v | v _ v v v _

_ v v _ | v _ v _ _



Werkvertaling KK:

en niet . . .
maar je hebt bovendien een bang
hart, jongen met je mooi gezicht;
en je moeder denkt jou in huis
stevig vast te houden en
te verzorgen; (maar jij ging naar?)
de velden van hyacinten
waar Kupris uit de jukriem (losgemaakt?) / of: aan de jukriem?
. . . (haar lieflijke?) paarden vastbond;
. . . sprong in het midden
. . . (van de menigte?) waardoor velen
van de burgers in hun hart opgewonden werden.

De laatste regel is waarschijnlijk de eerste regel van een nieuw gedicht.

Openbare weg, volk dragende Herotime

Volgens fragment 446 gebruikt Anakreon het woord lewfo/ron 'openbare weg' om een publieke vrouw aan te duiden. Het woord betekent letterlijk 'volk dragend'.


Vertaling Nagelkerken:

...
je hebt ook een angstig hartje,
mooie jongen met je lief gezichtje;

thuis wil je moeder jou verwennen
en je stevig in de gaten
blijven houden ...

Velden waar hyacinten bloeien,
waar de Cyprische haar paarden
... losmaakt van de jukriem;

... jij sprong in het midden
... waardoor vele burgers
zijn verbijsterd en hun hart van slag is.

Jij liefje van de straathoek, Herotime
...


346  P.Oxy. 2321

2

xa]lepwi  d' e0pukta/lizo[n
     ]a0nore/w  te ka0naku/ptw [
     ]. wi  pollh\n  o0fei/lw
 ]n  xa/rin  e0kfugw\n   1Erwta[
Deu/]nuse  panta/pasi  desm[w=n
   ]. xalepw=n  di'  0Afrodi/th[n.
   ]fe/roi  me\n  oi]non  a1gge[i
    ]fe/roi  d' u3dw[r]  pa/fl[azon,
      ].e  kale/oi[ . .  ]in[
   ]xarij, a1rt[ . . ]j d[
                       ] . [


Werkvertaling KK:

ik bokste met een lastige tegenstander
(maar nu) kijk ik op en ga weer rechtop staan
ik ben veel dank verschuldigd
dat ik Eros ben ontvlucht
Dionysos, helemaal uit de boeien
de lastige boeien door Afrodite.
breng wijn in een kruik,
breng bruisend water
roep
gratie/plezier, ?



Vertaling Nagelkerken:

... en ik vocht een zware wedstrijd ...
... maar nu ik mij recht en opkijk ...
... (Dio)nysos, ben ik dankbaar
... dat ik ben ontsnapt aan Eros ...
... mij bevrijd heb uit de boeien ...
... zwaar door Afrodite ...
... laat hij mij een wijnkruik brengen ...
... laat hij bruisend water brengen ...
... laat ... bestellen ...
... gratie, volm(aakt) ...

In regel 1 leest Nagelkerken xalepw=j; zou best kunnen, papyrus is hier slecht leesbaar.


346 P. Oxy. 2321

3

   ]nnux[
   ]
eidem . [
h9du/  te  kai\  p[

a0ll 0  e0ro/enta[
dw=ra  pa/rest[i
Pieri/dwn, b
[

ka[i\Xa/risin,[


Werkvertaling KK:

... nachtelijk ...
...
heerlijk en ...

maar de lieflijke
geschenken zijn hier
van de PiŽriden ...

en voor de GratiŽn ...

Na nog twee verzen eindigt het gedicht.
De PiŽriden zijn de Muzen.


346 P. Oxy. 2321

4

         ] . oj, xal . [
        ] .
a  xaropo . [
]
pa/nnuxoj  petoi/mhn [
i0]xquoe/ntwn  de\  lip[w\n
] xrusolo/fou{j} Palla/d[oj
] thlo/qen . [
a1]nqesin  b[
o]i0ki/a  d 0  u9y[hla\
    
] . onae[


Werkvertaling KK:

... ? ... helder blauw (de zee? ogen?) ...
... heel de nacht zou ik vliegen ...
... (wateren?) vol vissen ... verlatend ...
... Pallas met gouden helmbos ...
... van ver ...
... bloemen ...
... hoog paleis


346 P. Oxy. 2321

5

]merim[n-        0Afro]di/thn


Werkvertaling KK:

... zorg ... Afrodite ...



346 P. Oxy. 2321

6

(schol.) pr(o\j)  Smerd(i/hn)


Werkvertaling KK:

(scholiast) gericht aan Smerdies


347 P. Oxy. 2322 fr.1

kai\  k[o/mh]j, h3  toi  kat 0  a9bro\n
   e0ski/a[z]en  au0xe/na:

nu=n  de\  dh\  su\  me\n  stolokro/j,
h9  d 0 e0j  au0xmhra\j  pesou=sa
xei=raj  a0qro/h  me/lainan
   e0j ko/nin  katerru/h

tlhm/on[w]j  tomh=i  sidh/rou
peripeso[u=]s 0: e0gw\  d 0 a1shisi
tei/romai: ti/  ga/r  tij  e1rchi
   mhd 0 u9pe\r  Qrh/ikhj  tuxw/n;

oi0ktra\  dh\  fronei=n  a0kou/[w
th\n  a0rignwton  gunai=[ka
polla/kij  de\  dh\  to/d 0  ei0p[ei=n
   dai/mon 0  ai0tiwme/[n]hn:

w9]j  a2n  eu]  pa/qoimi, mh=ter,
ei1]  m 0  a0mei/lixon  fe/rousa
p]o/nton  e0sba/loij  qui/onta [
   p]orf[ur]e/oisi  ku/masi [

   ] . [ ] . . [ ] . . [


Metriek: drie maal een trochaeische dimeter; de vierde regel is een catalectische trochaeische dimeter:
_ v _ v | _ v _ v || 3x
_ v _ v | _ v _ ||



Werkvertaling KK:

... en van het haar, dat jouw
zachte hals in schaduw bracht;

maar nu ben jij dus kaal,
je haar kwam terecht in ruwe
handen en viel massaal
omlaag in het zwarte stof,

ellendig terechtgekomen in het snijden
van ijzer; en ik word door afkeer
gekweld; want wat kan iemand doen
die zelfs voor Thracia geen succes had?

(Waarschijnlijk wordt bedoeld: 'die er zelfs niet in slaagde het haar van Thracische Smerdies te redden'; zie fragmenten 402 en 414 en testimonium 12)

(Waarschijnlijk begint hier een nieuw gedicht:)


Ik hoor, dat de erg bekende vrouw
zich verdrietig voelt
en dan ook vaak dit zegt,
haar lot beschuldigend:

'Wat zou ik geluk hebben, moeder,
als jij me meenam en gooide
in de onverzoenlijke zee, die raast
met opzwellende golven ... '


Vertaling Nagelkerken

...
van het haar dat in jouw zachte
  hals zijn schaduw vallen liet;

nu heb jij die dos verloren,
haar, ten prooi aan ruwe handen,
ligt nu op een hoop, gevallen
  in het vuile stof, en is
 
door de harde snee van ijzer
neergevallen. Grote droefheid
kwelt mij. Wat kan ik nog doen
  als ik zelfs voor ThrakiŽ faal?

Jammerlijk hoor ik haar klagen,
haar, de vrouw die goed bekend is,
en steeds weer de woorden spreken
  waarmee zij het lot aanklaagt:

't Was voor mij een zegen, moeder,
als u in de ruwe golven
mij zou storten, in het zwarte
  zieden van het zeegeweld.

...


347 A = Sappho 213C


348

gounou=mai/  s' e0lafhbo/le
canqh\  pai=  Dio/j a0gri/wn
   de/spoin'   1Artemi qhrw=n:
h3  kou  nu=n  e0pi\  Lhqai/ou
di/nh|si  qrasukardi/wn
a0ndrw=n  e0skatora=|j  po/lin
xai/rous', ou0  ga\r  a0nhme/rouj
   poimai/neij  polih/taj.


Metriek:
 _ = lang
v = kort
x = slotlettergreep, mag kort zijn; als de slotlettergreep lang is, gebruikt Kox het teken _

_ _ | _ v v _ | v x ||
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | _ ||
_ _ | _ v v _ | v _ || (? of voorlaatste lettergreep _ ? mag eigenlijk niet; )
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | v x ||
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | _ ||



Werkvertaling KK:

Smekend pak ik uw knieŽn, hertenschietend
blond kind van Zeus, van wilde
dieren meesteres Artemis,
die denk ik nu bij de draaikolken
van de Lethaios vol vreugde kijkt naar de stad
van moedige mannen; want geen woeste
burgers weidt u.

Aantekening: De Lethaeos was een zijrivier van de Maiandros (huidige naam: BŁyŁk Menderes) en mondde uit in die rivier bij de stad Magnesia.


Vertaling Nagelkerken:

Ik smeek u die op herten jaagt,
kind van Zeus, blonde Artemis,
  hoedster van wilde dieren,
u die vast bij de kolken van
de Lethaios de stad aanschouwt
van stoutmoedige manschappen,
tot uw vreugde; want u hoedt geen
  ongetemde bevolking.



349

ou[toj  dhu]t 0  0Ihlusi/ouj
ti/llei tou\j kuana/spidaj.


Metriek: ?
 _ v _ v | _ v v _ ||
 _ _ | _ v v _ | v x ||



Werkvertaling KK:

Die bespot dus weer de mannen van Ialusos,
die blauwe schilden dragen.

Ialusos (Ialysus): een van de drie Dorische steden op Rhodos.


350

Photius, Lexicon (p. 123 Reitzenstein)

 a0nasu/rein  kai\  a0nasesurme/nhn: ei0w/qamen  xrh=sqai  tw=|  o0no/mati  e0pi\  tw=n  fortikw=n  h1  a0naisxuntou/ntwn.  0Anakre/wn  e0n  a/. 


Werkvertaling KK:

 omhoogtrekken en met haar kleren omhoog getrokken: gewoonlijk gebruiken we het woord voor vulgaire of schaamteloze mensen. Anakreon in boek 1.


351

Etymologicum Magnum 713.26

     sina/mwroi  polemi/zousi  qurwrw=|

  e0n  deute/rw|  0Anakre/wn. memorhme/noi  fhsi\  pro\j  to\  si/nesqai.

Werkvertaling KK:

    baldadig vechten zij met de deurwachter

  Anakreon in boek 2. Hij bedoelt 'voorbestemd (
memorhme/noi) om schade te doen (si/nesqai)'.


352

Athenaeus: Deipnosophistae 15.671d-672a (iii 484s. Kaibel)

  kai\  o9  Ku/noulkoj:  9 e0pei\ peri\  stefa/nwn  zhth/seij  h1dh  gego/nasin, ei0pe  h9mi=n  ti/j  e0stin  o9  para\  tw=|  xari/enti  0Anakre/onti  Naukrati/thj  ste/fanoj, w]  Ou0lpiane/.  fhsi\n  ga\r  ou3twj 
o9  melixro\j  poihth/j (fr. 434).  kai\  dia\  ti/  para\  tw=|  au0tw=|  poihth=|  lu/gw|  tine\j  stefanou=ntai;  fhsi\n  ga\r  e0n  tw=|  deute/rw|  tw=n  melw=n:

   <o9> Megisth=j  d 0  o9  filo/frwn  de/ka  dh\  mh=nej  e0pei/  te
    stefanou=tai/  te  lu/gw|  kai\  tru/ga  pi/nei  melihde/a.


o9  ga\r  th=j  lu/gou  ste/fanoj  a1topoj: pro\j  desmou\j  ga\r  kai\  ple/gmata  h9  lu/goj  e0pith/deioj. ei0pe\  ou]n  h9mi=n  ti  peri\  tou/twn  zhth/sewj  a0ci/wn  o1ntwn . . . 0  o9  Dhmo/kritoj  e1fh:  (  0 Ari/starxoj  o9  grammatikw/tatoj, e9tai=re, e0chgou/menoj  to\  xwri/on  e1fh  o3ti  kai\  lu/goij  e0stefanou=nto  oi9  a0rxai=oi.  Tai/naroj  de\  a0groi/kwn  ei]nai  le/gei  stefa/nwma  th\n  lu/gon.  ) 

Cf. Athenaeus 673d-674a, Anakreon 496.

Werkvertaling KK:

En Cynulcus zei: "Nu er over kransen vragen zijn opgekomen, moet je ons zeggen, wat de krans van Naucratis is bij de lieflijke Anakreon, Ulpianus. Want de zoete dichter zegt: (fragment 434). En waarom bij dezelfde dichter bekransen sommigen zich met wilg? Want hij zegt in boek 2 van zijn liederen:

Het is al tien maanden dat de lieflijke Megistes
zich bekranst met wilg en honingzoete nieuwe wijn drinkt.

Want de krans van wilg is raar; want de wilg is geschikt voor touwen en vlechtwerk. Dus vertel ons iets over die dingen, die onderzoek waard zijn ..." Demokritos zei: " Aristarchus, de zeer geleerde grammaticus, mijn beste, in zijn toelichting van de passage zei, dat de ouden zich ook met wilgentwijgen bekransten. Tainaros zegt, dat de wilg de krans van boerenmensen is. "


353 
 

354


355


356

Athenaeus 10.427ab (ii 428s. Kaibel)

  para\  de\  0Anakre/onti  ei[j  oi1nou  pro\j  du/o  u3datoj:

(a)

     a1ge  dh\  fe/r 0  h9mi\n  w]  pai=
     kele/bhn, o3kwj  a1mustin
     propi/w, ta\  me\n de/k 0  e0gxe/aj
     u3datoj, ta\  pe/nte  d 0  oi1nou
     kua/qouj  w9j  a0nubri/stwj
     a0na\  dhu]te  bassarh/sw.


  kai\  proelqw\n  th\n  a0kratoposi/an  Skuqikh\n  kalei=  po/sin:

(b)

     a1ge  dhu]te  mhke/t 0  ou3tw
     pata/gw|  te  ka0lalhtw=|
     Skuqikh\n  po/sin  par 0  oi1nw|
     meletw=men, a0lla\  kaloi=j
     u9popi/nontej  e0n  u3mnoij.


Uit boek 3 van Anacreon. Want:
Porphyrio in Hor. Carm. 1.27.1 (p. 35 Holder): protreptice ode est haec ad hilaritatem, cuius sensus sumptus est ab Anacreonte ex libro tertio.
Porphyrio over Horatius' Carmen 1.27 regel 1: deze ode is een opwekking to vrolijkheid, waarvan de inhoud genomen is van Anacreon uit het derde boek.


(a)

Werkvertaling KK:

Bij Anacreon ťťn deel wijn op twee delen water:

Kom dan, breng ons, jongen,
een beker, om in ťťn keer
leeg te drinken; giet er tien
scheppen water, vijf scheppen wijn in,
dat ik met fatsoen
nog eens Bacchisch kan uitbarsten.

en even verder noemt hij het drinken van ongemengde wijn Scythisch drinken:

(b)

Komop dan, laten we niet meer zo
met lawaai en geschreeuw
bij de wijn Scythisch drinken
beoefenen, maar met mooie
hymnen rustig drinken.


Vertaling Nagelkerken:

(a)

Jongeman, vooruit, breng mij een
flinke beker om ad fundum
om te slaan: giet tien keer water,
vijf keer wijn in met je schepnap;
want ik wil mij vol beheersing
laten gaan als een Bakchante.

(b)

Laten wij niet meer als Skythen
met geschreeuw en luid gedaver
bij de wijn ons drinkfeest vieren,
maar ons bij de drank beheersen
onder zang van fraaie hymnen.


357

]Wnac, w]|  dama/lhj  1Erwj
kai\  Nu/mfai  kuanw/pidej
  porfurh= t'   0Afrodi/th
sumpai/zousin  e0pistre/fh| d'
u0yh/lwn  o0re/wn  korufa/j,
gounou=mai/ se, su\  d'  eu0menh\j
e1lqoij  moi  kexarisme/nhj  t'
   eu0xwlh=j  e0pakou/wn,
Kleubou/lw|  d' a0gaqo\j  geneu=
su/mbouloj  to\n  e0mo/n g' e1rwt',
   w]  Deu/nuse, de/xesqai.


Metriek:
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | v x ||
_ _ | _ v v _ | _ ||
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | _ ||
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | _ ||



Werkvertaling KK:

Heer, met wie bedwingende Eros
en blauwogige Nimfen
en purperen Afrodite
spelen, zwerft u over
toppen van hoge bergen,
smekend pak ik uw knieŽn, kom goedgezind
voor mij en luister naar mijn
gebed dat u plezier doet,
wees voor Kleoboulos een goede
raadgever om mijn liefde,
Dionusos, aan te nemen.


Vertaling Nagelkerken:

Heer, met wie Eros, dwingeland,
de blauwogige nymfen en
  stralende Afrodite

spelen, u die graag rondzwerft langs
hoge toppen in berggebied:
smekend vraag ik u, kom bij ons
welgezind; hoor mijn bede aan
  en breng die tot vervulling.

Dionysos, geef een goed advies,
geef mijn lief Kleoboulos raad:
  laat hij mijn liefde aanvaarden.


358

Weer raakt goudblonde Eros mij
met een purperen bal: hij wil
dat ik speel met de jonge vrouw
  met de bonte sandalen.
Maar omdat ze van Lesbos komt,
heerlijk woonoord, veracht ze mijn
witte haar: ze vergaapt zich aan
  iemand anders, een meisje.


Versmaad

WeÍr raakt goudengelokte Eroos
Met zijn purperen bal me, en daagt
Met een maagdeken bontgeschoeid
Me uit om samen te spelen.

Zij (ze is thuis in het goedgevest
Lesbos) drijft met mijn haar den spot,
Wit als 't is en vergaapt zich aan....
Enige andere schone.

Vertaling ontleend aan:
Klassieke Bibliotheek: Griekse Varia:
Bloemlezing uit de werken van een vijftiental Griekse dichters en prozaschrijvers, in vertaling bijeengebracht en ingeleid door
Dr W.E.J. Kuiper. Haarlem 1956. N.V. Drukkerij De Spaarnestad.



359

Kleubou/lou  me\n  e0gwg'  e0re/w
Kleubou/lw|  d' e0pimai/nomai
   Kleu/boulon  de\  dioske/w.


Metriek:
_ _ | _ v v _ | v _ || (e/w wordt met synizese ťťn lange lettergreep; ook in regel 3)
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | _ ||



Werkvertaling KK:
Ik houd van Kleoboulos,
Ik ben gek op Kleoboulos,
Ik kijk aldoor naar Kleoboulos.


Vertaling Nagelkerken:

Kleoboulos is mijn hartendief,
Kleoboulos maakt mij dolverliefd, 
  Kleoboulos! Verder zie ik niets.


360

]W  pai=  parqe/nion  ble/pwn,
di/zhmai/  se, su\  d' ou0k  ai1eij,
ou0k  ei0dw\j  o3ti  th=j  e0mh=j 
   yu/xhj  h9nioxeu/eij.


Metriek:
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | v _ || (de voorlaatste lettergreep
ai0 dient als kort te worden gescandeerd)
_ _ | _ v v _ | v _ ||
_ _ | _ v v _ | _ ||



Werkvertaling KK:

Jongen als een meisje kijkend,
ik zoek jou, maar jij merkt het niet,
en weet niet, dat je van mijn
ziel de teugels ment.


Vertaling Nagelkerken:

Jongenlief met je meisjesblik,
ik zoek jou, maar jij ziet het niet;
onbewust heb je van mijn ziel
  alle teugels in handen.


361

Naar de hoorn van Amalthia
taal ik niet en ik wil ook niet
honderdvijftig jaar koning zijn
  van het Spaanse Tartessos.


373

Met een klein stukje honingkoek heb ik net nog ontbeten,
maar ik dronk wel een kruik vol wijn; en nu speel ik teerhartig
op mijn lieflijke harp een lied, om mijn liefste te eren.
 

388

Toen was zijn jas ťťn smerig vod, en steeds droeg hij een wespenhoed,
bikkels van hout sierden zijn oren, en zijn middel hulde hij
  in kale huiden van een koe,

smerige hoes, die ooit een slecht schild had bedekt; hij ging ook met
broodbaksters en lusthoeren om, die vuile schooier Artemon;
  zijn levensdoel was slechts bedrog.

Vaak zat zijn nek vast in het schandblok, en hij lag vaak op het rad,
vaak werd zijn rug met leren zwepen afgeranseld, en zijn haar,
  zijn baard werd vaak flink kaalgeplukt.

Als hij nu reist, gaat hij per koets, en hij draagt gouden oorbellen;
hij, Kykes zoon, gaat nu op stap met een ivoren parasol
  precies zoals de dames doen.


395

Grijze lokken liggen voortaan
op mijn slapen, wit is mijn hoofd,
en de charme van de jeugd wenst
mij te mijden, oud zijn mijn tanden
en er blijft niet veel meer over
van het lieve, zoete leven;
daarom ben ik vaak in tranen,
voor de Tartarus beangstigd.
Want geducht is Hades' uithoek
en het pad omlaag is pijnlijk:
want degene die daarheen gaat
komt beslist niet meer hier boven.


Doodsangst

Grijs zijn mijn slapen al,
Mijn hoofd vergrauwd,
Gratie van jeugd voorbij!
Ziet slechts de tanden mij,
Brokklig en oud.
Bitterzoet leven goed,
Dat henen spoedt.

Daarom mijn klagen luid:
Ik vrees het graf.
Weet ge waar Hades troont?
Waar diep d' ontzetting woont.
Steil gaat het af.
Al wie eer daalde neer,
Nooit keerde weer.

Vertaling ontleend aan:
Klassieke Bibliotheek: Griekse Varia:
Bloemlezing uit de werken van een vijftiental Griekse dichters en prozaschrijvers, in vertaling bijeengebracht en ingeleid door
Dr W.E.J. Kuiper. Haarlem 1956. N.V. Drukkerij De Spaarnestad.



396

Breng ons water, beste jongen, breng ons wijn, kom breng ons kransen
rijk aan bloemen; kom dan, breng ze, want ik wil met Eros boksen.


413

Weer heeft Eros mij geslagen met een grote hamer
als een smid, en mij gedompeld in een koude bergstroom.


417

Thrakisch veulen, waarom kijk je
schuins naar mij vanuit je ooghoek
om dan wreed te vluchten? Denk je
  dat ik jou niet rijden kan?

Je moet weten dat ik jou het
bit vakkundig in kan brengen,
dat ik jou ook met de teugels
  langs de eindpaal sturen kan.

Maar nu graas je in de weiden
waar je licht en dartel huppelt,
omdat jij geen vaardig ruiter
  hebt die jou berijden kan.


Het veulen

Thracisch veulentje, ik zie je
          - schichtig zijwaarts j'ogen spieŽn -
Zonder deernis mij ontvlieŽn,
          en je denkt: wat dwaze vent!

Och, geloof m', als jou mijn handen
          zoetjes aan den teugel spanden,
'k Zou je veilig doen belanden,
          waar de lange renbaan endt. 

Maar jij graast de weideblommen,
          dartlend voort in luchte sprongen,
Want je mist den fiksen jongen,
          die dat wilde paardje ment.

Vertaling ontleend aan:
Klassieke Bibliotheek: Griekse Varia:
Bloemlezing uit de werken van een vijftiental Griekse dichters en prozaschrijvers, in vertaling bijeengebracht en ingeleid door
Dr W.E.J. Kuiper. Haarlem 1956. N.V. Drukkerij De Spaarnestad.



419

Ach, Aristokleides, van mijn sterke vrienden Ďt meest betreurd:
jij behield de vrijheid voor ons land, jijzelf verloor je jeugd.


445

Jullie zijn onbeheerst, brutaal en weten ook niet
wie voor jullie pijlen doel zal zijn.


505d

Want ik wil tere Eros
in mijn liederen bezingen,
die met bloemen rijk omkranst is;
hij is heerser over goden,
hij ook temt de stervelingen.

Elegie 2

Ik houd niet van een man die, wijn drinkend naast een vol mengvat,
  steeds weer ruzies bespreekt, spreekt over treurige strijd,
maar wel van hem die de prachtige gaven vermengt van de Muzen
  en Afrodite: hij houdt heerlijke feesten in stand.


Epigrammen

100D

Hier ligt de machtige Agathon, voor Abdera gevallen:
  naast zijn brandstapel stond heel de stad, diep in rouw.
Nooit eerder is zo'n jongen door de bloeddorstige Ares
  omgebracht in het gewoel van de afschuwlijke strijd.


101D

Dit is de graftombe van Timokritos, sterk in de oorlog.
  Ares geeft moed geen respect: lafaards worden gespaard.


102D

Heimwee rukte ook jou, KleŽnorides, weg uit het leven:
  jij vertrouwde je toe aan de winterse storm.
Onvermurwbaar besprong jou het weer, de vochtige golven
  hebben jou van je jeugd, lieflijke jaren, beroofd.


103D

Net als Kalliteles vroeger hebben zijn nakomelingen
  nu dit beeld opgericht: wees hun dankbaar daarvoor.


104D

Hier staat het paard van Feidolas uit het ruime Korinthos,
  eerbewijs voor Kronos' zoon, teken van racekwaliteit.


105D

Gun aan Tellias, zoon van Maia, een aangenaam leven.
  Toon uw dankbaarheid voor dit begeerlijk geschenk.
Laat hem onder Eonymons waarheidslievende mensen
  leven in blijvend geluk tijdens de tijd die hem rest.


106D

Bid dat de bode der goden zachtaardig mag zijn voor Timonax,
  die mij opgericht heeft, gave voor Hermes, de heer,
en voor zijn lieflijke tempel; welkom is iedere man die
  in dit gymnasion komt, stedeling of vreemdeling.


107D

Door Echekratidas, vorst van ThessaliŽ, ben ik geschonken
  aan Dionysos als dank, een ornament voor de stad.


108D

Door Prexidike is dit kleed gemaakt, dat is ontworpen
  door Duseris: die twee hebben hun kunst saamgevoegd.


109D

AreÔfilos' zoon, Melanthos, betuigt met zijn gave
  Semeles zoon, graag bekranst, dank voor de winst van zijn koor.


110D

God met de zilveren boog, verleen Naukrates gul uw gunsten,
  Aischylos' zoon, en vervul wat dit geschenk aan u vraagt.


111D

Hier op Athenes terrein hangt het schild dat Python gered heeft
  uit de kommer en kwel van de pijnlijke strijd.


112D

Praxagoras heeft dit wijgeschenk aan de goden geschonken,
  van Lykaios de zoon, werk van Anaxagoras.


113D

Zij met de thyrsos is Helikonias, naast haar Xanthippe
  en Glauke, allen op weg om na hun tocht van de berg
zich bij de reidans te voegen; ze brengen nu voor Dionysos
  druiven, klimop en daarbij ook nog een stevige bok.


114D

Koeherder, weid je kudde ver weg: anders denkt Myrons stiertje
  dat hij levend is en huppelt hij weg met je vee.


115D

Over dit stiertje, dat niet in een vorm is gegoten, maar brons werd
  door hoge ouderdom, loog Myron: ĎHet is van mijn hand'


SIM. 101D

Stroibios' zoon Leokrates, toen je dit standbeeld aan Hermes
  wijdde, ontging dat niet aan de GratiŽn met welig haar
(noch aan de heerlijke Akademeia, waar ik de bezoeker
  wijs op het hoekje waar jouw prachtig geschenk is geplaatst.)


SIM. 156D

Sofokles richtte het eerst deze altaren op voor de goden:
  tragische Muze, geen mens kreeg van u roem zoals hij.