Kox' Coronadagboek

Dag 39 (dinsdag 27 april 2020)

Kox en Gerard K. schuifelen opnieuw door de keldergang van het grote huis. Ze zijn van plan een kijkje te nemen op de plaats waarvan ze de vorige keer zijn weggevlucht. Net als de vorige keer heerst er duisternis, maar nu hebben ze een zaklantaarn mee. 
Ze bereiken het einde van de gang en zien in het halfduister de deur van het vertrek, waar ze de vorige keer zo geschrokken zijn. Kox grijpt het handvat om de deur te openen, maar die wil niet open. Hij is op slot.
Gerard bonst met zijn vuist op de deur en roept: "Hallo! Doe eens open! Is daar iemand?"
Zij luisteren. Doodse stilte. Kox beweegt de deurklink enkele malen omlaag en weer terug, slaat met vlakke hand op de deur en roept: "Hee! Maak open! Dit is mijn deur!"
Geen reactie. Kox legt zijn oor tegen het koele oppervlak van de metalen deur. Hoort hij geluid? Hij twijfelt. Even dacht hij een zacht praten te horen, maar misschien was dat maar inbeelding.
"We gaan," zegt hij. "Het is heel vreemd. Binnenkort gaan we maar weer kijken en nemen we een sleutel mee. Er is ergens een kast met sleutels. Die vind ik wel."
"Heel vreemd, ja," zegt Gerard. "Misschien heeft iemand van het onzichtbare personeel de deur op slot gedaan. Misschien is er iets waardevols verborgen. Of iets gevaarlijks, dat zou interessant zijn. Ja, laten we snel weer gaan kijken."

In de Grote Zaal spreekt Gerard K. vervolgens niet over zijn werk, zoals verwacht werd, maar over het aanbreken van de apocalyps:

"Mijn Avonden wordt nog gelezen, vooral omdat het op de lijst staat voor middelbare scholieren. Voor Werther Nieland en De ondergang van de familie Boslowits, allebei lekker dun, geldt mutatis mutandis hetzelfde. Mijn latere werk wordt alleen nog maar gelezen door docenten Nederlands van boven de vijftig. Dat men niet inziet dat mijn vroege werk slechts de getuigenis is van de wanhoop van een ziel die zoekt naar God, dat men mijn latere werk afdoet als homoseksuele fantasieën waarin religie, dood en erotiek sterk met elkaar verbonden zijn, zonder dat men inziet dat het centrale thema van al mijn werken de ontoereikendheid van de menselijke liefde is, die slechts door de genade van God verlost kan worden, mishaagt mij zeer. Daarom zal ik niet spreken over mijn eigen boeken, die toen ik het geld hard nodig had door uitgekiende de verkoop aanwakkerende marketingstrategieën als warme broodjes over de toonbank gingen, nee, nu ik geld niet meer nodig heb, anders dan mijn geliefde mantelzorger die een slaatje probeert te slaan uit elk stukje toiletpapier dat ik ooit met de vrucht van mijn ingewanden heb beschreven, nu zal ik u vertellen welke waarheid wij in deze ongeluksdagen onder ogen moeten zien. De studiën die ik heb verricht alvorens mij te bekeren tot het katholicisme zijn mij hierbij tot grote steun en inspiratie. Mijn aardse strevingen worden samengevat in het hemels panorama dat ik u zal tonen. Zo blijkt maar weer: alles heeft een doel, al is het vaak niet het doel dat wij beogen. Zelfs mijn ongelukkig bestaan vol twijfels en zoeken leidt tot een waardevol resultaat. Niets is voor niets.

Ik, Gerard K., die uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, was op het eiland, genaamd Texel.
En ik sliep en droomde op de dag van de Heer; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een trompet,
Zeggende: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en zend het aan de Continenten.
En ik keerde mij om, om te zien de stem, die met mij gesproken had; en mij omgekeerd hebbende, zag ik Een, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel;
En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw; en Zijn ogen gelijk een vlam van vuur;
En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren.
En uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon schijnt in haar kracht.
En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;
En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van de hel en van de dood.
Schrijf, hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen."

Morgen gaat Gerard verder.