Kox' Coronadagboek

Dag 33 (woensdag 22 april 2020)

Thucydides Boek II

Hoofdstuk 53

De ziekte leidde ook in andere opzichten tot maatschappelijke ontwrichting in de stad. Men durfde gemakkelijker dingen voor zijn plezier te doen, die men vroeger verborgen hield. Men zag dat veranderingen in een oogwenk plaatsvonden, rijken die plotseling stierven, mensen eerder zonder enig bezit die opeens hun rijkdom erfden. Ze kozen ervoor snel te genieten en voor het genoegen te leven, omdat ze hun lichaam en ook hun geld beschouwden als efemeer. Niemand had er zin in zich in te spannen om een goede reputatie te krijgen, omdat hij niet zeker wist of hij niet zou zijn gestorven voor dat resultaat bereikt was. Wat onmiddellijk prettig was en daar op welke manier dan ook aan bijdroeg, dat gold als goed en nuttig. Door angst voor goden of wetten van mensen werd niemand tegengehouden. Goden eren of niet, dat was om het even, omdat zij zagen dat iedereen op gelijke wijze omkwam. Wat wetsovertredingen betreft, niemand verwachtte zo lang te leven, dat hij proces en straf nog zou meemaken. Een veel zwaarder vonnis hing hun al boven het hoofd, en het lag voor de hand om, voordat dat werd voltrokken, nog een beetje van het leven te genieten.

Hoofdstuk 54

In zo'n ramp waren de Atheners nu terecht gekomen: in de stad stierven de mensen, buiten de stad werd het land verwoest. In die ellende herinnerden zij zich uiteraard de volgende orakelspreuk. Bejaarden zeiden, dat die lang geleden gezongen werd: "Een Dorische oorlog zal komen en tegelijk daarmee een pest (loimos)." Mensen kregen er nu ruzie over, dat in het vers van de ouden het woord niet 'pest' (loimos) was, maar 'honger' (limos). De overtuiging dat het woord 'pest' was won, logisch, gezien de situatie. De mensen brachten hun herinnering in overeenstemming met wat ze meemaakten. Ik denk, dat als er ooit nog een andere Dorische oorlog komt na deze, en er tijdens die oorlog honger ontstaat, dat de mensen dan uiteraard 'honger' zullen kiezen. Mensen die ervan wisten maakten ook melding van een orakelspreuk van de Lacedaemoniƫrs. Toen zij de god vroegen of zij moesten oorlogvoeren, antwoordde hij, dat de overwinning zou zijn voor wie uit alle macht vochten, en hij zei zelf mee te zullen doen. Zij meenden dat de gebeurtenissen leken op wat het orakel had gezegd: toen de Peloponnesiƫrs waren binnengevallen, was de ziekte meteen begonnen. De ziekte had de Peloponnesos niet getroffen, althans niet noemenswaardig, maar ging vooral te keer in Athene, en na Athene in de dichtstbevolkte van de andere steden.
Tot zover de gebeurtenissen met betrekking tot de ziekte.