Kox' Coronadagboek

Dag 32 (dinsdag 21 april 2020)

Vandaag opnieuw een persconferentie van Rutte. Basisscholen en kinderopvang mogen 11 mei weer open, het voortgezet onderwijs komt waarschijnlijk op 1 juni aan de beurt. Evenementen zijn verboden tot 1 september. De overige maatregelen (kappers en masseurs dicht, anderhalve meter afstand houden, bij snotneus de deur niet uit, hoesten in de mouw, zoveel mogelijk thuis blijven en werken) zijn voorlopig verlengd tot 20 mei. Tandartsen mogen wel weer beginnen. Als het pijn doet gaan we het niet verbieden.
Wat deze pandemie moeilijk maakt, is het enorme geduld dat je nodig hebt om je aan de maatregelen te kunnen houden. 20 mei, dat betekent weer een maand. En hoe lang daarna? Er is nu 3,6% van de bevolking, die in aanraking met het virus is geweest. Om groepsimmuniteit te bereiken is zeker 60% nodig. Betekent dat nog zo'n 20 maanden? Kox eist een vaccin! Nu! Zou het niet helpen om bij kleuters bloed af te tappen en bij ouderen in te spuiten?
U merkt wel, Kox heeft er moeite mee zijn geduld te bewaren. Wat hij niet had verwacht: hij blijft volhouden, niet voor zichzelf, maar omdat hij andere mensen geen schade wil toebrengen. En deze vorm van altruïsme neemt hij bij velen waar. Dat troost. Hij houdt vol.


Thucydides Boek II Hoofdstuk 52

Wat de bestaande ellende nog verergerde was de trek van het platteland naar de stad, waarbij vooral de nieuwkomers werden getroffen. Er waren niet genoeg huizen, maar men woonde in verstikkende hutten midden in de zomer. De sterfte voltrok zich zonder enige orde. Doden en stervenden lagen bovenop elkaar, in de straten en bij alle bronnen kropen mensen halfdood rond, snakkend naar water. De tempels waarin zij kampeerden waren vol lijken, omdat ze daar in die tempels stierven. De ramp was zo overweldigend, dat de mensen niet wisten wat hun gebeurde en onverschillig werden voor tempels en rituelen. Alle regels die eerder in gebruik waren bij begrafenissen werden overhoop gegooid. Ieder begroef zoals het hem uitkwam. Velen gingen over tot het schaamteloos dumpen van de doden, door gebrek aan benodigdheden, omdat er al velen in hun familie eerder waren gestorven. Sommigen waren eerder bij een brandstapel dan degenen die hem hadden opgebouwd, legden dan hun eigen dode erop en staken hem in brand. Anderen gooiden, als een dode werd verbrand, het lijk dat zij droegen er boven op en gingen er van door.