Kox' Coronadagboek

Dag 31 (maandag 20 april 2020)

Vandaag 75 nieuwe coronapatiënten in het ziekenhuis opgenomen, het dodental is gestegen met 67, het aantal bezette IC-bedden is met 18 gedaald naar 1158. Kox vindt dat goede cijfers.
Morgen is er opnieuw een persconferentie van Rutte cum suis. Gaan we weer naar school? Mogen we weer naar een restaurant? Kunnen we weer naar de kapper? Mogen we weer een biertje drinken op het terras? Laat de tandartsen nog maar even dichtblijven...

Thucydides Boek II Hoofdstuk 51

Zo dus was de ziekte in haar algemene vorm, waarbij ik veel specifieke details heb weggelaten, die verschilden in individuele gevallen. Gedurende die tijd leidde geen enkele van de gebruikelijke ziekten tot klachten. Kwamen klachten voor, dan eindigden ze in de pest. Sommigen stierven zonder dat ze zorg kregen, anderen stierven hoewel ze heel goed verpleegd werden. Er was geen sprake van één methode van behandeling die moest helpen, want wat goed was voor de één schaadde de ander. Of de conditie van het lichaam nu sterk of zwak was maakte niet uit voor de ziekte. Zij nam iedereen te grazen, ook degenen die met alle mogelijke behandelingen werden verzorgd. Het afschuwelijkste van al de ellende was de moedeloosheid, wanneer iemand merkte dat hij aan de ziekte leed. Ze vervielen meteen in een stemming van hopeloosheid, gaven het daardoor eerder op en boden geen verzet. Afschuwelijk was ook, dat de een door de ander die hij verzorgde besmet werd en zij stierven als schapen. Dat veroorzaakte de grootste sterfte. Als mensen uit angst niet naar elkaar wilden gaan kwamen ze om in eenzaamheid, en in veel huizen werden hele families uitgeroeid door gebrek aan verpleging. Als zij wel naar zieken toegingen, stierven ze ook, vooral degenen die graag goed wilden doen. Want uit schaamte spaarden zij zichzelf niet en gingen naar hun vrienden thuis, wanneer zelfs de huisgenoten het tenslotte niet meer volhielden de stervenden te bejammeren, verslagen als zij waren door de enorme ellende. Nog meer toch hadden degenen die hersteld waren medelijden met stervenden en zieken, doordat zij al wisten wat het was en zij zichzelf veilig voelden; want niemand werd twee keer ziek, tenminste niet zo erg dat hij overleed. Zij werden door iedereen gefeliciteerd, waren zelf op dat moment dolblij en koesterden de wat lichtzinnige hoop voor de toekomst, dat zij ook door een andere ziekte nooit meer zouden omkomen.