Kox' Coronadagboek

Dag 26 (woensdag 15 april 2020)

Gerard K. heeft weer eens een vreselijke kater, dus Homerus neemt het woord in de Grote Zaal:

"Mijn Ilias begint met de ruzie tussen Agamemnon en Achilles. De aanleiding tot die ruzie is een besmettelijke ziekte, die uitbreekt in het kamp van de Grieken, en vooral de wijze waarop die pest is ontstaan en bestreden moet worden. Misschien vindt u dat in de huidige omstandigheden interessant.
Ik zal niet in het Grieks spreken,maar neem mijn toevlucht tot de prima vertaling in Nederlandse hexameters, een versie op klompen van mijn Griekse hexameters, van H.J. De Roy van Zuydewijn. Ik begin bij mijn begin:

Muze, bezing ons de wrok van de zoon van Peleus, Achilles,
die ongenadige wrok die de Achaeërs grenzeloos leed bracht,
tal van krachtige zielen van helden prijsgaf aan Hades
en die hun lichaam ten prooi aan honden en allerlei soorten
vogels deed vallen. Zo ging de wil van Zeus in vervulling.
Zing vanaf het begin, toen twist tot vijanden maakte
Atreus' zoon, de koning van 't volk, en de grote Achilles.

Wie van de goden had beiden in zulk een twistzaak verwikkeld?
Dat had de zoon van Leto en Zeus. Vertoornd op de koning -
Atreus' zoon die Chryses, zijn priester, gekrenkt had - had deze
pest in het scheepskamp verwekt, waaraan velen bezweken. Want Chryses
was naar de snelle schepen der Grieken gegaan om zijn dochters
vrijheid te kopen voor een ontzaglijke prijs. ...


Chryses, een priester van Apollo (de zoon van Leto en Zeus) gaat naar het Griekse kamp in een poging zijn eerder buitgemaakte dochter Chryseïs los te kopen. Hij biedt een onmetelijk losgeld aan, maar Agamemnon, de zoon van Atreus, accepteert het aanbod niet en stuurt de oude man met boze dreigementen weg. De priester bidt aan het strand tot Apollo en vraagt hem de Grieken te straffen.

. . . . . . . . . . . . . Foibos Apollo verhoorde zijn priester. 
Toornig daalde hij af
van de top van de hoge Olympos,
over zijn schouder
de boog met de aan weerszij sluitende koker
en, waar de god zich vol woede bewoog, weerklonken de pijlen
roffelend tegen zijn rug; als de nacht geleek hij te komen.
Daarna, ver van de schepen zich neerzettend, schoot hij een pijl af;
vreselijk klonk het gesnor van de zilvergesmeedwerkte boog op.
De ezels en honden nam hij het eerst onder schot, maar vervolgens
trof hij voortdurend de mannen zelf met zijn vlijmscherpe pijlen.
Aldoor, in groten getale, brandden de vuren der doden.

Negen dagen beschoot de god met zijn pijlen het scheepskamp.
Maar op de tiende was het Achilles die 't krijgsvolk bijeenriep.
...


De ziekte openbaart zich eerst bij ezels en honden. Kennelijk gaat het hier om een virus dat van dier naar mens over gaat. Na negen dagen is de ellende zo groot, dat Achilles het initiatief neemt voor een vergadering. Agamemnon is de eigenlijke leider, maar reageert niet. Wellicht denkt hij, dat het een gewone griep is.

In de vergadering verklaart Kalchas het uitbreken van de ziekte. Kalchas is een ziener, een man die de wil van de goden begrijpt, die het heden, het verleden en de toekomst doorziet. Hij vraagt eerst van Achilles de garantie, dat die hem zal beschermen, als hij dingen zegt, die onwelgevallig zijn voor een vorst. Achilles geeft die garantie. Dan legt Kalchas uit, dat Apollo boos is op Agamemnon, omdat die de priester Cryses heeft gekwetst. Chryseïs moet terug naar haar vader, Apollo moet een offer krijgen op het eiland Chryse, en dan komt het wel weer goed. Agamemnon wordt boos, scheldt de ziener uit, maar stemt er uiteindelijk in toe het meisje aan haar vader terug te geven. Hij eist echter compensatie, en als hij die niet vrijwillig krijgt, dan gaat hij die halen! Achilles wordt woedend om de hebzucht van Agamemnon en scheldt hem uit. Agamemnon gaat over de rooie en zegt Achilles' meisje Briseïs (ook een buitgemaakte vrouw) af te zullen pakken als compensatie voor Chryseïs. Achilles wil Agamemnon nu doodslaan, maar de godin Athena houdt hem tegen. Volgens haar advies gaat hij in staking: hij doet niet meer mee aan de oorlog tegen Troje. De Grieken zullen hem missen, wanneer ze door de Trojaan Hektor worden afgeslacht!
Nestor probeert de boel nog te lijmen. Tijdens zijn langdradig advies komen de beide heren enigszins tot rust.

Toen ze aldus hun felle woordenstrijd hadden beëindigd,
stonden ze op en ontbonden de raad bij de schepen der Grieken.
Peleus' zoon, vergezeld van Menoitios' zoon en hun mannen,
ging naar zijn bivak terug en zijn mooi symmetrische schepen.
Maar Agamemnon gaf opdracht een schip in de golven te trekken,
koos een twintigtal roeiers en deed 't voor de godheid bestemde
offervee scheepgaan. Toen bracht hij de mooie Chryseïs aan boord en
gaf haar een plaats op het schip. Aan 't hoofd stond de slimme Odysseus.
Zo, met allen aan boord, koos het schip zijn weg door de golven.
Atreus' zoon gaf vervolgens de mannen bevel zich te wassen.
Allen reinigden zich en spoelden het vuil in de zee af.
Daarna werden aan 't strand der oneindige zee aan Apollo
welgevallige offers gebracht van stieren en geiten.
Kringelend steeg, met de rook, de braadlucht op naar de hemel.


Hygiëne is ook rond 1200 voor Christus een belangrijk deel van de oplossing. Handen wassen, schoonmaken! Twintig roeiers op een schip kunnen anderhalve meter afstand houden...

Agamemnon laat dan uit Achilles' bivak het meisje Briseïs weghalen. Achilles is boos en verdrietig en roept om zijn moeder, Thetis, een godin van de zee. Zij belooft naar Zeus te gaan en hulp te regelen.

Odysseus is intussen aangekomen op Chryse en geeft de dochter terug aan de vader. Zij maken een altaar klaar en Chryses bidt voor het eten:

"Hoor mij, god van de zilveren boog, Beschermheer van Chryse
en van het heilige Killa en Tenedos' krachtige heerser!
Heeft ook mijn vorig gebed bij u verhoring gevonden -
mij hebt u eer willen geven en zwaar de Grieken getuchtigd -
breng op mijn bede dan nu ook deze wens in vervulling:
wend nu weer van de Danaërs af het verderflijke onheil."

Zo was zijn bede en Foibos Apollo verhoorde zijn priester.


En daarmee is de pest voorbij.
Wat mij nu na zo'n 3000 jaar opvalt," zegt Homerus, die al die tijd heeft overleefd, "is het volgende.

Ten eerste: mensen zoeken een oorzaak voor ziekte. Toen ik jong was kenden we de werkelijke oorzaken niet, dus namen wij onze toevlucht tot een irrationele verklaring: de goden. Apollo schiet pijlen. Ook nu nemen sommigen geen genoegen met een wetenschappelijke verklaring, maar denken aan wraak van de natuur, resetten van de wereld, dat soort dingen. Er moet een bedoeling zijn, een plan. Dat zoiets zonder een goede reden gebeurt is moeilijk te verteren. 

Ten tweede, wat ik hierboven al vermeldde: hygiëne helpt. In het kamp van de Grieken was het kennelijk al voldoende een bad in zee te nemen, wij hebben nu te maken met een hardnekkiger ziekteverwekker. In mijn Ilias vind je geen namen van Grieken die aan de pest zijn overleden. De doden zijn anoniem krijgsvolk. Die zaten waarschijnlijk hutjemutje in een hutje en besmetten elkaar. De helden, Achilles, Agamemnon, Menelaos, Odysseus, Nestor, die als bejaarde tot de risicogroep behoort, zij hebben nergens last van. Social distancing.

Ten derde: oorzaak en schuld liggen dicht bij elkaar. Oorzaak is de woede van Apollo, Agamemnon draagt de schuld voor die woede. Het zoeken van schuldigen, dat zie ik nu ook af en toe gebeuren. De Chinezen in Wuhan. De zwarten in China. De moslims in India. En als mensen niet schuldig zijn aan het virus zelf, dan toch aan de verspreiding. Trump die te laat in actie komt en vervolgens een stoet anderen de schuld gaat geven. Zwervers die in de goot liggen te hoesten. Jongeren die schijt-aan-Coronafeestjes organiseren.
Schuldigen aanwijzen lost niets op. Misschien is het zelfs contraproductief. Het virus is de schuldige, en wij mensen moeten daar zo verstandig mogelijk mee proberen om te gaan. Daarbij hoort, dat mensen op hun verantwoordelijkheid worden gewezen, dat zij zich aan wetten en regels dienen te houden, dat overtredingen worden bestraft. We moeten met elkaar in gesprek blijven om dat voor elkaar te krijgen, en niet gaan schelden zoals Achilles en Agamemnon. We moeten ons niet druk maken om prestige en politiek, maar om begrip en duidelijkheid. We moeten dit samen doen. Ik reken op u, zoals Rutte steeds zegt. Geen geweldig redenaar, maar die twee zinnen zijn wel goed geformuleerd. Zegt Homerus!"