Kox' Coronadagboek

Dag 19 (woensdag 8 april 2020)

Kox bezoekt samen met Gerard de kelders onder het grote huis. Gerard is dol op met schimmel bedekte gewelven, van vocht druipende muren en kamers met verroeste martelwerktuigen. Kox vermoedt dat het bezoek zal tegenvallen. Het huis is niet oud en romantisch.
Zij gaan door een deur, dalen een trap af en komen in een ruimte, waarvan de duisternis door een zwakke lamp in het plafond nauwelijks wordt opgeheven. Aanvankelijk zien ze niets dan een blinde diepte. Wanneer hun ogen aan het duister zijn gewend, ontwaren ze een lange gang. Aan het lage plafond dezelfde zeer zwakke lichtpunten. Links zien ze een deur. Gerard opent de deur, die toegang blijkt te bieden tot een leeg vertrek, dat ook weer nauwelijks verlicht wordt. Ze lopen de gang een eindje in, en zien dan links opnieuw een deur. Deze opent Kox. Opnieuw een leeg en donker vertrek.
"Ben jij bang in het donker, Kox?" vraagt Gerard. Zijn stem echoot hol.
"Nee," zegt Kox. "Maar ik heb wel een hekel aan kruipende glibberige beestjes langs vochtige wanden en geritsel van ongedierte."
"De wanden zijn droog," zegt Gerard teleurgesteld. "De lucht is niet slecht hier. De ventilatie is OK. Ik hoor geen muizen en ratten. Saaie boel."
Beiden luisteren. Stilte. Maar dan: voetstappen.
"Ik hoor iemand lopen," zegt Kox. "Hoor jij ook voetstappen?"
"Ja."
Ze schuifelen verder de gang in. Meer deuren aan hun linkerhand, meer lege ruimtes. Ze staan stil en luisteren. Voetstappen, dichterbij nu.
Ze bereiken het einde van de gang. De laatste deur aan hun linkerhand staat open. Gerard gaat het vertrek binnen.
"Hee, wat is dat?" roept Gerard. Kox volgt hem en ziet in het schemerduister, dat op de muur met grote letters is gekalkt: HUFTERS DOOD!!!
"Nee, niet weer, he," zucht Kox. "Ik wil dit niet." Hij legt zijn hand tegen de muur. De letters verdwijnen niet, zoals ze eerder (Dag 6) wel deden.
De deur slaat dicht met een klap.
"Huu!" roept Gerard.
Het licht gaat uit. Het halfduister verandert in inktzwarte onzienbaarheid.
"Huu!" roept Gerard weer.
"We gaan," zegt Kox. "Dit is creepy."
Hij zoekt op de tast naar Gerard en pakt diens hand.
"Huu!" roept Gerard.
"Jaja, ik ben het maar," zegt Kox. "We gaan."
Ze zoeken en vinden de deur, openen hem en schuifelen naar rechts. Zo keren ze langzaam terug naar hun beginpunt. Wanneer ze bij de trap zijn aangekomen, gaat het zwakke licht weer aan. Ze luisteren nog even, maar horen niets meer. Dan verlaten ze de kelder.

Kox is al aardig gewend aan de anderhalvemetersamenleving. Een maal per dag gaat hij de straat op, om boodschappen te doen en voor een frisse neus, en dan houdt hij zich in en laat andere mensen met rust. Maar thuis voor de tv is hij assertiever:
"Hee, wat zien we daar? Dat is geen anderhalve meter, he! Dat is hooguit 1 meter 40. Dat kan echt niet. Hee, Macron, stuur die lijfwachten van je eens weg! Met hoeveel mensen zitten jullie daar in die auto?"
Soms windt hij zich te veel op: "Hee, wat is dat voor een verzameling idioten! Uit elkaar, anderhalve meter, kom op! Nee, je bent wel een mooie jongen, maar je moet haar niet kussen! O, o, o, hoe dom kun je zijn! Hee, dat restaurant moet dicht! Waar is de handhaving?"
Dan pas beseft hij, dat hij naar beelden van vroeger kijkt, naar een voetbalwedstrijd, een documentaire of een film. Tot een paar weken geleden ging het er maar onhygienisch aan toe in de wereld. Het is een mirakel dat we toen niet allemaal ziek werden.
Kox heeft vernomen, dat de regering voor een exit-strategie veel verwacht van apps. Track & trace, als met die poststukken die niet aankomen, maar dan met mensen. Liep je zeven dagen geleden vlak langs meneer X, die nu Corona heeft, dan krijg je een berichtje dat je in complete quarantaine dient te gaan. Was je eergisteren in dezelfde supermarkt rond hetzelfde tijdstip als mevrouw Y, die nu hoest en koorts heeft, idem. Als er een paar honderd mensen ziek worden, moeten er dan misschien enkele honderdduizenden binnen blijven. Tel uit je winst! Nee, Kox hoopt, dat er snel een snelle immuniteitstest klaar is. Veel beter! Dan mogen we een petje op met de tekst: IK BEN IMMUUN en gaan lekker op vakantie.

In de Grote Zaal praten Kox en Fred morgen verder over muziek en vroeger.