Kox' Coronadagboek

Dag 18 (dinsdag 7 april 2020)

In de Grote Zaal praten Kox en Fred over muziek en vroeger.

Kox: "Ik heb Fred uitgenodigd, omdat ik al bijna vijftig jaar samen met hem in bentjes zit. Zangers, drummers en bassisten, daar hebben we er veel van gehad, maar wij twee waren altijd samen. Wij spelen allebei gitaar. We wisselen slaggitaar en sologitaar af. Ik bedoel, als Fred de solo doet, speel ik slag, en Fred speelt slag als ik de solo doe."
Fred: "Dat heeft wel tien jaar geduurd, voor ik ook solo's mocht doen. Eerst vond ik zelf, dat ik dat niet kon, en daarna vond Kox me niet goed genoeg. Toen ik doorkreeg dat hij dat alleen maar zei omdat hij zelf alle solo's wilde hebben zei ik: - Ik wil een solo, of ik kap ermee. Sindsdien speel ik solo's."
Kox: "Dat herinner ik me heel anders. Maar goed. Weet jij nog hoe onze bents heetten, Fred?"
Fred: "De eerste was op de middelbare school, in 1969 of 1970, denk ik. We hadden een gitaar gekocht van honderd toen nog gulden, zo krom als een banaan, die noemden we onze pijl-en-booggitaar. Altijd vals, niet te stemmen. En tweedehands versterkers, die vervormden en rondzongen. In dat begin kon ik nog maar drie akkoorden spelen. En jij stond altijd maar zo'n beetje te pielen en te freaken. We noemden jou de kippenhok-gitarist. Joop zong, Emil baste, Peter op drums. Die jongens hadden meer geld dan wij."
Kox: "Ja, Joop had een eigen zanginstallatie, Emil een Fender bas, en Peter een gigantisch drumstel met tien bekkens en twintig trommels."
Fred: "Nog meer, denk ik. Maar hij kon totaal niet drummen. Van Emil op bas had je geen last en geen steun. Joop kon aardig zingen, en had een goeie show. De Drop-outs, zo noemden we ons."
Kox: "Heel misleidende naam, want we deden goed ons best op school en wilden slagen in de wereld. Dat hielden we uiteraard wel goed geheim."
Fred: "Joop was dol op drop, volgens mij kwam daar de naam vandaan."
Kox: "Dat herinner ik me anders. Met de Drop-outs hebben we één keer opgetreden, op een talentenjacht in een wijkcentrum. We maakten zo'n lawaai dat we moesten stoppen van de organisatie."
Fred: "Ja, weet ik nog. Een jongen met puisten en een ukelele won. Vonden wij belachelijk."
Kox: "Vind ik nog steeds. Wij hadden moeten winnen. Wij speelden goeie blues. Joop zong hartverscheurend, rolde over de grond en klom in de gordijnen. Goeie show."
Fred: "Maar het was geen gehoor. Onze tweede bent was beter. Ook met Joop en Emil, maar met Ernst op drums. Die was goed."
Kox: "Ik had toen een betere gitaar bij elkaar gespaard met een krantenwijk. En jij had toen een Fender Stratocaster, toch?"
Fred: "Nee, wel een betere, maar geen Strat. Die Strat was mijn derde. Die bent was beter, maar we hadden altijd ruzie. Over de naam, over het repertoire, over optredens. We hadden helemaal geen optredens, maar we maakten wel ruzie over de vraag hoe ver weg ze mochten zijn. Utrecht? OK. Brabant? Nee. Waarom niet? Zeeland? Misschien. Limburg? Nee. Waarom niet?"
Kox: "We hebben op de Dam gestaan met Bevrijdingsdag, in de RAI tijdens een verkiezingsbijeenkomst van de CPN, en ergens in een gebouw drie hoog in Amsterdam-Oost bij de jongerenafdeling van de CPN."
Fred: "Ernst kende iemand die connecties had. Het kon ons niet schelen waar we speelden. We kregen nog geld toe, ook. En we waren ook tegen de oorlog in Vietnam, net als de communisten. Toen heetten we toch Dying Blues? En ABC, Amsterdam Blues Collective, en The Blue Birds, en JFK EE, Joop Fred Kox Emil Ernst."
Kox: "En The Losers, en The Bad Habits, en The Smelly Socks."
Fred: "Ernst kwam altijd met namen die al min of meer bestonden: Metal Butterfly, The Kings, The Beetles, The Lolling Stones. Maar hij bedacht ook de naam die we uiteindelijk het meest gebruikten: Awkward Mess."
Kox: "Dat herinner ik me anders. Volgens mij heeft Emil die naam bedacht. Maar goed. De ergste meningsverschillen gingen over de nummers die we wilden spelen. Jij en ik wilden blues spelen, Emil en Ernst maakte het niet uit, maar Joop wilde mooie liedjes zingen. Joop hield van commerciële muziek. Dat was in onze ogen helemaal fout. Commercieel was reactionair. Commercieel was rechts. Grote bedrijven waren fout. Geld verdienen was een dubieuze bezigheid. Wij waren de generatie die het allemaal anders en beter ging doen. Wij hadden lang haar en waren tegen de Vietnam-oorlog. Love, peace and happiness. De Beatles waren goed, maar ook een beetje fout, ze verdienden te veel, de Stones, daar maakten we ruzie over, of die wel tegendraads genoeg waren, de Bee Gees waren hartstikke fout, en zijn later trouwens nog veel fouter geworden, en de Monkees, die waren verschrikkelijk fout. Je had heel veel foute bands en foute zangers en zangeressen. Soul was ook fout. Klassieke muziek, daar praatten we niet eens over. Ik schaam me dood, als ik bedenk hoe dom en arrogant ik toen was. Maar ja, ik was pas achttien, hè, en ik wist niet dat ik weinig wist."
Fred: "Ja, jij was wel een hautaine zak, toen. Altijd maar praten en praten over niks. Je hoorde jezelf graag, de rest van de bent liet je begaan. Het militair-industriële complex. Hoor je nooit meer iemand over. De stuiptrekkingen van het kapitalisme. Idem dito. Marx, Engels, Benjamins Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid, Rosa Luxemburg, Chomsky, daar had je het zo vaak over dat je geen tijd meer had om hun werk te lezen. Maar je maakte er gelukkig ook wel grappen over. Destijds was je geen marxistisch leninist, zei je dan, zoals de meesten, maar humoristisch brezjnevist. Over muziek had je ook allerlei theorieën. We gingen terug naar de roots, weet je wel? Robert Johnson, Bessie Smith, Elmore James, Blind Lemon Jefferson, dat waren helden. En Jimi Hendrix, natuurlijk. Ik weet nog dat je stond te snotteren toen hij ineens dood was."
Kox: "Dat herinner ik me allemaal anders. Maar ik krijg wel tranen in mijn ogen van de nostalgische gevoelens, nu je die namen uit het verleden noemt."