Kox' Coronadagboek

Dag 14 (vrijdag 3 april 2020)

In de Grote Zaal leest Elsa voor uit eigen werk. Ze draagt een groene jurk, waarboven haar gezicht doodsbleek lijkt en haar donkerrode haar straalt als een vlam.

Zonder titel en uitzicht

Onder ’t groen genot van bomen

Zit ik in mijn luie stoel

En hoor een lollig beekje stromen.

Dit zachtjes leven heeft geen doel

Dan ’t verlangen dat ik voel

Te troosten door van jou te dromen.


Applaus.
Elsa: "Dit was een jeugdwerk. Het volgende ook." 

Levensangst 

 

Door de stilte van het verzonken continent

Zweeft een school vissen. Hun schitterende schubben

Herinneren aan de lang gebluste glans der paleizen.

 

Eén kleur bleef hier leven: het groen van paniek.

 

Door de gebroken straten van marmer deinen de knekels.

De schedels scoren geluidloze caramboles.

Vanuit de ramen der ruïnes loeren barracuda’s.

In de koningsburcht schuilt wellicht een haai.

 

Ach, zweefde mijn witgelikte skelet hier maar

Door de enorme zalen, in een eeuwige baan

Langs de nissen met sculptuur van Atlantis.

Applaus.
Elsa: "Het volgende gedicht is een parodie."


Biografie van Jan van Nijlen

 

O koel foreest! ’t Is, ei! de zerpe geur

Van meisen morgenstond, die altoos weer

’t Getamp der smoorge doodsklok met haar kleur

Van blonde muskadellen werpt terneer!

 

Goedaardig lief, uw ogen lichten lijk

Deez uchtend. Meer dan floxen, nenufaren,

Pioen en paardebloemen wint uw rijk

Van jeugd en liefde ’t wassen  van mijn jaren.

 

Nu is ’t middag. Winter, lente, zomer

En herfst komen en gaan als glazen wijn.

De eerste grijze haar vermaant de dromer,

Die dwaas blijft hechten aan de zielepijn

 

Van onbestemd verlangen, van nutloosheid,

Van eenzaam denken aan de dood van ’t leed.

Geen koffiehuis kent niet die gulden tijd

Van spot met burgers, daar hij ongraag zijn werk deed.

Applaus.
Elsa: "In het volgende gedicht, het laatste voor vandaag, probeer ik het conflict tussen sublieme theorie en de banaliteit van het bestaan uit te drukken."

Pragmatisme

Tijd is filosofisch van veel belang.

Immers, zij is kort, of zij is lang.

Onderscheid: vroeger, nu, en later.

Nu drink ik, straks heb ik een kater,

Vroeger dronk ik alleen maar water.

 

Ook over ruimte is veel gedacht.

Die blijkt – ik had het niet verwacht –

Gekromd. ’t Zijn slimme heren,

Die over tijd en ruim filosoferen.

‘k Ben blij dat ik op school mag leren.

 

Tijd en ruim zijn continu.

Als het giet draag ik een plu.


Applaus.
Elsa: "Dank u wel."
Kox: "Morgen is er gelegenheid vragen te stellen aan Elsa. En misschien dat zij nog meer wil delen met ons." 
Applaus. Men snelt naar het buffet.