Kox' Coronadagboek

Dag 11 (dinsdag 31 maart 2020)

Vandaag vertelt Dwight over zijn bokscarrière. Voordat hij van wal steekt, wandelt Kox met hem door de tuin.
"En, Dwight, heb je er zin in? In vertellen, bedoel ik. Dat is niet echt jouw ding, denk ik."
"Hoezo niet?" zegt Dwight. "Ik heb al duizend persconferenties en interviews achter de rug. Dit lijkt me net zo iets. Ik kan geweldig praten. Ik ben overal goed in. Ik ben de grootste."
Ja, Dwight is inderdaad groot, denkt Kox. Twee meter lang, een meter breed. Een kale kop, platte neus en platte oren. En een brede grijns, want Dwight is van nature goedhartig. Gelukkig maar.
Op hun wandeling door de tuin komen Dwight en Kox langs de ruïne.
"Let op!" zegt Dwight. Hij gaat vlakbij het restant van een muur staan. Hij buigt zijn hoofd en bovenlichaam naar achteren en geeft dan een razendsnelle kopstoot tegen de muur.
"Au!" zegt Kox onwillekeurig.
"Niks au," zegt Dwight. "Kijk!"
"Ik zie niets," zegt Kox.
"De muur beseft het nog niet," zegt Dwight.
Dan stort de muur in.
"Indrukwekkend," zegt Kox. "Je bent een echte Jerommeke."
"Wie is dat, Jerommeke?" vraagt Dwight.
"Een stripfiguur,"antwoordt Kox. "Die doet in een van die Suske en Wiskes ook zo iets, geloof ik."
"O?" zegt Dwight. "En kan hij dit ook?"
Hij zoekt in het gras en raapt een grote spijker op. Hij zet de spijker tegen de muur, haalt diep adem en hamert dan de spijker in de muur - met zijn voorhoofd.
"Nee, dat doet Jerommeke niet," zegt Kox. "Laat je hoofd eens zien."
Dwight laat zijn voorhoofd zien. Geen schrammetje.
"Mijn hoofd is zo hard, man. Ik ben helemaal zo hard. Stomp me maar eens in mijn buik. Zo hard als je kan."
Kox stompt zo hard hij kan in Dwights buik.
"Aaauu!" roept Kox. "Mijn hand! Hij is gebroken. Wat een pijn, aiaiai."
"Laat eens zien," zegt Dwight. "Valt wel mee, hoor. Kusje erop."
Dwight geeft een kusje, en dat helpt nog steeds. Dat deed Kox' moeder vroeger ook, wanneer hij van de trap viel en allerlei botten brak.

Op de weg terug van de ruïne naar de Grote Zaal passeren ze het paviljoen, een bouwwerk opgetrokken uit metaal en glas, waar het fijn vertoeven is in de avondzon met een glas wijn en een stukje kaas. Tot zijn grote schrik ziet Kox, dat een aantal glasplaten kapot is. Hij gaat naderbij, en ziet dat de vloer binnen in het paviljoen bezaaid is met glassplinters. Er ligt een groot vel papier waarop met slordige rode letters is geschreven: HUFTERS DOOD!!!
"Nee hè," jammert Kox. "Hoe kan dat nou? Wie heeft dat gedaan?"
"Ik sla ze helemaal verrot," zegt Dwight, terwijl hij over de glassplinters begint te dansen en een schaduwgevecht houdt. "Hier! Pak aan! Pats!"
Zijn befaamde rechtse directe flitst door de ruimte, gevolgd door een linkse hoek en een opstoot. Er is echter niemand om de klappen te incasseren.
Kox leunt tegen het metalen frame van het paviljoen en zegt:
"Niet weer! Ik wil dit niet. Ik wil dit niet."
Terwijl hij deze woorden spreekt, ontstaat er een warrelende wolk van splinters. De wolk verspreidt zich door de ruimte, de splinters klitten aan elkaar en keren terug naar hun oorspronkelijke gezamenlijkheid.
"Hee, goeie actie, Kox!" zegt Dwight. 
De platen glas zitten weer op hun plaats. Het paviljoen ziet er weer prachtig uit. Kox raapt het stuk papier op. HUFTERS DOOD!!! Hij verfrommelt het papier.
Dit moet ophouden, denkt hij. Dit moet niet erger worden.

In de Grote Zaal begint Dwight het verhaal van zijn bokscarrière:

"Ik heb altijd geweten dat ik bokser zou worden. In de box wist ik het al. In de box zat vaak een reuzegrote bruine beer bij me die ruzie zocht, maar die had geen schijn van kans tegen me. Ik liet hem alle hoeken van de ring zien.
Als klein kind legde ik mezelf een harde training op. Voor ik zindelijk was kon ik me al honderd keer opdrukken. Ik sliep op de grond, op een dunne mat, zonder dekens, met ook 's winters het raam wijd open, net als Amundsen, of was het Scott? Ik hardde mijn knokkels door ze tegen de muur te stoten.
Wij hadden thuis toen nog zo'n gigantische tv, zo'n diepe, die vijftig kilo woog: daar liep ik een uur mee de trap op en af."
"Neem me niet kwalijk, dat ik je onderbreek, Dwight," zegt Kox. "Maar nu je het over tv hebt: ik wil graag het nieuws zien. De maatregelen zijn verlengd tot minstens 28 april. De school blijft dicht tot na de meivakantie. Evenementen niet vóór 1 juni. Dat is nogal wat. Mensen!" richt Kox zich tot het publiek, "morgen gaan we verder. Ik wil u graag even waarschuwen voor wat ons dan te wachten staat.
Morgen opent een krant waarschijnlijk met de kop:
VERLOSSEND VACCIN ONTWIKKELD!
Bedenk dan wel: 1 APRIL!
Geen leuke grap."