Kox' Coronadagboek

Dag 10 (maandag 30 maart 2020)

Af en toe is Kox bang. Hij vermoedt dat hij daar niet de enige in is.
Vandaag heeft hij wat last van hoest. Hij hoest altijd, want hij rookt. Hij heeft kort geleden zijn vijftigjarig rokersjubileum gevierd. Maar vandaag hoest hij wel vaak, vindt hij. En dan speelt zich meteen een film af in zijn hoofd:
Morgen hoest hij heel erg en heeft koorts.
Overmorgen hoest hij niet meer, maar piept, heeft hoge koorts en is benauwd. Hij belt de dokter. Die zegt: "Neem maar een paar paracetamolletjes."
Overovermorgen denkt hij dat hij dood gaat. Hij belt weer de dokter. Er komt een ambulance met mannen in plastic en een brancard met flessen zuurstof. In het ziekenhuis wordt hij bekeken door meer mannen en ook vrouwen in plastic, hij krijgt prikken en moet allerlei onderzoeken ondergaan. Dan komt een dokter met de uitslag.
"U heeft geen Corona, hoor," zegt de dokter. "Waarschijnlijk is het gewoon longkanker."

Een andere angst is die om zijn dierbaren, zijn vrienden, de buren, collega's, kennissen. Hij vreest hun telefoontje of de app: "Tsja, ik heb Corona. Ik lig nu in het ziekenhuis. De prognose is niet goed, maar ik hoop er het beste van. Alvast gecondoleerd en sterkte, hè, als ik kom te overlijden."

Zijn angsten bestrijdt Kox door uit de statistieken de opwekkende boodschap te halen, dat de kans op vreselijk leed niet heel groot is. De meeste mensen zijn niet besmet, tachtig procent van de besmette mensen heeft alleen maar milde klachten, jonge mensen zijn zo goed als immuun, etc. Dat werkt een beetje. Ik heb nog kans, denkt hij dan. Wij hebben een goede kans. Niet gaan malen! Meer baat heeft hij bij verhalen over helden: gepensioneerden die terugkeren naar het ziekenhuis om te helpen, stofzuigerfabrikanten die beademingsapparatuur gaan proberen te maken, apothekers die tot diep in de nacht bezig zijn slaapmiddelen te vervaardigen. Ook fijn zijn muzikanten die hun kunst via internet verspreiden, amateurs die hartverscheurende liederen zingen, virtuozen als Harry Sacksioni, die vanuit de huiskamer weergaloze gitaarmuziek laat horen, dichters die gratis en voor niets in hun diepste roerselen laten meelezen. Dan vergeet hij zichzelf en is niet bang. Scherpe analyses en doordachte commentaren in dagbladen hebben eveneens die positieve uitwerking. Kox leest graag Engelstalige dagbladen, The Times, The Guardian en The New York Times. Omdat hij zich goed moet concentreren om de essays te kunnen volgen heeft hij geen tijd meer voor zijn eigen zorgen.
Het gevoel allemaal in hetzelfde schuitje te zitten, te merken dat andere mensen over dezelfde dingen nadenken en van dezelfde dingen opgewekt of somber worden, dat is bemoedigend. Het gevoel van saamhorigheid, het wij-gevoel. Twee weken geleden vond Kox dat nog een belachelijk woord, maar nu slaat het de spijker op de kop in zijn ogen.
Mensen die zich onttrekken aan die saamhorigheid maken Kox boos. Die woede helpt natuurlijk ook. Jongens die voetballen op een Cruyff Court, schandalig! Mensen die gaan lopen hoesten in het Noord-Hollands duinreservaat, vuile aso's! Mensen die in de supermarkt hun winkelwagentje niet voor zich uit duwen, maar achter zich aan trekken, idioten! Kox vindt het heerlijk om zich over zulke onbenulligheden op te winden. Wanneer het wij-gevoel op gigantische schaal wordt afgebroken, zoals de heer Trump graag doet, schenkt dat Kox minder troost. Daar moet hij maar niet aan denken. Daar moet je niet aan denken!

Wat bij Kox het allerbest werkt zijn fantasieën, positieve beelden, opwekkende scènes waarin hij geweldige dingen presteert. Wanneer Kox zichzelf als held droomt, kent hij totaal geen angst.
- Kox wint miljoenen in een grote loterij. Hij maakt naar alle restaurants in Alkmaar tienduizend euro over. "Ik stuur u dit geld, omdat wij in de kerstvakantie zo heerlijk bij u gegeten hebben. Alleen vond ik het ijs toe te koud. Blijf gezond, en groeten, Kox."
- Kox heeft een paranormaal begaafde aanval en wijst de NVIC een hangar, waar tweeduizend vergeten volledig uitgeruste IC-units staan. "Geweldig!" roept de intensivist. "Ach," zegt Kox bescheiden, "het is niet dat ik er iets voor heb hoeven doen."
- "Heeft u al eens uitgeprobeerd wat er gebeurt als u nootmuskaat anaal toedient bij uw patiënten?" vraagt Kox aan de artsen. "Ik heb daar zelf veel baat bij gehad."
"Dat is te belachelijk voor woorden," antwoorden de artsen. Maar als de ziekenhuizen de toestroom niet meer aankunnen, probeert een vertwijfelde viroloog Kox' medicijn stiekem uit op een terminale zieke. Deze knapt in 24 uur helemaal op. Twee dagen later is heel Nederland genezen. De nootmuskaat is niet meer aan te slepen. Over de hele wereld wordt het virus met wolken nootmuskaat uitgeroeid. De blijdschap is enorm. De wereld viert feest.
"Hoe wist je dat nootmuskaat de oplossing was, Kox?" vragen de journalisten.
"Dat verhaal is te gênant om te vertellen," zegt Kox. "Alleen een hint: het komt voort uit een merkwaardig gebruik van sperciebonen."

Dit soort onzin werkt bij Kox. Probeert u het ook maar eens. Fantasie redt het leven. Schrijf een dagboek!