Kox' Coronadagboek

Dag 9 (zondag 29 maart 2020)

Chris staat op en spreekt.

"Nihilominus is de artiestennaam van Niels Minderhout. Ik heb Niels jaren geleden leren kennen in een kringloopwinkel, waar we toevallig op hetzelfde kastje vielen. Allebei probeerden we de ander uit te leggen, waarom wij het eerste recht op koop meenden te hebben. Uiteindelijk hebben we het kastje geen van beiden gekocht. We raakten in gesprek over dingen die we mooi vonden, ik liet de naam vallen van Captain Beefheart, en Niels bleek ook een fan te zijn. Niet van zijn schilderwerk, dat kende hij niet, maar van zijn muziek, vooral het album Trout Mask Replica. Ik kende het album, vanwege de hoes, maar de muziek had ik nooit langer dan twee minuten aan kunnen horen. Wat een kakofonische chaos! Tenminste voor mijn oren, maar Niels hield er meer van dan van zijn moeder, zei hij.
We maakten een afspraak om een keer samen uit eten te gaan. Tijdens dat etentje, in een visrestaurant waar we forel aten, vertelde ik over mijn werk als kunsthistorica, Niels vertelde dat hij objecten maakte en af en toe schilderde. Het was heel leuk en gemoedelijk, en tenslotte nodigde hij me uit om hem eens in zijn werkhok te komen opzoeken. Ik was nieuwsgierig en ik vond Niels een interessante man, dus ging ik op zijn uitnodiging in.

Zo zat ik op een zaterdagochtend in een enorme schuur aan de rand van een weiland. Midden in de schuur stond een schildersezel. Op de ezel stond het werk waar hij kennelijk mee bezig was. Ik zag verder nergens schilderijen, niet aan de muren, niet langs de wand. Wel veel schildersspullen, kwasten en verf en zo, en verder een enorme hoeveelheid planken, stukken metaal, schroot, sloophout, gereedschap en machines.
"Is dit je enige schilderij?" vroeg ik. "Dit hier, op de ezel?"
"Ja, zei hij. "Ik maak maar één schilderij. Maar dat is dan wel heel erg mooi. Als het lukt. Als het niet lukt, vernietig ik het. Ik heb al tweehonderd en zeventien pogingen gedaan. Allemaal rotzooi."
Ik bekeek het meesterwerk in spe nauwkeurig. Ik zag een deel van een gang, in een huis, met een kapstok en een spiegel, en aan het eind van de gang een buitendeur, half open, en in de deur een vrouw, die kennelijk op het punt van weggaan stond, met haar linkerhand op de deurknop, haar gezicht en profil, vertrokken in een vreemde grimas. Door de deuropening boven en achter de vrouw zag ik helder blauwe lucht, alsof het heel mooi weer was. De details waren echter niet duidelijk, de afbeelding was wazig en leek te trillen, alsof het tafereel zich onder water afspeelde.
"Dat is mijn ex," zei Niels. "Ze is weggelopen. Ze zag geen toekomst met mij."
"O," zei ik. "Dat spijt me om te horen. Dat is heel verdrietig voor je, denk ik."
"Het is nu al drie jaar geleden," zei Niels. "Ik ben er overheen, geloof ik. Toen het vers was, vond ik het vreselijk. Het is een raar verhaal. Op het moment dat zij ging, haar spullen in de auto had gezet en voor de laatste maal de deur achter zich dicht trok - dat is wat je ziet, dat moment, met op haar gezicht nog die uitdrukking van - ja, wat is het eigenlijk? afkeer? medelijden? vastbeslotenheid? verdriet? allemaal een beetje, waarschijnlijk, en misschien nog meer - op dat moment had ik tranen in mijn ogen. Ik zag haar door die tranen, een wazig beeld, en het licht viel over haar schouder naar binnen, en ik was erg verdrietig, maar ik vergat mijn verdriet, want ik dacht: Wat is dit mooi! Ik werd overweldigd door de schoonheid van het moment. Ik had nog nooit zo iets moois gezien. En dat probeer ik nu te schilderen. Dat beeld wil ik perfect reconstrueren en weergeven. Perfect. Niets minder."
Met een sombere blik keek hij naar het schilderij.
"Deze wordt het ook niet. Weg ermee!"
Hij tilde het doek van de ezel en begon het in stukken te scheuren. Ik schrok van het geweld waarmee hij tekeer ging. Een van de stukken vloog door de lucht en landde voor mijn voeten. Ik raapte het op en stopte het in mijn tas.

Na die dag bezocht ik Niels regelmatig. We praatten en praatten, en uiteindelijk kwamen we er allebei achter dat we het over een andere boeg moesten gooien. Omdenken, dat was het beste, dat zou opluchting geven.
Ik kwam tot het inzicht, dat de bestaande beeldende kunst mij niets te bieden had, en besloot me te verdiepen in Future Art. Niels zag in, dat het nastreven van perfectie een onmogelijkheid was, ruimde zijn ezel en zijn tubes verf op en werd verzorger in een verpleegtehuis. Hij zal het deze dagen wel druk hebben.
Zo verdiep ik me nu in kunst die nog niet bestaat, en is Nihilominus een kunstenaar van een oeuvre dat nooit bestaan heeft. We zijn er allebei heel gelukkig bij.

Op het stuk van het schilderij dat ik destijds stiekem heb meegenomen is het gezicht van een vrouw te zien, en profil. Ik vind het een van de boeiendste gezichten die ik ooit heb gezien. Ik heb het portret gescand, de afbeelding zit in mijn computer. Het origineel heb ik vernietigd. Wanneer Nihilominus het goed vindt, zal ik het bestand delen met mijn vrienden en kennissen. "Daar komt niets van in," zegt hij. "Het is allemaal rotzooi." "