Kox' Coronadagboek

Dag 8 (zaterdag 28 maart 2020)

Kox staat op en neemt het woord:
"Dames en heren, ik ben blij dat u er allemaal weer bent. Vandaag gaat het over kunst. Kunst kan troost bieden, en dat hebben we nodig. We gaan het niet hebben over kunst in het algemeen, nee, we gaan het hebben over kunst in het bijzonder, en wel beeldende kunst.
Ik heb totaal geen verstand van beeldende kunst. Wel kom ik graag in musea. Ik loop een uurtje rond, genietend, neem een kopje koffie met een appelpunt, en ga dan weer weg, tevreden over me zelf. Ik voel me dan uiterst beschaafd.
In musea voor moderne kunst ben ik doorgaans minder zeker van mezelf. Ik weet nooit zo goed waar ik moet kijken als het niet figuratief is, of niet als kunst herkenbare kunst. Zo heb ik wel eens in gedachten verzonken voor een brandblusser gestaan, die bij de inventaris van het museum bleek te behoren, en laatst nog in het Stedelijk in Amsterdam bewonderde ik een imponerend beeld van een zittende oudere man in een donkerblauw pak, uit wiens ogen een wanhoop en desolate eenzaamheid sprak die mij rillingen bezorgde. Net bedacht ik, dat de huid niet erg realistisch was, grauw en geaderd, toen het beeld bewoog. Dat was dus de suppoost.
In een galerie ben ik nog nooit geweest, en een vernissage heb ik nog niet mogen meemaken.
Omdat ik er geen kaas van heb gegeten, ben ik extra blij met de aanwezigheid van Chris. Chris heeft kunstgeschiedenis gestudeerd, heeft een mooi boek geschreven over de paarse periode met stippeltjes van Leopold Houzin, en is gespecialiseerd in de contemporaine kunst in Liechtenstein, getuige haar meest recente publicatie uit 2017: Licht en steen uit Liechtenstein. De laatste jaren is zij een nieuwe weg ingeslagen, maar daarover zal zij zelf vertellen. Chris, aan jou de vloer om aan te vegen, zoals de Engelsen zeggen."

Chris:
"Ja, ik had dus schoon genoeg van Rembrandt en Matisse en Picasso en Moore en Bacon en Warhol en Rothko en graffitikunstenaars en perpetuum mobile's en video-installaties en body art en omgezaagde bomen en bespijkerde Venussen van Milo en fallussen van drie meter en baarmoeders op sterk water en naakte vrouwen die van het plafond omlaag hangen en mannen met baarden die soep eten en noem de hele rotzooi maar op, dus ik ben me gaan toeleggen op Future Art. Met Future Art bedoel ik geen kunst, die een steetment maakt over de toekomst, maar de kunst, die er nu nog niet is, maar straks gaat komen. Daar ben ik nu drie jaar mee bezig, en mijn onderzoek heeft al heel wat opgeleverd.
Even vooraf: De meeste mensen zijn geïnteresseerd in bestaande kunst, in traditionele kunst, en dat zal zo blijven. Dat wordt alleen maar erger, zelfs. In de traditionele musea zullen miljoenen mensen langs de onvergetelijke meesterwerken worden gejaagd. Nu even niet, met Corona in de lucht, maar wanneer de pandemie achter de rug is, zullen wij onmiddellijk weer in het vliegtuig springen om de Laocoon en de Mona Lisa en de Nachtwacht te gaan zien en af te vinken. Kleinere musea blijven aantrekkelijk voor snobs en zullen door af en toe speciale tentoonstellingen te organiseren (Tekeningen van Leonardo da Vinci, Monet meets Manet, Selfies van Rembrandt, Hou(d)t van Appel, dat soort dingen) financieel het hoofd boven water houden. Net als tot op heden, maar meer van hetzelfde. Ook het kopen van kunstwerken als investering zal doorgaan, tot een van Goghje een miljard euro waard is en een drol uit het readymade pissoir van Duchamp nog veel meer.
Ook de nieuwe kunst zal steeds verder het speeltje worden van miljardairs en durfkapitalisten, en om hen goed te kunnen laten verdienen zullen de op kennis van zaken gebaseerde waardering, de op belangstelling en enthousiasme berustende goede smaak en het afgewogen oordeel van critici die hun leven wijden aan de kunst vervangen worden door de hype. Geen vraagtekens meer, geen punten of komma's, alleen maar uitroeptekens.
"Dit werk verdwijnt bij aankoop in een shredder!"
"Ik bied een miljoen!"
"Deze tekening wordt pas zichtbaar als je er op plast!"
"Ik bied een miljoen! "
"Ik twee miljoen!"
"Dit plastisch werk is gemaakt van boter en moet op 6,41 graden Celsius bewaard worden, zodat het in 2031 gesmolten is en dan een exacte kopie van de Pietà van Michelangelo is!"
"Ik bied een miljoen!"
"Ik drie!"
"De installatie is gemaakt van verse bamboe en zal door twee panda's worden opgegeten. Hun faecaliën dienen als grondstof voor een klei waaruit een bal zal worden gekneed. Deze bal zal dan ten geschenke worden gegeven aan de Dalai Lama, en de foto die van deze plechtigheid zal worden gemaakt is het uiteindelijke kunstwerk!"
"Ik bied een miljoen!"
"Abraham Marinovic zal zichzelf beroven van het leven door een mes in zijn buik te steken. Zijn bloed zal hij laten golven over een tiental T-shirts, die zijn voorbedrukt met een afbeelding van de Schreeuw van Munch. De performance zal plaatsvinden in het AZ-stadion, en het publiek dient gekleed te gaan in een boerenkiel."
"Ik koop de T-shirts!" roept de manager van C & A.
Kortom, de kunst die gaat komen is misschien wel spectaculair, maar niet interessant.

De enige kunst die zich aan de race naar over de top zal kunnen onttrekken is de opzettelijk waardeloze kunst. Geen unieke exemplaren die geveild kunnen worden, maar miljoenenoplages van afbeeldingen en objecten die niemand wil hebben. Geen originele ideeën, maar afgezaagde herhalingen van kunstuitingen die niemand serieus neemt, zoals porseleinen kaboutertjes, schilderingen van zigeunermeisjes met een traan op de wang, kussenslopen met een opdruk van de Mona Lisa met een mirliton in haar mond, honderdduizend in de fabriek vervaardigde panelen met Wie is er Bang voor Rood, Geel en Blauw.
De echte kunstenaars, mensen die het niet om het geld gaat, maar die iets willen maken om daar anderen een plezier mee te doen, plezier in de ruime zin van het woord, plezier gemengd met verrukking en ontzag, zullen deze weg kiezen. En zij kunnen uiteraard, in tegenstelling tot wat ik net zei, nog steeds originele dingen maken, zolang ze er maar voor zorgen dat er geen origineel is, maar alleen kopieën. De wens een uniek kunstwerk te bezitten is doorgeschoten individualisme. Laten we dingen die we mooi vinden delen, laten we art poolen! Laat de reproductie het origineel zijn! Het hoogst denkbare is dan een kunstwerk, dat zichzelf reproduceert, en beschikbaar is voor iedereen die er plezier aan denkt te kunnen ontlenen.
Het Coronavirus is in deze zin in zekere zin een zeer belangwekkend object. Het is te klein om te kunnen zien, maar onder de microscoop blijkt het een zeer fraaie vorm te hebben. Het reproduceert zichzelf eindeloos. Maar het is geen kunst, want het is niet door mensen gemaakt. Zo blijkt maar weer: Natura Artis Magistra.
Dank u wel."

Chris ging zitten, en keek boos de Zaal in, alsof zij tegenspraak verwachtte. Zij keek nog bozer, toen wij, het publiek, applaudisseerden. Kennelijk had ze gehoopt op een fluitconcert, op verontwaardigd boegeroep, op rot fruit, eieren en rotte tomaten. Daar herken je toch de gevoeligheid van een artieste aan, dacht Kox. Het is nooit goed, of het deugt niet.
"Morgen ga je vertellen over de kunstenaar Nihilominus, toch, Chris?" vroeg Kox. "Ik weet zeker, dat we dan weer geboeid zullen luisteren."
"Jaja," zei Chris. "Nihilominus is mijn held. De beschrijving van zijn leven is een treffende illustratie van hetgeen ik vandaag heb geprobeerd over te brengen."