Kox' Coronadagboek

Dag 7 (vrijdag 27 maart 2020)

Bernard vertelt een fabel:

Over een enorme grasvlakte liep een kudde bizons. Het was een behoorlijk grote kudde, met koeien en kalfjes en een stier. De kudde bewoog zich al grazend over de vlakte en vermaakte zich kostelijk.
"Hier is een lekker stukje gras, Berta," zei Brigitte.
"Hm ja, heerlijk," zei Berta. "Wat hebben we het toch goed, hè!"
De kalfjes graasden en renden soms een eindje achter elkaar aan, omdat ze nog jong waren. De stier sprong soms op een koe, en omdat de koe dol was op nieuwe kalfjes liet ze zich dat dan welgevallen.
Dag na dag, week na week dwaalde de kudde door de vlakte, at gras en genoot van het heerlijke leven.

Op een ochtend dat er een zachte motregen viel werd Babs verkouden. Ze hoestte wat en had een snotneus. De volgende dag hoestte Babs heel erg, had langdurige niesbuien en hoge koorts.
"Ik voel me niet zo lekker," zei Babs. "Ik ga even liggen. Gaan jullie maar verder. Ik kom zo."
De kudde trok verder. Toen ze die avond gingen slapen, was Babs er nog niet.
"Wij gaan wel even kijken wat er aan de hand is," zeiden twee stoere kalveren. Ze liepen terug langs het kaalgevreten spoor en vonden Babs. Zij was dood.
"Babs is dood," zeiden de stoere kalveren, toen ze zich weer bij de kudde hadden gevoegd.
"O," zei Brigitte, die een belangrijke positie binnen de kudde innam, "dat is niet zo mooi."

De volgende dag werden Koby en Klara verkouden. Ze hoestten en hadden een snotneus.
De dag daarna hoestten Koby en Klara heel erg, hadden ze langdurige niesbuien en hoge koorts.
"Wij voelen ons niet zo lekker," zeiden ze. We gaan even liggen. Gaan jullie maar verder. We komen zo."
"Nee," zei Brigitte. "Dat hebben we bij Babs ook gedaan. Dat ging niet goed. We blijven bij jullie."
Tegen de avond loeiden Koby en Klara nog één keer klagelijk en stierven.

Bella was altijd al een vreemde koe. Soms graasde ze niet, maar keek in de verte en dacht na. Nu zei ze:
"Het is een besmettelijke ziekte. Als we niet oppassen krijgen wij dezelfde ziekte als Babs, Koby en Klara. We kunnen beter afstand houden van elkaar, dat we elkaar niet besmetten."
"Ben je gek?" zei Dora. "Wij zijn een kudde. Wij horen bij elkaar. We besmetten elkaar niet. We hebben kudde-immuniteit."
"Wat is dat?" vroeg Storm de stier.
"Dat is dat we niet ziek worden," zei Dora.
"O mooi," zei Storm.

Twee dagen later stierven drie bizons, een dag daarna vijf. Na twee weken was alleen Bella nog over. Zij had steeds een aantal meters afstand gehouden van de andere dieren en enkele malen per dag haar poten gepoetst.

In haar eentje liep ze over de vlakte, op zoek naar een andere kudde. Na enkele dagen vond ze die ook.
"Mag ik bij jullie?" vroeg ze. "Mijn kudde is dood."
"Dat is niet zo mooi," zei Barbara, die een belangrijke positie binnen de kudde innam. "Je bent welkom."

Op een ochtend dat het stortregende werd Esmeralda verkouden.
Ze hoestte wat en had een snotneus. De volgende dag hoestte Esmeralda heel erg, had langdurige niesbuien en hoge koorts.
"Ik voel me niet zo lekker," zei Esmeralda. "Ik ga even liggen. Gaan jullie maar verder. Ik kom zo."
De kudde trok verder. Toen ze die avond gingen slapen, was Esmeralda er nog niet.
"Wij gaan wel even kijken wat er aan de hand is," zeiden twee stoere kalveren. Ze liepen terug langs het kaalgevreten spoor en vonden Esmeralda. Zij was dood.

"Esmeralda is dood," zeiden de stoere kalveren, toen ze zich weer bij de kudde hadden gevoegd.
"O," zei Barbara, "dat is niet zo mooi."
Bella zei: "Precies hetzelfde gebeurde bij mijn vorige kudde. Iedereen is nu dood.
Het is een besmettelijke ziekte. Als we niet oppassen krijgen wij dezelfde ziekte als Esmeralda. We kunnen beter afstand houden van elkaar, dat we elkaar niet besmetten. Zo heb ik het ook overleefd."
"Ben je gek?" zei Priscilla. "Wij zijn een kudde. Wij horen bij elkaar. We besmetten elkaar niet. We hebben kudde-immuniteit."
"Wat is dat?" vroeg Boris de stier.
"Dat is dat we niet ziek worden," zei Priscilla.
"O mooi," zei Boris.
"Precies hetzelfde zei Dora in mijn vorige kudde," zei Bella. "Maar daar is iedereen toch mooi dood gegaan. Ik dring er met klem op aan, dat we afstand houden van elkaar en regelmatig onze poten poetsen."
Barbara zei: "Dat moeten we doen. Dat werkt kennelijk. Dank je wel, Bella."
En Barbara droeg de kudde op afstand van elkaar te houden en vijf maal per dag de poten te poetsen.

De volgende dag werden Afrodisia en Guinevere ziek. De dag daarna overleden ze. Op die dag werd Boudicca ziek. De dag erna overleed ze. Op die dag werd Parafernalia ziek. De dag erna overleed ze. Op die dag werd niemand ziek. De dagen erna ook niet. De kudde was gered.

Dag na dag, week na week dwaalde de kudde door de vlakte, at gras en vermaakte zich kostelijk. Op een dag dat er een vrolijk zonnetje scheen kwam de kudde bij een spoorbaan.
"Wat is dat?" vroeg Bella.
"Geen idee, "zei Priscilla. "Het kan me niet veel schelen ook. Je kunt het niet eten."
"Ik denk dat we beter wat afstand kunnen bewaren," zei Bella. "Ik vertrouw het niet."
"Jij weet niet wat het is, hè, Bella?" zei Barbara. "Afstand houden, dat is volgens jou een panacee. We kunnen als kudde echt niet altijd rekening houden met jouw paranoïde inslag."

De kudde graasde rustig verder langs de spoorlijn. Er kwam een trein aan, vol met mannen met geweren, die een dagje uit waren, op bizonjacht. Zij schoten alle bizons van de kudde dood.

Moraal van mijn verhaal: Na Corona zullen we geconfronteerd worden met nieuwe uitdagingen."

"Dank je wel, Bernard," zei Kox. "Ik weet zeker, dat we ons nu allemaal slechter voelen."