Kox' Coronadagboek

Dag 5 (woensdag 25 maart 2020)

Abe:
"Zo lag ik daar maar, in het modderige duister. Mijn benen gaven me veel pijn, ik had koorts, ik was bang, ik had het benauwd. - Vaarwel, wereld, dacht ik. - Het was een mooi leven, maar wel wat kort.
Ik droomde weg. Met een schok werd ik wakker. Er was iets aan de hand. Ik hoorde een grommend geluid, dat ik niet goed kon plaatsen. Misschien zijn ze aan het graven, om me te redden, dacht ik. Hoopte ik. Wat gebeurde er toch? Toen kreeg ik het in de gaten. Het water aan mijn voeten, dat in verbinding stond met de rivier, leek langzaam te stijgen. Mijn voeten lagen in het water, dat was nog niet zo toen ik wegdommelde, dat wist ik zeker. Ik hield het niveau goed in de gaten, op de tast. Ja, zeker, het waterpeil steeg. En plotseling begreep ik wat er aan de hand was: dat grommende geluid was van de rivier, waarvan het waterpeil steeg door een enorme regenbui. Jezus, dacht ik, dan ga ik nog verdrinken ook, hier, in dat rothol. Help!
Maar er was uiteraard niemand om me te helpen. Het water steeg, kabbelde om me heen en trachtte mijn mond in te lopen. Ik gaf de moed op. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij, dacht ik. Soms echter misschien niet.
Burberomderombom! Alles om me heen stortte in. Ik werd meegesleurd door een modderstroom. Zonder iets te kunnen doen of zelfs maar te denken voelde ik hoe ik werd opgetild en neergesmeten, weer opgetild, opzij geduwd, omhoog gegooid, als een pop die door een boze kleuter in bad wordt gedaan. Het licht keerde plotseling terug. Ik zag, dat ik me in de rivier bevond, die razendsnel stroomde. Om me heen takken, boomstronken, allerlei rommel. De dode krokodil dreef enkele meters van me vandaan. Ik greep een grote tak en liet me meevoeren. De krokodil verdween langzaam uit mijn gezichtsveld. Ik heb hem zonder spijt nooit meer teruggezien. Ik werd meegesleurd door de kolkende stroom als een staatsman door de loop der gebeurtenissen. De loop der gebeurtenissen dwingt tot bepaalde besluiten, zoals anderhalve meter afstand houden, met een snotneus thuis blijven, quarantaine, extra Intensive Care-eenheden, en de staatsman zegt: ik heb besloten de volgende besluiten te nemen. Sommige staatsmannen, domme, suggereren andere maatregelen, die niet helpen, een verstandig staatsman analyseert de problemen en streeft naar een oplossing. Zo probeerde ik naar de kant te sturen, door met mijn vrije arm te roeien en mijn benen als een roer te gebruiken. En dat lukte! Nu dreef ik dicht langs de oever. Er was een erg lieve boom, die zijn takken vlak boven het water uitstrekte. Ik klampte me aan die takken vast als de paus aan zijn dogma's. Met uiterste inspanning slaagde ik er in mezelf uit het water op te hijsen, en langs de boom vaste grond onder mijn voeten te bereiken. Johoo, ik was gered!
Daarna hoefde ik alleen nog maar stroomopwaarts terug te lopen om mijn makkers in het kamp te vinden. Dat viel niet mee, met mijn gewonde benen, mijn gebutste lichaam, mijn lege maag en uitgeputte spieren, maar ik heb de hele weg lopen zingen. Zo blij was ik dat ik nog leefde!
Mijn vrienden in het kamp waren dolblij me weer te zien.
- Abe! Yes! Je leeft nog! Geweldig! Wil je een kopje thee? Waar is je zwembroek?
Dat was mijn verhaal van de krokodil."

Wij geven Abe een minutenlange ovatie, zoals afgesproken. Daarna is het borreltijd. Morgen is de beurt aan Bernard.