Kox' Coronadagboek

Dag 1 (zaterdag 21 maart 2020)

Een nieuwe lente, een oudere man, die gaat proberen te zorgen voor wat lering, vermaak en ontroering.

Kox doet aan social distancing. Hij houdt minstens anderhalve meter afstand van zijn medemensen, ja deinst zelfs terug wanneer men hem te na komt. Hij schudt geen handen, hoest in zijn mouw en snuit zijn neus in papieren zakdoekjes. Hij wast regelmatig zijn handen met zeep, om de beschermende vetlaag van het virus te vernietigen. "Daar! Vuile rotzakken!" roept hij boven de wastafel, terwijl hij de destructie van zijn vingers spoelt. "Dat zal je leren!"

Eén maal per dag gaat Kox de deur uit, om boodschappen te doen. In de supermarkt gedraagt hij zich alsof hij in een leprozenkolonie is terechtgekomen. Hij houdt zijn adem in, doet net alsof hij er niet is en beweegt als een schaduw door de gangpaden, graait snel de benodigde levensmiddelen van de schappen, flitst langs de kassa terwijl hij wuift met zijn pinpas, en haalt pas buiten weer adem. Bezoeken aan restaurants en café's zijn er niet meer bij, dus hij houdt bakken met geld over. Geld is geen probleem deze dagen. De regering gaat zestig miljard lenen, ook geen probleem. Geld zat, te weinig mondkapjes. Miljarden euro's worden rondgeslingerd, maar er dreigt een tekort aan verpleging. Oplichters en slimmerikken (of zijn het slimmeriken?) die met een beroep op de vrije markt tegen woekerprijzen zelfgehaakte mondkapjes en uit aquariumpompen vervaardigde beademingsapparatuur proberen te slijten worden publiekelijk aan de schandpaal genageld. Terecht! Bah! Weg met die neoliberalen!

Op doordeweekse dagen doet Kox zijn werk. Thuis. Hij mist de gesprekken bij het koffieapparaat, de lessen, de praatjes met zijn leerlingen, de kopieermachine, zijn buro, zijn beamer, het tikken van de centrale verwarming, het raam dat tocht, zijn burostoel waar hij steevast een beetje pijn van in zijn rug krijgt, het wandelen door de gangen en de ergernis. Dat laatste nog het meest. Kox kon zich altijd heerlijk ergeren aan zijn leerlingen en collega's, aan hun gebrek aan inzet, intelligentie, gedrevenheid en belangstelling. Ook mopperde hij graag over dingen die niet werkten, niet klopten en fout gingen. Dat is allemaal voorbij. Hij werkt nu thuis, daar is alles perfect.

Maar een beetje saai is het wel. Kox' liefhebbende echtgenote werkt ook thuis, en Kox en zij kunnen het heel goed samen vinden, maar af en toe gebeurt er te weinig. Het is niet makkelijk om ontspanning te organiseren. Je kunt niet de hele dag alleen maar werken en informatie opnemen en uitwisselen.De televisie biedt geen soelaas. Praten met anderen, bij een goed glas wijn, met een borrelnootje, dat is toch wel het hoogste geluk dat de mens kent.

Echte mensen moet Kox mijden als de pest, die ze nu ook zijn. Maar wat is er op tegen om het huis te bevolken met fictieve vrienden en vriendinnen? Laat ze maar komen! Welkom, Abe! Welkom, Homerus! Ha, blij dat je er bent, Johan!

Het huis is te klein voor alle gasten. Daar gaat Kox morgen eerst wat aan doen.